
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
korobu・轉ぶ
(転ぶ) i.w. (1) [囘轉] omrollen; rollen. (2) [倒れる] omvallen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
battari・ばったり
(bw, to-bw) (1) plotsklaps; opeens; plotseling. ¶ 雨がばったりやんだ。 Ame ga battari yanda. De regen stopte opeens. (yamasv) (2) stoppen of eindigen na lange tijd ¶ 彼は長年毎日のようにこのカフェに来ていたが、先月からばったり来なくなった。 Kare wa naganen mainichi no yō ni kono kafe ni kite ita ga, sengetsu battari konaku natta. Jarenlang kwam hij vrijwel elke dag naar dit [het] café, maar sinds vorige maand niet meer. (yamasv) (3) iemand onverwacht ontmoeten; iemand tegen het lijf lopen. ¶ 高校の先生と今日10年ぶりにばったり会った。 Kōkō no sensei to kyō jūnenburi ni battari atta. Ik kwam vandaag opeens na tien jaar een docent van de middelbare school tegen. (yamasv) (4) opeens neervallen; in elkaar storten. ¶ 彼はばったり倒れて、二度と立ち上がらなかった。 Kare wa battari taorete, nido to tachiagaranakatta. Hij viel opeens om en kwam niet meer overeind. (yamasv) (5) met een smak; met een plof. (ばったりと)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <omvallen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
倒れる taoreru (1) vallen; omvallen; onderuitgaan; omgaan; omslaan; [後ろに] achteroverslaan; neervallen; [あおむけに] achterovervallen; neertuimelen; kiepen; neergaan; neerkomen; omvergaan; neerzijgen; omtuimelen; omvertuimelen; tuimelen; omkantelen; omverkantelen; kantelen; omwippen; omduikelen; duikelen; [inform.] omkiepen; omkieperen; [inform.;scherts.] omkukelen; [建物が] omstorten; instorten; ineenstorten; tegen de vlakte gaan; [船が] kapseizen; kenteren; [稲が] gaan legeren; (2) erbij neervallen; instorten; inklappen; ineenzakken; inzakken; in elkaar zakken; in elkaar klappen; afknappen; het begeven; een instorting; inzinking krijgen; plat gaan; [病に] ziek worden; (3) [fig.] vallen; ten val komen; te gronde gaan; ten onder gaan; tenietgaan; [sportt.] verliezen; het afleggen tegen; een nederlaag lijden; in het stof; zand bijten; (5) failliet gaan; failleren; bankroet gaan; buitelen; over de kop gaan; eronderdoor gaan; op de fles; flacon gaan; springen; een sprong door de ton doen; zich ruïneren; de boeken neerleggen; [veroud.] naar Vianen gaan
傾倒する keitousuru (1) omvallen; (2) zich toewijden aan; zich overgeven aan; zich geconcentreerd bezighouden met; vurig bewonderen; grote achting toedragen; (3) omstoten; omwerpen; (4) uitstorten; (5) wijden aan; inzetten voor; in dienst stellen van
引っ繰り返る;ひっくり返る hikkurikaeru (1) kantelen; keren; omkantelen; omvallen; [inform.] omkukelen; omvervallen; kapseizen; omslaan; omdraaien; kenteren; omklappen; tuimelen; omtuimelen; culbuteren; [inform.] omkiepen; [inform.] omkieperen; (2) vallen; ten val komen; mislukken; in duigen vallen; overhoop raken; [i.h.b.] op zijn rug gaan liggen; [i.h.b.] achterovervallen
落ちる ochiru (1) vallen; ten val komen; neerstorten; neerdonderen; in het stof bijten; tuimelen; duiken; een duik nemen; (2) omvallen; invallen; instorten; neerstorten; in elkaar vallen; in elkaar storten; (3) [m.b.t. zon;maan etc.] ondergaan; achter de horizon verdwijnen; zakken; (4) niet slagen (bij een examen); struikelen; zakken; stralen; bakken; buizen; falen; sjezen; afgaan; (5) weglaten; uitvallen; achterwege laten; ontbreken; niet gebruiken; (6) verkleuren; verschieten; verbleken; bleek worden; vervalen; valer worden; (7) in de handen van de vijand vallen; ingenomen worden; vallen; raken bij; verloren gaan; te gronde gaan; (8) [m.b.t. een druppel) druppen;druppelen;in druppels neervallen;druipen;(9) vluchten;ontvluchten;de vlucht nemen;het hazenpad kiezen;de plaat poetsen;de benen nemen;er vandoor gaan;op de loop gaan;(10) terugvallen;achteruitgaan;een neerwaartse trend vertonen;een dalende trend vertonen;naar een ongunstige positie afzakken;(11) inferieur zijn;achterstaan bij;niet zo goed zijn als;minder zijn dan;niet kunnen tippen aan;(12) [m.b.t. wind) luwen;gaan liggen;bedaren;kalmer worden;verzachten;(13) [m.b.t. rivier;stroom etc.] uitmonden in; instromen in; uitlopen in; (14) [m.b.t. bliksem) inslaan;treffen;(15) [m.b.t. vissen] stroomafwaarts gaan; stroomafwaarts zwemmen; (16) flauwvallen; bewusteloos vallen; het bewustzijn verliezen; van zijn stokje vallen; van zijn stokje gaan; bezwijmen; sterven; doodgaan; overlijden; ontslapen; heengaan
転がる korogaru (1) rollen; zich wentelend voortbewegen; (2) omvallen; omtuimelen; omtollen; ergens af vallen (van een trap; van een paard; etc.); ergens af tuimelen; (3) gaan liggen; op zijn zijde gaan liggen; zich neerwerpen; zich neervlijen
転ける kokeru (1) vallen; omvallen; [会社が] overkop gaan; over de kop gaan; failliet gaan; (2) [女色へ] toegeven aan; zich overgeven aan; te buiten gaan aan; zich bezondigen aan; (3) [女が] zich geven aan; naar bed gaan met; (4) [芝居が] floppen; een flop zijn
転げる korogeru (1) rollen; zich wentelend voortbewegen; omrollen; (2) omvallen; ten val komen
転ぶ korobu (1) rollen; zich wentelend voortbewegen; omrollen; (2) vallen; omvallen; struikelen; ten val komen
転覆する;顛覆する tenpukusuru (1) omslaan; omvallen; kantelen; omkantelen; kapseizen; kenteren; tuimelen; [w.g.] omkenteren; ondersteboven terechtkomen; [gew.] klikken; [gew.] omkanten; (2) doen omslaan; doen omvallen; doen kantelen; doen omkantelen; doen kapseizen; doen kenteren; doen tuimelen; [w.g.] doen omkenteren; ondersteboven doen terechtkomen; op z'n kop zetten; [gew.] doen klikken; [gew.] doen omkanten; (3) omverwerpen; omwerpen; ten val brengen; ontwrichten
転 ten (1) klankverandering; verbastering; (2) [Chin.lett.] zhuǎn; wending [= derde regel van een juéjù 絶句]; (a) rollen; omrollen; wentelen; (b) omvallen; omslaan; (c) overgaan; verlopen; (d) veranderen; (e) derde regel van een juéjù; (f) [boeddh.] soetra's lezen; een soetra-fragment reciteren
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'omvallen').
2005-2026
