日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘omslaan’
日蘭辭典 (trefwoord)
kuru繰る

t.w. (1) [捲く] winden. (2) [紡ぐ] spinnen. (3) [本等を] opzoeken; nakijken. (4) [めくる] omslaan.

kutsugaeru覆る

i.w. omvallen; omgeworpen worden; omslaan (船が). ¶ 覆す omgooien; omverwerpen; doen omslaan (船を).

warimae割前

zn. aandeel o.; portie v. ¶ 割前を拂ふ zijn aandeel betalen. ¶ 割前で拂ふ omslaan; ponds-pondsgewijze de kosten verdeelen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <omslaan>
一変する ippensuru volkomen; radicaal; ingrijpend; totaal veranderen; geheel wijzigen; omslaan; een transformatie ondergaan; [病勢が] een (nieuwe) wending nemen
倒す taosu (1) doen (om)vallen; omslaan; tuimelen; kantelen; vellen; omstoten; omverstoten; omverduwen; neerleggen; omhalen; omwerpen; omduwen; omgooien; omwippen; omslaan; omstorten; omsmijten; neerslaan; neerduwen; neervellen; neerhalen; neertrekken; kiepen; tegen de grond werken; gooien; slaan; omkippen; [inform.] omkiep(er)en; [inform.;scherts.] omkukelen; [i.h.b.] omverlopen; [i.h.b.] omverrennen; [i.h.b.] omverrijden; [m.b.t. kegelspel] omverkegelen; [i.c.m. 稲を] doen legeren; (2) omverwerpen; omvergooien; omverhalen; ten val brengen; wippen; te gronde richten; uit het zadel werpen; (3) verslaan; slaan; kloppen; onderuithalen; overwinnen; neerwerpen; [fig.] vloeren; [uitdr.] in het zand; stof doen bijten; (5) [m.b.t. schulden] niet delgen; terugbetalen; (financieel) aderlaten; oplichten; afzetten
倒せる taoseru (1) kunnen doen (om)vallen; omslaan; tuimelen; kantelen; kunnen vellen; kunnen omstoten; kunnen omverstoten; kunnen omverduwen; kunnen neerleggen; kunnen omhalen; kunnen omwerpen; kunnen omduwen; kunnen omgooien; kunnen omwippen; kunnen omslaan; kunnen omstorten; kunnen omsmijten; kunnen neerslaan; kunnen neerduwen; kunnen neervellen; kunnen neerhalen; kunnen neertrekken; kunnen kiepen; tegen de grond kunnen werken; gooien; slaan; kunnen omkippen; [inform.] kunnen omkiep(er)en; [inform.;scherts.] kunnen omkukelen; [i.h.b.] kunnen omverlopen; [i.h.b.] kunnen omverrennen; [i.h.b.] kunnen omverrijden; [m.b.t. kegelspel] kunnen omverkegelen; [i.c.m. 稲を] kunnen doen legeren; (2) kunnen omverwerpen; kunnen omvergooien; kunnen omverhalen; ten val kunnen brengen; kunnen wippen; te gronde kunnen richten; uit het zadel kunnen werpen; (3) kunnen verslaan; kunnen slaan; kunnen kloppen; kunnen onderuithalen; kunnen overwinnen; kunnen neerwerpen; [fig.] kunnen vloeren; [uitdr.] in het zand; stof kunnen doen bijten; (5) (financieel) kunnen aderlaten; kunnen oplichten; kunnen afzetten
倒れる taoreru (1) vallen; omvallen; onderuitgaan; omgaan; omslaan; [後ろに] achteroverslaan; neervallen; [あおむけに] achterovervallen; neertuimelen; kiepen; neergaan; neerkomen; omvergaan; neerzijgen; omtuimelen; omvertuimelen; tuimelen; omkantelen; omverkantelen; kantelen; omwippen; omduikelen; duikelen; [inform.] omkiepen; omkieperen; [inform.;scherts.] omkukelen; [建物が] omstorten; instorten; ineenstorten; tegen de vlakte gaan; [船が] kapseizen; kenteren; [稲が] gaan legeren; (2) erbij neervallen; instorten; inklappen; ineenzakken; inzakken; in elkaar zakken; in elkaar klappen; afknappen; het begeven; een instorting; inzinking krijgen; plat gaan; [病に] ziek worden; (3) [fig.] vallen; ten val komen; te gronde gaan; ten onder gaan; tenietgaan; [sportt.] verliezen; het afleggen tegen; een nederlaag lijden; in het stof; zand bijten; (5) failliet gaan; failleren; bankroet gaan; buitelen; over de kop gaan; eronderdoor gaan; op de fles; flacon gaan; springen; een sprong door de ton doen; zich ruïneren; de boeken neerleggen; [veroud.] naar Vianen gaan
分与する bun'yosuru verdelen; uitdelen; bedelen; toebedelen; toedelen; toewijzen; toekennen; omslaan
