
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
utsumukini・俯向に
bw. ondersteboven; met het gezicht naar den grond; voorover. ¶ 俯向に倒れる voorover vallen. ¶ 俯向の neergeslagen; voorovergebogen. ¶ 俯向く het hoofd laten hangen; de oogen neerslaan.
uchisueru・打据ゑる
t.w. neerslaan.
uchiotosu・打落す
t.w. neerslaan; neerschieten.
tsukiotosu・突落す
(突き落とす) t.w. neerstooten; omstooten; neerslaan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <neerslaan>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
伸す nosu (1) zich ontwikkelen; uitgroeien; expanderen; opklimmen; aan kracht; macht; invloed winnen; (2) een eindje verdergaan; de tocht verlengen; (3) zich uitspreiden; zich verbreiden; zich uitbreiden; (4) uitspreiden; verbreiden; verspreiden; (5) strijken; uitstrijken; gladstrijken; planeren; vlakken; [棒で] uitrollen; (6) neerslaan; vellen; vloeren; bewusteloos; buiten westen; knock-out slaan; platleggen
伸ばす nobasu (1) laten groeien; langer maken; lengen; uitrekken; uitstrekken; uitspinnen; extenderen; reiken; [w.g.] uitreiken; (2) gladstrijken; uitstrijken; effen maken; vlak leggen; strekken; [i.h.b.] strijken; rechtmaken; rechten; (3) aanlengen; verdunnen; dilueren; [een saus e.d.] lengen; dunner maken; (4) doen groeien; tot ontwikkeling brengen; [z'n talent e.d.] ontplooien; ontwikkelen; cultiveren; [de verkoop enz.] bevorderen; uitbreiden; uitbouwen; (5) vellen; neerslaan; vloeren; onderuithalen; knock-out slaan; tegen de vlakte slaan; [sportt.] neerleggen
俯ける utsumukeru (1) naar beneden richten; omlaagslaan; neerslaan; (2) ondersteboven plaatsen; zetten
倒す taosu (1) doen (om)vallen; omslaan; tuimelen; kantelen; vellen; omstoten; omverstoten; omverduwen; neerleggen; omhalen; omwerpen; omduwen; omgooien; omwippen; omslaan; omstorten; omsmijten; neerslaan; neerduwen; neervellen; neerhalen; neertrekken; kiepen; tegen de grond werken; gooien; slaan; omkippen; [inform.] omkiep(er)en; [inform.;scherts.] omkukelen; [i.h.b.] omverlopen; [i.h.b.] omverrennen; [i.h.b.] omverrijden; [m.b.t. kegelspel] omverkegelen; [i.c.m. 稲を] doen legeren; (2) omverwerpen; omvergooien; omverhalen; ten val brengen; wippen; te gronde richten; uit het zadel werpen; (3) verslaan; slaan; kloppen; onderuithalen; overwinnen; neerwerpen; [fig.] vloeren; [uitdr.] in het zand; stof doen bijten; (5) [m.b.t. schulden] niet delgen; terugbetalen; (financieel) aderlaten; oplichten; afzetten
叩きのめす tatakinomesu (1) neerslaan; vellen; tegen de grond slaan; er duchtig van langs geven; (2) [fig.] hard aanvallen met woorden; vloeren; onderuithalen; het zwijgen opleggen; afbreken; tackelen
圧殺する assatsusuru (1) dooddrukken; doodknijpen; (2) in de kiem smoren; de kop indrukken; neerslaan
平らげる tairageru (1) effenen; gelijkmaken; gladmaken; vlakmaken; egaliseren; uit de weg ruimen; (2) onder controle krijgen; smoren; de kop indrukken; neerslaan; onderwerpen; onderdrukken; beteugelen; (3) verorberen; naar binnen werken; van kant zetten; opmaken; opgebruiken; consumeren; achter de knopen steken
打ちのめす uchinomesu (1) tegen de grond slaan; neerslaan; vloeren; (2) terneerslaan; deprimeren; neerslachtig maken; ontmoedigen; moedeloos maken; (3) [sportt.] kloppen; verslaan; eronder krijgen; murm beuken
打ち倒す uchitaosu tegen de grond slaan; neerslaan; omverslaan; neerschieten; vellen; vloeren; tegen de vlakte slaan; tegen de grond werken; omleggen; omvergooien
撃ち止める uchitomeru (1) neerschieten; doodschieten; neerknallen; omleggen; (2) neerhouwen; neerslaan; vellen
殴り倒す naguritaosu neerslaan; tegen de grond slaan; omverslaan; vloeren; onderuithalen; vellen; platleggen
殿 den (a) groot; aanzienlijk gebouw; paleis; (b) [mil.] achterhoede; (c) [vnw.] u; uw; (d) neerslaan; bezinken
沈める shizumeru (1) tot zinken brengen; doen; laten zinken; kelderen; de grond in boren; (2) [身を~] zich onderuit laten zakken; (3) [身を~] zich verlagen tot; zich overgeven aan; zich ten prooi geven aan; (4) [bokssp.] vellen; neerslaan; tegen de vlakte slaan; (5) degraderen; (maatschappelijk) achteruitzetten; (6) verpanden; in pand geven; belenen
沈殿する chindensuru neerslaan; bezinken; zich afzetten
鎮圧する chinatsusuru onderdrukken; beteugelen; bedwingen; neerslaan; versmoren; supprimeren; onder controle krijgen; smoren; de kop indrukken; fnuiken
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'neerslaan').
2005-2026
