
蘭
典
日蘭辭典+
t.w. (1) [與へる] geven; schenken. (2) [依賴の意] zoo goed zijn om; zoo vriendelijk zijn; de welwillendheid hebben. (3) [敬意として] u verwaardigen; mij de eer aandoen; als het u belieft; geliefen. ¶ 何か下さい geef mij iets. ¶ 此金は私に下さるのですか is dit geld voor mij bestemd? ¶ 聞いて下さい luister eens. ¶ 今少しお待ち下さい wees zoo goed nog even te wachten.
zn. toestemming of niet; al of geen vergunning. ¶ 許否未だ決せず het is nog niet beslist of het toegestaan wordt. ¶ 許否權 het recht van veto.
(増遣) zn. verdere versterking v. ¶ 增遣する nog meer versterking zenden.
zn. voorbeeld o.; precedent o.; antecedent o. ¶ 前例によつて in overeenstemming met een antecedent. ¶ 前例のない nog nooit voorgekomen; ongehoord.
(残務) zn. onafgedane taak v.; nog te verrichten werk o.
(残金) zn. saldo o.; overschietend geld o.; geld, dat nog over is.
(余勢) zn. vaart v.; verkregen snelheid v.; nog aanwezige kracht v.; resteerend arbeidsvermogen o.
(予備) zn. (1) [準備] voorbereiding v.; toebereidselen o.mv. (2) [豫備] reserve v. ¶ 豫備室 extra kamer; kamer, die nog vrij is. ¶ 豫備錨 waardeloos anker; reserve-anker. ¶ 豫備判事 vervangend rechter. ¶ 豫備將校 reserveofficier. ¶ 豫備に持つてゐる in gereedheid houden; in reserve houden. ¶ 豫備軍 reservetroepen. ¶ 豫備金 reservefonds. ¶ 豫備交涉 voorloopige besprekingen. ¶ 豫備校 voorbereidende school. ¶ 豫備手段 voorzorgen; voorbereidende maatregelen. ¶ 豫備する in reserve houden; voorbereid zijn; voorzorgen nemen.
(悪い) bn. (1) [惡い] slecht; verkeerd. (2) [非道な] zondig. (3) [不法な] onwettig. (4) [邪惡な] boos; boosaardig. (5) [いたづらな] baldadig; ondeugend. (6) [不吉な] kwaad; onheilspellend. (7) [不運な] ongelukkig; (8) [有害な] schadelijk. (9) [不健全な] ongezond. (10) [醜惡な] leelijk. (11) [粗末な] grof; inferieur. (12) [腐敗せる] rot. ¶ 口が惡い schelden; kwaad spreken. ¶ 更に惡い nog erger. ¶ 最も惡い allerergst. ¶ 耳が惡い hardhoorig. ¶ 胸が惡い zich niet lekker voelen; misselijk zijn. ¶ 香が惡い stinken. ¶ 體に惡い ongezond. ¶ 惡い事 zonde; verkeerdheid; misdaad; wangedrag. ¶ 價も安いが品も惡い goedkoop en slecht. ¶ 君の方が惡い jij hebt ongelijk; het is jouw schuld. ¶ 私が惡かつた het is mijn schuld; ik heb ongelijk.
zn. laatste laag verf (of pleister); verergering (惡しき事の) v. ¶ 上塗する bovenlaag aanbrengen; deklaag verven; glazuur aanbrengen (陶器に); de zaak verergeren (惡い事の). ¶ 恥の上塗をする de schande nog vergrooten.
(強い) bn. (1) [強健] sterk; krachtig. (2) [堅牢] stevig; solide. (3) [力の] krachtig; gespierd. (4) [勇壯] dapper; moedig. (5) [激烈] hevig. ¶ 強く云ふ met nadruk zeggen; den nadruk leggen. ¶ 強める versterken. ¶ 強めて言ふ nog sterker zeggen. ¶ 強み kracht. ¶ 強さ kracht; intensiteit; hevigheid; sterkte. ¶ 電流の強さ stroomsterkte.
Tijd: 1.75 sec. jiten.nl: 26 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'nog').