分担する buntansuru (1) verdelen; delen; toewijzen; toebedelen; omslaan; (2) zijn; haar deel van de leiding; controle; verantwoordelijkheid nemen over; zich partieel belasten met; gedeeltelijk verantwoordelijk zijn voor
分配する bunpaisuru verdelen; ronddelen; uitdelen; distribueren; toebedelen; omslaan
割り当てる wariateru toewijzen; aanwijzen; toebedelen; toekennen; bestemmen; reserveren; verdelen; uitdelen; omslaan
反る kaeru omslaan; kantelen; kenteren; ondersteboven; binnenstebuiten keren
崩れる kuzureru (1) afbrokkelen; verbrokkelen; uit elkaar vallen; vervallen; afkalven; stukbreken; doorbreken; instorten; ineenstorten; invallen; ineenvallen; inzakken; ineenzakken; in elkaar zakken; het begeven; bezwijken; het niet houden; te gronde gaan; [腫物が] doorbreken; openbreken; [核が] collaberen; (2) [人垣が] uiteengaan; uiteenvallen; zich ontbinden; [陣形が] uit het gelid gaan; in de war raken; in wanorde raken; z'n vorm verliezen; uit vorm raken; [軍隊が] uiteengeslagen worden; [姿勢;態度が] verslappen; zich ontspannen; [信頼関係が] verstoord raken; [決心が] wankelen; [自制が] z'n beheersing verliezen; [同盟のー角が] destabiliseren; fragmenteren; (3) [天気が] omslaan; verslechteren; (4) [円札が] kleingemaakt kunnen worden; in pasmunt; tegen kleingeld ingewisseld kunnen worden; (5) [beurst.] [相場が] crashen; [値が] kelderen; ineenstorten; instorten
巻き付ける;巻き着ける makitsukeru wikkelen in; om; winden om; slaan om; omwikkelen; omwinden; omslaan; omdoen
巻く;捲く maku (1) wikkelen; omwinden; omwikkelen; omslaan; inwikkelen; omdoen; omrollen; (2) omgeven; omsingelen; omringen; omsluiten; (3) winden; spoelen; rollen; (ineen) draaien; oprollen; ineenrollen; opwinden; opwikkelen; [i.h.b.] opklossen; (4) doen wervelen; doen kolken; doen ronddraaien; doen wielen; doen dwarrelen; (5) opwinden; opdraaien; aanschroeven; aandraaien; (6) [alpinisme] omtrekken; eromheen trekken; omlopen; (7) wervelen; kringelen; zich winden om; zich slingeren om; zich oprollen; zich wikkelen; zich kronkelen om
引っ繰り返す;ひっくり返す hikkurikaesu (1) omdraaien; omkeren; omleggen; binnenstebuiten keren; ondersteboven keren; naar boven keren; naar boven draaien; (2) (doen) omslaan; doen omvallen; omstoten; omverwerpen; omgooien; omwerpen; omkantelen; kantelen; doen kapseizen; [inform.] kiepen; [inform.] kieperen; [iemands plannen enz.] ondersteboven gooien; verstoren; in de war sturen; overhoopwerpen; culbuteren
引っ繰り返せる;ひっくり返せる hikkurikaeseru (1) kunnen omdraaien; kunnen omkeren; kunnen omleggen; binnenstebuiten kunnen keren; ondersteboven kunnen keren; naar boven kunnen keren; naar boven kunnen draaien; (2) kunnen (doen) omslaan; kunnen doen omvallen; kunnen omstoten; kunnen omverwerpen; kunnen omgooien; kunnen omwerpen; kunnen omkantelen; kunnen kantelen; kunnen doen kapseizen; [inform.] kunnen kiepen; [inform.] kunnen kieperen; [iemands plannen enz.] ondersteboven kunnen gooien; kunnen verstoren; in de war kunnen sturen
引っ繰り返る;ひっくり返る hikkurikaeru (1) kantelen; keren; omkantelen; omvallen; [inform.] omkukelen; omvervallen; kapseizen; omslaan; omdraaien; kenteren; omklappen; tuimelen; omtuimelen; culbuteren; [inform.] omkiepen; [inform.] omkieperen; (2) vallen; ten val komen; mislukken; in duigen vallen; overhoop raken; [i.h.b.] op zijn rug gaan liggen; [i.h.b.] achterovervallen
心変わりする kokorogawarisuru (1) zich bedenken; zich bezinnen; van gedachten; gezindheid; gevoelens veranderen; omslaan; anders gaan denken over; het roer omgooien; omwenden; overstag gaan; z'n belangstelling voor iem. verliezen; (2) verraden; ontrouw worden
折り曲げる orimageru buigen; krommen; plooien; verbuigen; [襟を] omslaan; [本のページを] omvouwen; ezelsoren maken
折り返す orikaesu (1) omslaan; omvouwen; omkeren; opzetten; naar boven draaien; keren; zetten; [そでを] opstropen; (2) terugkeren
折る oru (1) breken; afbreken; plukken; afknappen; (2) vouwen; plooien; (3) omslaan; omvouwen
