
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
tatakai・戰
(戦い、闘い、鬪ひ) zn. strijd m.; (合戰) gevecht o.; slag m.; (戰役) oorlog m.; krijg m.; (競爭) wedkamp m.; wedstrijd m. ¶ 戰を始める strijd beginnen; vijandelijkheden openen. ¶ 戰を宣する oorlog verklaren. ¶ 戰をする oorlog voeren. ¶ 戰好きの oorlogzuchtig; strijdlustig. ¶ 戰利あり overwinning behalen. ¶ 戰ふ vechten; strijden; kampen. ¶ 自由の爲に戰ふ strijden voor de vrijheid. ¶ 誘惑と戰ふ strijden tegen de verleiding. ¶ 困難と戰ふ moeilijkheden bestrijden. ¶ 鬪はす laten vechten. ¶ 論を鬪はす argumenteeren; argumenten aanvoeren.
yasen・夜戰
(夜戦) zn. nachtelijk gevecht o.
sensō・戰爭
(戦争) zn. (1) [戰亂] oorlog m.; strijd m. (2) [戰鬪] slag m.; gevecht o. ¶ 戰爭する oorlog voeren; strijden; vechten; slag leveren. ¶ 戰爭中に in den oorlog; gedurende den strijd; al vechtende. ¶ 戰爭準備 toerusting tot den strijd; bewapening; voorbereiding tot den oorlog. ¶ 戰爭利益 oorlogswinst. ¶ 戰爭に出る ten strijde trekken. ¶ 戰爭狂 oorlogspsychose. ¶ 戰爭好き oorlogszuchtig; krijgslustig.
kumiuchi・組打
zn. gevecht o.; worsteling v.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gevecht>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
バトル batoru (1) slag; veldslag; strijd; gevecht; treffen; (2) Battle
ファイト faito (1) gevecht; strijd; [veroud.] kamp; [i.h.b.] boksgevecht; bokswedstrijd; (2) strijdlust; vechtlust; weerbaarheid; moreel; (3) [bokssp.] doorvechten!; (4) [als aanmoedigingskreet] hup!; zet 'm op!; aanvalluh!
一戦 issen (1) [mil.] een slag; veldslag; strijd; gevecht; treffen; krachtmeting; (2) [sportt.] een wedstrijd; match; game; partij; ontmoeting; kamp
争奪 soudatsu strijd; gevecht; worsteling; competitie; concurrentie; wedijver
争奪戦 soudatsusen strijd; gevecht; worsteling; wedkamp; wedstrijd; concours; competitie; [i.h.b.] biedstrijd
会戦 kaisen slag; strijd; gevecht; treffen; vijandelijke ontmoeting; rencontre; vijandelijkheden; schermutseling
取り組み torikumi (1) [sportt.] wedstrijd; match; kamp; partij; strijd; gevecht; inspanning; (2) aanpak; benadering; insteek; (3) [hand.] koop en verkoop op markt; beurs; omzet; (4) [hand.] wisseltrekking
喧嘩 kenka (1) ruzie; twist; onenigheid; gehakketak; gekibbel; gekrakeel; geharrewar; gebekvecht; (2) redetwist; dispuut; kwestie; onenigheid; woordenstrijd; woordentwist; woordenwisseling; (3) handgemeen; gevecht; strijd; worsteling; kamp
戦い;闘い;戦;闘 tatakai (1) strijd; gevecht; vechtpartij; kamp; oorlog; treffen; worsteling; bestrijding; (2) slag; veldslag; (3) competitie; wedstrijd; match; partij; [i.h.b.] duel
戦闘 sentou slag; veldslag; strijd; gevecht; vijandelijkheden; actie; [veroud.] kamp
戦 ikusa (1) oorlog; slag; strijd; treffen; gevecht; gevechtsactie; actie; gevechtshandeling; vijandelijkheid; [arch.] krijg; (2) soldaat; krijgsman; krijger; [verzameln.] leger; troepen; (3) het boogschieten; boogschieterij
戦 sen (1) -gevecht; -oorlog; -oorlogvoering; -strijd; (2) -competitie; -wedstrijd; (3) -campagne
抗争 kousou (1) strijd; gevecht; geschil; conflict; rivaliteit; (2) [psych.] innerlijk conflict
格闘 kakutou gevecht; strijd; worsteling
真剣勝負 shinkenshoubu (1) wedstrijd; gevecht; duel met echte zwaarden; (2) serieuze wedstrijd; serieus gevecht; heus gevecht; wedstrijd voor echt; menens; [Belg.N.] gevecht in regel
試合;仕合 shiai (1) wedstrijd; partij; match; spel; potje; [sportt.] nummer; treffen; [i.h.b.] concours; toernooi; (2) [fig.] strijd; worsteling; gevecht; (3) [maatwoord voor wedstrijden]
足掻き agaki (1) [馬の] getrappel; gestampvoet; [w.g.] trappeling; (2) beweging met handen en voeten; sparteling; gespartel; gewriemel; gekronkel; (3) gewoel; drukte; (4) worsteling; gevecht; strijd
闘争 tousou strijd; gevecht; worsteling; kamp
Tijd: 1.16 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'gevecht').
2005-2026
