日蘭辭典+

48 resultaten voor ‘stoppen’
日蘭辭典 (trefwoord)
ana
zn. (1) [孔] gat o.; opening. (2) [針の] oog v. (3) [氣孔] porie v. (4) [巢] hol o.; leger o. (5) [洞穴] grot v. (6) [坑] put v. (7) [間隙] reet v.; spleet v. ¶ あける een gat boren; een gat graven; een kuil graven. ¶ を埋める een kuil dichtgooien. ¶ 缺損填補 een gat stoppen. ¶ にも入りたい in (又は door) den grond zinken van schaamte.
yame止め
zn. (1) [終り] einde v.; conclusie v. (2) [中止] ophouding v.; stoppen o. (3) [廢止] afschaffing v. (4) [斷念] onthouding v.; opgeving v. ¶ 止める doen ophouden; afschaffen; uitscheiden met; stoppen; opgeven; afzien van; een einde maken aan. ¶ 仕事止める uitscheiden met werken. ¶ 學問を廢める de studie opgeven. ¶ 新聞取るのを廢める voor een krant bedanken. ¶ を廢める den drank afzweren; geheelonthouder worden.
yamu止む
(已む、罷む) i.w. ophouden; stoppen; uitscheiden; eindigen; afgeloopen zijn; stilstaan. ¶ が止んだ de regen is opgehouden. ¶ が止んだ de wind is gaan liggen.
geri下痢
zn. diarrhee v. ¶ 下痢をする diarrhee hebben; het in de buik hebben. ¶ 下痢さす purgeeren; laxeeren. ¶ 下痢を止める stoppen.
tomaru止る
i.w. ophouden; stoppen; eindigen; verblijven; logeeren (泊る). ¶ 止まれ halt! stop! ¶ 兒がとまる zwanger worden. ¶ が止まる zijn stem kwijt zijn. ¶ に留まる de aandacht trekken. ¶ 停まらず zonder te stoppen.
shimau仕舞ふ
(仕舞う、終う、了う、藏ふ、蔵う) t.w. [終る] eindigen; ten einde brengen; i.w. een eind maken aan. t.w. (2) [藏する] wegbergen; opbergen. ¶ を讀んで了ふ een boek uitlezen. ¶ 試驗を仕舞ひました het examen is afgeloopen.
kugiru句切る

t.w. (1) [句讀] interpuncteeren; in zinnen verdeelen. i.w. leestekens plaatsen. t.w. (2) [止める] stoppen.

yasumu休む

i.w. (1) [休息] rusten. t.w. (2) [中止] ophouden; stoppen; pauzeeren. i.w. (3) [缺席] afwezig zijn. (4) [就寢] naar bed gaan; gaan slapen. ¶ 一日休む een dag vacantie nemen. ¶ 仕事を休む rusten van den arbeid. ¶ お休みなさい wel te rusten!; slaap lekker! ¶ 休め rust! ¶ 休む間もない geen tijd om te rusten.

unten運轉

(運転) zn. werking v.; beweging v.; loopen o.; circulatie v.; gang m. ¶ 運轉資本 kapitaal in circulatie; vlottend kapitaal. ¶ 運轉して居る aan den gang zijn; in beweging zijn; loopen. ¶ 運轉を止める stopzetten; stoppen. ¶ 運轉する drijven; laten loopen; behandelen; loopen; in beweging zijn. ¶ 資本を運轉する kapitaal gebruiken. ¶ 運轉臺 voordalcon van de tram. ¶ 電車運轉系統 tramdienst; loop der trams. ¶ 運轉力 beweegkracht. ¶ 運轉士 stuurman. ¶ 一等運轉士 eerste officier. ¶ 運轉手 chauffeur; motordrijver; bestuurder van de tram; motorist.

tsumeru詰める

t.w. (1) [閉塞する] versperren; afsluiten; blokkeeren. (2) [詰塞ぐ] opvullen; volstoppen; dichtstoppen. i.w. (3) [間を] opschikken; dichter opeen gaan zitten; (4) [押入る] dringen. t.w. (5) [短縮] inkrimpen; verkorten; verminderen. i.w. (6) [將棋] schaakmat zetten. ¶ 耳に綿を詰める watten in de ooren stoppen. ¶ 詰めて書く dicht op elkaar schrijven. ¶ 著物を詰める jas innemen. ¶ どうぞ今少しお詰め下さい wil u als het u belieft wat opschuiven; verzoeke wat op te schikken.

tsukamasu摑す

(掴ます) t.w. laten vasthouden; in de handen stoppen; smeren (賄賂を).

