日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘gras’
日蘭辭典 (trefwoord)
areru荒れる
i.w. (1) [荒廢する] vervallen; verlaten zijn; in verval zijn. (2) [暴れる] woest zijn; woeden; razen. (3) [粗雜] ruw worden; ruig worden. ¶ 草が生え茂る verwilderen; vol met onkruid zijn.
fumuふむ
(踏む) i.w. (1) [踏付ける] trappen op; t.w. (2) [評價] schatten. (3) [履む] vervullen; verrichten; i.w. voldoen aan. ¶ 芝生を踏むな trap niet op het gras. ¶ 私の踏んだでは naar mijn schatting. ¶ 約束を履む voldoen aan een belofte.
ogi
(オギ) riet o.
haeru生える
i.w. groeien; opkomen. ¶ 草の生えた庭 een tuin, begroeid met gras. ¶ 此は齒が生え掛かって居る dit kind krijgt tandjes.
kusa

zn. gras o.; kruid (雜草) o. ¶ 草を刈る gras snijden; gras maaien. ¶ 庭の草を取る in den tuin het onkruid wieden. ¶ 草場 grasveld. ¶ 草花 bloemen. ¶ 草花屋 bloemist. ¶ 草葉の蔭で in het graf; onder de groene zoden.

kusakari草刈

zn. (1) [事] maaien o. (2) [人] maaier m. ¶ 草刈する maaien; gras snijden.

yadoru宿る

i.w. logeeren; verblijven; vertoeven. ¶ 旅館に宿る zijn intrek nemen in een hotel. ¶ 草葉に露が宿る er ligt dauw op het gras. ¶ 女に子が宿る zij is zwanger.

wakakusa若草

zn. jong gras o.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gras>
芝生 shibafu gazon; [meton.] gras; grasperk; grasveld; grasmat; grasplein; [lit.t.] grastapijt; [uitdr.;inform.] de groene deken
shiba (1) gras; gazon; graszode; zode; plag; plagge; (2) [plantk.] Zoysia japonica; (3) [mil.] bespieding vanuit het gras; (4) Shiba [=plaats in het oosten van Minato;Tokio]; (5) Shiba
草叢;叢 kusamura (1) gras; grasrijke plek; (2) grasrijke platteland; [Belg.N.] buiten; (3) [Barg.] schaamhaar; schaambeharing
kusa (1) gras; grasachtige plant; (2) kruid; geneeskrachtige plant; (3) onkruid
(1) klad; schets; ontwerp; concept; (2) cursief schrift; grasschrift; verkort schrift; (3) cursieve variant van Man'yōgana; (4) [~の] informeel; alledaags; vereenvoudigd; (a) gras; (b) grasrijk; landelijk; (c) geïmproviseerd; eenvoudig; (d) klad; schets; (e) grasschrift; (f) begin; aanvang
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.32 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'gras'). 
2005-2026