
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
chōsa・調査
kōsatsu・考察
zn. overweging v.; overdenking v.; nadenken o. ¶ 察する overwegen; bestudeeren; overdenken; nagaan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <nagaan>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
チェッキする chekkisuru (1) controleren; nakijken; checken; verifiëren; nagaan; afchecken; (2) (nauwlettend) toezien op; op de voet volgen; (zorgvuldig) gadeslaan; (3) aanstrepen; aankruisen; aanvinken; (4) tegenhouden; stuiten; in toom houden; in bedwang houden; [m.b.t. aanval] afslaan; doen stoppen
チェックする chekkusuru (1) controleren; nakijken; checken; verifiëren; nagaan; afchecken; (2) (nauwlettend) toezien op; op de voet volgen; (zorgvuldig) gadeslaan; (3) aanstrepen; aankruisen; aanvinken; aantekenen; aanstippen; (4) tegenhouden; stuiten; in toom houden; in bedwang houden; [m.b.t. aanval] afslaan; doen stoppen
フォロー fuxoroo (1) het volgen; nagaan; bijhouden; follow-up; [Belg.N.] opvolging; (2) het meegaan; meelopen; (3) het bijspringen; bijstaan; aanvullen; achteraf verbeteren; vergoeilijken; (4) [filmk.] follow scene; (5) meewind; rugwind; wind van achteren
フォローする fuxoroosuru (1) volgen; nagaan; bijhouden; [Belg.N.] opvolgen; (2) meegaan; meelopen; (3) bijspringen; bijstaan; aanvullen; achteraf verbeteren; vergoeilijken
下調べする shitashirabesuru (1) op voorhand onderzoeken; nagaan; voorafgaandelijk bestuderen; (2) voorbereiden
取り調べる torishiraberu onderzoeken; onder de loep nemen; nagaan; een onderzoek instellen naar; investigeren; [容疑者を] natrekken
吟味する ginmisuru (1) toetsen; onderzoeken; nagaan; onder de loep nemen; nakijken; testen; beproeven; aan een toets; test; proef onderwerpen; een onderzoek instellen naar; keuren; (2) kiezen; zorgvuldig selecteren; uitkiezen; uitzoeken
探偵する tanteisuru nasporen; speuren; uitzoeken; nagaan; opspeuren; opsporen; traceren; speuren naar; naspeuren; opsporingswerk doen; heimelijk onderzoeken; als detective werken; optreden; bespieden; bespioneren
正す tadasu (1) verbeteren; corrigeren; rechtzetten; rectificeren; goedmaken; (2) weer in orde brengen; herstellen; beteren; rechten; rechtbuigen; rechttrekken; fatsoeneren; (3) [是非を] toetsen; nagaan; onderzoeken; beproeven
突き止める;突き留める tsukitomeru (1) vastpinnen; vastspelden; (2) doodsteken; (3) uitzoeken; uitpuzzelen; achterhalen; erachter komen; zich vergewissen van; nagaan; te weten komen; opsporen; nasporen; traceren; uitvinden; precies aangeven; verifiëren; pointeren; precies lokaliseren; nauwkeurig vaststellen; identificeren
続く tsuzuku (1) aanhouden; (blijven) duren; aanlopen; voortduren; zich voortzetten; continueren; (in stand) blijven; vervolgd worden; voortgaan; doorgaan; aan de gang zijn; gaande zijn; verder gaan; [i.h.b.] zich uitstrekken; [m.b.t. series e.d.] lopen; (2) elkaar opvolgen; volgen (op); nagaan; de volgende zijn; komen na; aansluiten op; vervolgens plaatsvinden; succederen; opeenvolgen; (3) [m.b.t. (water)wegen;ruimten enz.] leiden (naar); uitkomen (op); lopen; (4) wordt vervolgd; ===== Flexie =====; {| border="1" ; | Grondvorm || Stam || MZK || RYK || SSK || RTK || KTK || MRK || Flexie; |-; | 続く; | つづ || か ; こ || き ; い || く || く || け || け || godan; |}
考 kou (a) denken; studie; (b) onderzoeken; nagaan; (c) overleden vader
見る;看る;視る;観る miru (1) zien; kijken (naar); [inform.] loeken; bekijken; bezien; bekennen; aanzien; aankijken; gadeslaan; bezichtigen; beschouwen; in aanmerking nemen; [arch.] aanschouwen; [lit.t.] blikken; [Barg.] brillen; [Barg.] spannen; afgaande op …; getuige [het feit dat … enz.]; te oordelen naar …; uitgaande van …; (2) lezen; doorkijken; [新聞を] doorlopen; inzage nemen; inzien; naslaan [in een woordenboek e.d.]; raadplegen; consulteren; nazien; nagaan; checken; controleren; (3) ervaren; meemaken; ondervinden; beleven; (4) zorgen voor; verzorgen; passen op; letten op; toezien op; behartigen; waken over; toezien op; verplegen; [面倒を] zich aantrekken; (5) [iets bij wijze van proef doen]; (6) als je zou …; mocht je …; [gew.] moest je … [eindigend op de partikels ば of と]; (7) nu …; nou …; in de zich thans voordoende situatie dat … [eindigend op het partikel ば]; (8) wanneer …; toen … [eindigend op de partikels ば of と]; (9) ware … het geval
見定める misadameru nagaan; nakijken; vaststellen; bepalen; verifiëren; zich vergewissen van; zich verzekeren van; zich zekerheid verschaffen; onderzoeken; controleren; checken
見据える misueru (1) staren; turen; spieden; starogen; strak aankijken; aanzien; aanstaren; aanblikken; aangapen; aandachtig kijken; bekijken; bezien; de ogen fixeren op; de blik vestigen; concentreren op; gadeslaan; (2) goed bekijken; onderzoeken; nagaan; zich vergewissen van; vaststellen; bepalen
詮索する sensakusuru onderzoeken; nagaan; natrekken; ondervragen; aan de tand voelen
調べる shiraberu (1) onderzoeken; onder de loep nemen; navorsen; onderzoek doen (naar); investigeren; nasporen; naspeuren; bekijken; bestuderen; nagaan; naslaan (in); [i.c.m. 辞書を] er op naslaan; raadplegen; [i.c.m. 単語を] opzoeken; (2) controleren; checken; toetsen; natrekken; verifiëren; narekenen; testen; [inform.;contam.] nachecken; natrekken; nakijken; nazien; doornemen; doorkijken; keuren; monsteren; inspecteren; doorzoeken; visiteren; (3) verhoren; ondervragen; aan de tand voelen; uitvragen; uithoren; (4) [m.b.t. muziekinstrument] stemmen; (be)spelen
調査する chousasuru onderzoeken; nasporen; navorsen; nagaan; naspeuren; nazoeken; investigeren; researchen; enquêteren
跡付ける atozukeru het spoor volgen van; traceren; nasporen; opsporen; nagaan; napluizen; uitpluizen; uitzoeken
辿る tadoru (1) volgen; (2) nagaan; napluizen; natrekken; traceren; (3) terugvoeren tot
追跡する tsuisekisuru (1) achtervolgen; achternazitten; achternazetten; nazitten; najagen; jacht maken op; op de hielen zitten; (2) volgen; nagaan; nasporen; traceren; opsporen
Tijd: 1.59 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'nagaan').
2005-2026
