i.w. logeeren; verblijven; vertoeven. ¶ 旅館に宿る zijn intrek nemen in een hotel. ¶ 草葉に露が宿る er ligt dauw op het gras. ¶ 女に子が宿る zij is zwanger.
Tijd: 1.24 sec. jiten.nl: 2 treffers, (zoekopdracht: 'ligt').