SUPPLEMENT (trefwoord)
misuteriiミステリー
(tevens: ミステリ;ミステリイ) (1) raadsel; mysterie; puzzel; onbegrijpelijke of wonderlijke zaak. (2) detective verhaal of roman. ¶ ミステリー・サークル een graancirkel. ¶ ミステリー小説 detectiveroman (推理小説). ¶ ミステリアス mysterieus. ¶ ビッグミステリー een groot raadsel. [2ch] ¶ 面白そうと思って一度は読み始めたものの、それぞれの理由で途中で読むのをやめてしまったミステリー作品挙げるスレです。 Een thread met mystery romans waarvan je dacht dat ze interessant zouden zijn en een keer in bent begonnen te lezen, [maar] om uiteenlopende redenen halverwege gestopt bent met lezen. [2ch]
pittariぴったり
(1) zonder tussenruimte; strak; nauw; naadloos; hermetisch. ¶ 全部ぴったり閉まってたのにどうやってそのに入ったんだろうMado wa zenbu pittari shimatte ta no ni, dō yatte sono neko wa ie no naka ni haittan darō. Dat ondanks dat alle ramen potdicht waren die kat toch is binnengekomen. Ik vraag me af hoe. ¶ はぴったりしたジーンズが好きですWatashi wa pittarishita jīnzu ga suki desu. Ik houd van strakke spijkerbroeken. (yamasv) (2) precies; exact. ¶ 2つの指紋がぴったり一致した。つまりが殺人犯だ。 Futatsu no simon ga pittari itchishita. Tsumari kare ga satsujinhan da. De twee vingerafdrukken zijn een exacte match. Dat betekent dat hij de moordenaar is. ¶ 日本電車いつもぴったりの時間来るNihon no densha wa itsu mo pittari no jikan ni kuru. Treinen in Japan zijn altijd precies op tijd. (yamasv) (3) past; past goed bij; geschikt [voor, om]. ¶ この料理はこのワインにぴったりだ。 Kono Ryōri wa kono wain ni pittari da. Dit gerecht past goed bij deze wijn. ¶ 温泉はリラックスするのにぴったりの場所だ。 Onsen wa rirakkususuru no ni pittari no basho da. Hete (natuur)baden zijn heel geschikte plaatsen om te ontspannen. (yamasv) ¶ その帽子彼女にぴったりだ。 Sono bōshi wa kanojo ni pittari da. Die hoed [muts, pet] staat haar precies goed. ¶ ぴったり合うどうか、この新調のを着てみなさいPittari au ka dō ka, kono shinchō no fuku wo kite minasai. Probeer eens of dit nieuwe pak goed past. (TTC) (4) opeens; plotsklaps (stoppen).
battariばったり
(bw, to-bw) (1) plotsklaps; opeens; plotseling. ¶ 雨がばったりやんだ。 Ame ga battari yanda. De regen stopte opeens. (yamasv) (2) stoppen of eindigen na lange tijd ¶ 彼は長年毎日のようにこのカフェに来ていたが、先月からばったり来なくなった。 Kare wa naganen mainichi no yō ni kono kafe ni kite ita ga, sengetsu battari konaku natta. Jarenlang kwam hij vrijwel elke dag naar dit [het] café, maar sinds vorige maand niet meer. (yamasv) (3) iemand onverwacht ontmoeten; iemand tegen het lijf lopen. ¶ 高校の先生と今日10年ぶりにばったり会った。 Kōkō no sensei to kyō jūnenburi ni battari atta. Ik kwam vandaag opeens na tien jaar een docent van de middelbare school tegen. (yamasv) (4) opeens neervallen; in elkaar storten. ¶ 彼はばったり倒れて、二度と立ち上がらなかった。 Kare wa battari taorete, nido to tachiagaranakatta. Hij viel opeens om en kwam niet meer overeind. (yamasv) (5) met een smak; met een plof. (ばったりと)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <stoppen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ストップする sutoppusuru (1) stoppen; tot een eind komen; ophouden; tot stilstand komen; tot staan komen; stilhouden; blijven stilstaan; halt houden; stilvallen; zich inhouden; (2) stopzetten; beëindigen; een eind maken aan; ophouden met; tot stilstand brengen; tot staan brengen; stilleggen; laten stilstaan; staken
