日蘭辭典+

69 resultaten voor ‘grond’
日蘭辭典 (trefwoord)
tochi土地
zn. land o.; grond m.; terrein o.; gebied o. ¶ 土地landhonger. ¶ 肥えた土地 vruchtbare grond. ¶ 土地を開拓する terrein ontginnen. ¶ 土地plaatselijk. ¶ 土地の新聞 locale pers; plaatselijke bladen. ¶ 土地の人 landvolk. ¶ 土地臺帳 kadaster. ¶ 土地plaatselijk gebruik. ¶ 土地訛 dialect; plaatselijke uitdrukking. ¶ 土地所有 grondeigendom. ¶ 土地収用 onteigening van grond. ¶ 土地測量 kadastrale opmeting.
ana
zn. (1) [孔] gat o.; opening. (2) [針の] oog v. (3) [氣孔] porie v. (4) [巢] hol o.; leger o. (5) [洞穴] grot v. (6) [坑] put v. (7) [間隙] reet v.; spleet v. ¶ あける een gat boren; een gat graven; een kuil graven. ¶ を埋める een kuil dichtgooien. ¶ 缺損填補 een gat stoppen. ¶ にも入りたい in (又は door) den grond zinken van schaamte.
atokata跡形
zn. (1) [痕跡] spoor o. (2) [證跡] bewijs o.; aanwijzing v. (3) [根據] grond m. ¶ 跡形なき spoorloos; zonder een zweem van bewijs; op losse gronden; ongegrond.
yasechi瘠地
(痩せ地; 瘠せ地) zn. onvruchtbare grond m.
ichiri一理
zn. een zekere mate van redelijkheid; eenige grond m. ¶ 其れも一理ある daar is wel iets van aan.
ji

zn. (1) [土地] grond m.; aarde v. (2) [織物の] weefsel o. (3) [基礎] basis v.; fundament o.

kōshu叩首

zn. diep buiging v. ¶ 叩首する met het hoofd op den grond buigen.

kuron空論

zn. futiele redeneering v.; argument zonder werkelijken grond; kletspraat v.

-zukudeづくで

bw. door middel van; dank zij; ten gevolge van; op grond van. ¶ 勉强づくで door ijverige studie.

zoku

zn. (1) [區俗] gewoonte v.; gebruik o.; zede v. (2) [僧侶に對し] leekenwereld v. (3) [野卑] vulgariteit v. ¶ 俗生活 wereldschen leven. ¶ 俗な wereldsch; gewoon; vulgair; laag bij den grond; niet verheven. ¶ 俗に gewoonlijk; gewoon; vulgair. ¶ 俗になつた afgezaagd; gewoon. ¶ 俗に言へば om een gewone uitdrukking te gebruiken; zooals men gewoonlijk zegt.

zokki俗氣

(俗気) zn. wereldsche gezindheid v.; vulgaire zin m. ¶ 俗氣ある wereldsch; laag bij den grond; alledaagsch.

zashio坐礁

zn. stranding v. ¶ 坐礁する stranden; aan den grond loopen; op een klip stooten.

yokuchi沃地
yaketsuchi燒土

(焼土) zn. hitte grond m.

wake

(訳) zn. (1) [理由] reden v.; grond m. (2) [原因] oorzaak v. (3) [意味] beteekenis v.; bedoeling v.; zin m. (4) [仔細] bijzonderheden v.mv.; omstandigheden v.mv. ¶ から云ふ譯で daarom; in verband hiermede. ¶ どう云ふ譯で waarom. ¶ 譯の分つた redelijk; voor rede vatbaar. ¶ 譯の分らぬ話 onzinpraat; wartaal. ¶ 譯もなく ongemotiveerd; zonder reden. ¶ 譯なく zoo maar; gemakkelijk.

utsumukini俯向に

bw. ondersteboven; met het gezicht naar den grond; voorover. ¶ 俯向に倒れる voorover vallen. ¶ 俯向の neergeslagen; voorovergebogen. ¶ 俯向く het hoofd laten hangen; de oogen neerslaan.