捲る mekuru (1) omdraaien; omkeren; omleggen; [ページを] omslaan; [本を] doorbladeren; doorlopen; doorkijken; (2) afhalen; wegnemen; weghalen; [カレンダーを] afscheuren; [床板を] uittrekken; [壁紙を] aftrekken; afristen
曲がる magaru (1) buigen; (zich) krommen; knikken; kronkelen; kromtrekken; scheeftrekken; scheluw trekken; kromgroeien; kromlopen; een bocht maken; een draai maken; draaien; [i.h.b.] meegeven; doorbuigen; abduceren; (2) afdraaien; keren; afbuigen; ombuigen; afslaan; [de hoek enz.] omgaan; omslaan; omdraaien; afzwenken; zwenken; (3) afwijken; deviëren; scheefgroeien; de verkeerde weg opgaan; verkeerd lopen; aberreren; ontaarden; verdorven raken
流産する ryūzansuru (1) een miskraam hebben; ontijdig bevallen; aborteren; [Belg.N.;niet alg.] een misval hebben; het omgooien; [gew.] misvallen; [gew.] omslaan; [gew.] de boel omsmijten; (2) tot een ontijdig einde komen; mislukken; falen; niet slagen; mislopen; op niets uitdraaien
繰る kuru (1) [糸を] haspelen; winden; spoelen; inhalen; opwinden; ophalen; (2) [ページを] omslaan; bladeren; doorbladeren; doorlopen; doorkijken; [辞書を] opzoeken in; raadplegen; naslaan in; nazien in; nakijken in; (3) [数珠を] door de vingers laten glijden; [雨戸を] één voor één schuiven; (4) [日を] chronologisch afgaan; tellen; (5) [nō-jargon] op hoge toon declameren; (6) spinnen; [綿の種を] egreneren; ontkorrelen; ontpitten
豹変する hyōhensuru plots van koers; front; richting veranderen; omslaan; volte face maken; het over een andere boeg gooien; een volledige ommezwaai; ommekeer maken; [uitdr.] z'n rokje omkeren; z'n rokje keren; z'n koers 180° verleggen; een draai van 180° maken
転倒する;顛倒する tentōsuru (1) omslaan; buitelen; tuimelen; omtuimelen; culbuteren; over de kop gaan; [Belg.N.] overkop gaan; [inform.] omkiepen; [inform.] omkieperen; (2) het hoofd verliezen; tegenwoordigheid van geest verliezen; in de war raken; van de wijs raken; van z'n apropos raken; z'n aplomb verliezen; uit balans geraken; z'n evenwicht kwijt raken; van streek raken; er ondersteboven van raken; overstuur raken; in paniek raken; panieken; [Belg.N.] panikeren; (3) omgekeerd zijn; tegenovergesteld zijn
転回する tenkaisuru (1) draaien om; ronddraaien; wentelen om; rondwentelen; omwentelen; roteren; (2) omslaan; omzwaaien; omwenden; omkeren; zwenken; een wending nemen; (3) [muz.] een inversie ondergaan; inverteren
転覆する;顛覆する tenpukusuru (1) omslaan; omvallen; kantelen; omkantelen; kapseizen; kenteren; tuimelen; [w.g.] omkenteren; ondersteboven terechtkomen; [gew.] klikken; [gew.] omkanten; (2) doen omslaan; doen omvallen; doen kantelen; doen omkantelen; doen kapseizen; doen kenteren; doen tuimelen; [w.g.] doen omkenteren; ondersteboven doen terechtkomen; op z'n kop zetten; [gew.] doen klikken; [gew.] doen omkanten; (3) omverwerpen; omwerpen; ten val brengen; ontwrichten
ten (1) klankverandering; verbastering; (2) [Chin.lett.] zhuǎn; wending [= derde regel van een juéjù 絶句]; (a) rollen; omrollen; wentelen; (b) omvallen; omslaan; (c) overgaan; verlopen; (d) veranderen; (e) derde regel van een juéjù; (f) [boeddh.] soetra's lezen; een soetra-fragment reciteren
返る kaeru (1) terugkeren; teruggaan; weerkeren; wederkeren; terugkomen; terug naar het uitgangspunt gaan; weer in het bezit komen van; terugvallen aan; (2) zich herstellen; weer in de vorige toestand terugkeren; [veroud.] keer nemen; (3) terugkaatsen; terugspringen; terugstuiten; [こだまが〜] weergalmen; weerklinken; (4) kantelen; omslaan; zich omkeren; (5) [年が〜] wisselen; nieuwjaar worden; (6) verkleuren; van kleur veranderen; (7) […~] compleet; volkomen … worden; (8) […~] telkens … ; blijven …
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.63 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 29 treffers (zoekopdracht: 'omslaan'). 
2005-2026