uchitaosu打倒す
uchikomu打込む

t.w. inslaan; indrijven; i.w. schieten in (砲を); verliefd worden op (女に); zich wijden aan (仕事に). ¶ 杭を深く打込む paal diep in den grond slaan.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <grond>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
サイト saito (1) terrein; grond; lokatie; site; (2) site; website; webstek; (3) [maatwoord voor websites]
事由 jiyuu reden; oorzaak; grond; aanleiding
原本 genpon (1) oorspronkelijk document; stuk; oorspronkelijke; originele tekst; oertekst; grondtekst; basistekst; brontekst; origineel; archetype; (2) bron; oorsprong; basis; grond; fundament; grondslag; principe
gen (1) origineel; oorspronkelijk; oer-; basis-; grond-; (a) vlakte; veld; grasland; braakland; woestenij; (b) bron; begin; oorsprong; (c) basis; (d) [afk.] atoom; kernenergie
in (1) reden; oorzaak; wezen; oorsprong; (2) [boeddh.;Ind.fil.] hetu [= hoofdoorzaak]; (a) gegrond zijn op; steunen op; (b) oorzaak; grond; (c) provincie Inaba
moto reden; oorzaak; grond; kern; wezen
国土 kokudo (1) grondgebied; gebied; territorium; territoir; domein; terrein; land; rijk; (2) grond; aarde; (3) geboortestreek; geboorteplaats; geboortegrond; heimat
土台 dodai (1) grondslag; fundament; basis; grond; fundering; grondvesting; onderbouw; ondergrond; substructuur; stereobaat; (2) [fig.] grondslag; [fig.] fundament; [fig.] basis; [fig.] grond; [fig.] ondergrond; [fig.] hoeksteen
土地 tochi (1) grond; land; aarde; [vaderlandse enz.] bodem; (2) terrein; domein; stuk land; lap grond; [pregn.] lap; [pregn.] perceel; [lit.t.] landouw; (3) plaats; gebied; gewest; streek; regio; buurt; (4) territorium; domein; grondgebied
土壌 dojou (1) grond; bodem; aarde; (2) [fig.] voedingsbodem; [fig.] kweekplaats; [fig.] broedplaats; [fig.] kweekschool; [fig.] kweekvijver; [fig.] kraamkamer
土;地 tsuchi (1) aarde; bodem; grond; land; (2) aarde; grond; stof; [in uitdr.] zand
do (1) grond; bodem; aarde; (2) terrein; gebied; domein; land; territorium; streek; plaats; (3) tǔ [= 3e fase binnen de wǔxíng 五行]]; (4) zaterdag; [afk.] za.; (5) provincie Tosa; (6) Turkije; (a) grond; aarde; (b) land; gebied; streek; (c) tǔ; (d) Saturnus; (e) provincie Tosa
地べた jibeta grond; aarde
地上 chijou (1) aardbodem; aarde; grond; (2) deze wereld; het ondermaanse
地対地ミサイル chitaichimisairu [mil.] grond-grondraket
地対水中ミサイル chitaisuichuumisairu [mil.] grond-tot-onderwaterraket
地対空ミサイル chitaikuumisairu [mil.] grond-luchtraket
地盤 jiban (1) basis; grond; ondergrond; fundering; fundament; grondslag; grondvesten; gronding; onderbouw; [fig.] bodem; (2) basis; achterban; [i.h.b.] electoraat; (3) vaste voet; steunpunt
地表 chihyou aardoppervlak(te); [pregn.] oppervlakte; aardbodem; grond
地震 nai (1) grond; ondergrond; bodem; (2) aardbeving
地面 jimen (1) grond; aarde; bodem; aardoppervlak; aardoppervlakte; aardbodem; (2) land; terrein
ji (1) grond; aarde; bodem; (2) streek; land; (3) basis; fundering; grondslag; (4) natuurlijke huid; (5) ondergrond; grondlaag; fond; veld; (6) stof; weefsel; textiel; (7) aard; karakter; (8) grondtekst; (9) werkelijkheid; realiteit; feit; (10) [go] ingenomen gebied; (11) muzikale begeleiding bij Japanse dans; (12) [Jap.muz.] motief; (13) [shamisen-muz.] grondtoon; (14) [nō-theater] koorgezang; koorzang; koorlied; koorstuk; (15) jiai-recitatie [= intonering onder shamisen-begeleiding]; (a) grond; aarde; land; (b) streek; plaats; (c) [boeddh.] bhūmi [= stadium binnen iems. religieuze ontwikkeling]; (d) grondstof; onbewerkt materiaal; (e) aard; karakter; natuur
chi (1) aarde; bodem; land; grond; gebied; terrein; (2) plek; plaats; (3) [m.b.t. boek;bladzijde] voet
基本的 kihonteki fundamenteel; grond-; elementair; basis-; basaal; hoofd-; [veroud.] fondamenteel
壌土 joudo (1) aarde; bodem; grond; land; (2) zavel [grondsoort bestaande uit klei met 62,5 tot 75% zand]
大本 oomoto essentie; wezen; grond; bron; oorsprong; basis
寄せ yose (1) verzameling; samenbrenging; (2) [go;shōgi] eindspel; laatste fase van een partij; laatste zetten; eindzetten; (3) [golf] approach; (4) aangetrokkenheid; vertrouwen; (5) zorg; hoede; toezicht; (6) band; betrekking; relatie; (7) reden; grond; (8) [tanka] geassocieerd woord; associatiewoord; (9) [kabuki] trommuziek bij de entree van een personage
soko (1) bodem; [靴の] zool; [川の] bed; bedding; (2) [fig.] bodem; diepst; grond; fond; (3) bodemkoers; dieptepunt; [i.h.b.] allerlaagste prijspeil
kado (1) grond; reden; (2) beschuldiging; telastlegging; aanklacht; (3) verdenking
jou (1) gevoel; emotie; (2) menselijkheid; inleving; betrokkenheid; attentheid; mededogen; medeleven; (3) liefde; gehechtheid; affectie; genegenheid; hart; (4) lust; begeerte; (5) smaak; charme; karakter; (6) toestand; gesteldheid; situatie; (7) reden; grond
所以 yuen reden; grond
拠り所 yoridokoro (1) toeverlaat; steun; (2) basis; grond; uitgangspunt; gezaghebbende bron; bewijsplaats
新田 shinden (1) nieuw ontgonnen rijstveld; (2) [Edo-gesch.] nieuw ontgonnen stuk land; grond; (3) Xīntián
本来 honrai (1) (in het) begin; van huis uit; (van) oorsprong; (in) origine; (in de) eerste plaats; (2) (in de) grond; (in) principe; (in) beginsel; (in) wezen; (3) aanvankelijk; oorspronkelijk; origineel; primair; (4) essentieel; principieel; fundamenteel; wezenlijk; eigenlijk; au fond; per se; op zichzelf; (5) normaliter; (van) nature; ~ van aard; in se; in eigenlijke zin; [i.h.b.] rechtmatig
根底 kontei basis; grond; grondslag; fundament; wortel; oorsprong
根拠 konkyo grond; reden; basis; grondslag; [fig.] fundering; gezag; rechtvaardiging; staving; substantiëring
根本的 konponteki (1) fundamenteel; principieel; grond-; basis-; au fond; in de grond; in principe; in wezen; (2) radicaal; drastisch; grondig; ingrijpend; diepgaand; uit-en-ter-na; met wortel en tak
ne (1) wortel; (2) grondslag; oorsprong; roots; wortel; basis; oorzaak; (3) wezen; kern; (van) nature; grond; wezenlijke; (4) grond; reden
様子 yousu (1) toestand; situatie; staat; omstandigheden; stand van zaken; gesteldheid; het hoe; (2) schijn; voorkomen; uiterlijk; aanblik; aanzien; karakter; air; uitzicht; indruk; habitus; (3) reden; grond; (4) teken; blijk; aanwijzing; symptomen
海の底 watanosoko (1) zeebodem; zeebedding; grond; (2) [epitheton dat oki 沖 voorafgaat]
海底 unazoko zeebodem; zeebedding; grond
海底 kaitei zeebodem; zeebedding; grond
理由 riyuu (1) reden; het waarom; grond; aanleiding; oorzaak; argumenten [hebben om]; overweging; beweegreden; motief; [uit dien] hoofde; [uit] kracht [van]; [met] recht; (2) excuus; verschoningsgrond
用地 youchi grond; land; terrein voor …
yosuga (1) basis; grond; houvast; (2) toeverlaat; steun; opvang; [i.h.b.] gezinslid
裏付け urazuke (1) bewijs; staving; grond; fundering; substantiëring; confirmatie; corroboratie; (2) garantie; waarborg; bevestiging; bekrachtiging; steun; ondersteuning; backing
規模 kibo (1) omvang; schaal; grootte; formaat; afmeting; proportie; maat; dimensie; (2) model; maatstaf; (3) eer; lof; (4) effect; resultaat; (5) vergoeding; compensatie; (6) grond; bewijs
誘因 yuuin motief; beweegreden; drijfveer; aanleiding; reden; grond
論拠 ronkyo grond; basis; grondslag van een redenering; uitgangspunt; argument
謂れ iware (1) reden; grond; motief; beweegreden; (2) geschiedenis; voorgeschiedenis; herkomst; oorsprong; origine
謂れなく iwarenaku zonder enige reden; grond; ongegrond
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 18 treffers, warandict: 51 treffers (zoekopdracht: 'grond'). 
2005-2026