トラップする torappusuru [voetb.] opvangen; stoppen
休む;息む yasumu (1) uitrusten; rusten; pauzeren; pauze houden; uitblazen; uitpuffen; op adem komen; rust houden; pozen; verpozen; er [een uurtje] uit breken; (2) slapen; gaan slapen; naar bed gaan; zich ter ruste begeven; zich te bed begeven; zich te bed leggen; zich ter ruste leggen; onder de wol kruipen; zijn bed opzoeken; het bed in rollen; erin duiken; erin gaan; [veroud.;bijbelt.] zich bedden; (3) wegblijven van; niet aanwezig zijn; niet verschijnen; niet bijwonen; afwezig zijn; absent zijn; niet opdagen; [m.b.t. een les] laten vallen; [m.b.t. een college] missen; [m.b.t. een les] overslaan; ontbreken [op de vergadering]; thuis blijven; vrijaf nemen; vrij nemen; een vrije dag opnemen; er even tussenuit gaan; [gezegd van winkel] gesloten zijn; [学校を] de school verzuimen; van school wegblijven; niet naar school gaan; zijn kat sturen; spijbelen; flansen; [Belg.N.] brossen; (4) [werk] onderbreken; [zijn werk] afbreken; neerleggen; ophouden [met werken]; stoppen; uitscheiden met; (af)nokken met; beëindigen; kappen; [zijn activiteiten tijdelijk] staken; tijdelijk een eind maken aan; (5) tot stilstand komen; ophouden; stilstaan [b.v. machines]; braak liggen; buiten bedrijf zijn; (6) herstellen [van een ziekte]; genezen; er weer bovenop komen; herstellen; weer bijkomen; de oude worden; weer gezond worden; aansterken
休止する kyuushisuru (1) doen stoppen; tot stilstand brengen; doen stilstaan; halt doen houden; onderbreken; stopzetten; ophouden met; staken; schorsen; opschorten; (2) stoppen; rusten; pauzeren; stilstaan; stilhouden; tot stilstand komen
停止する teishisuru (1) stoppen; stopzetten; een einde maken aan; opschorten; (tijdelijk) verbieden; [営業;支払いを] staken; onderbreken; buiten werking stellen; schorsen; suspenderen; [i.h.b.] onder embargo leggen; (2) stoppen; tot stilstand komen; een stop maken; halt houden; maken; [えんじんが] afslaan
停留する teiryuusuru stoppen; halt houden; stilstaan; [gew.] arrêteren
停車する teishasuru (1) [m.b.t. wagen;spoorwagen] tot stilstand brengen; (doen) stoppen; halt doen houden; (2) [m.b.t. wagen;spoorwagen] stoppen; tot stilstand komen; een stop maken; halt houden; maken; aandoen; (3) [m.b.t. verkeersreglement] stilstaan
入れ込む irekomu (1) iets proppen; stoppen; duwen; steken in; erin proppen; stoppen; duwen; steken; (2) [資金を~] investeren; ergens geld in steken; (3) warm lopen voor; opgaan in; zich storten op; zich passioneren voor; (4) enthousiast; opgewonden; geestdriftig zijn; [馬が~] staan te trappelen van ongeduld
切る kiru (1) knippen; afsnijden; afknippen; [先端を] afknotten; [あきれす腱を] scheuren; (2) fijnhakken; in stukjes snijden; (3) omhakken; (4) (een relatie) afbreken; (5) bekritiseren; (6) pauseren; stoppen; afbreken; (7) kaarten mengen; (8) de weg oversteken; (9) (het licht) uitdraaien; (de tv) uitzetten; (10) (een kraan) dichtdraaien; (11) (aan een stuur) draaien; (12) (de telefoon) ophangen
受け止める uketomeru (1) [ぼーるを] vangen; opvangen; onderscheppen; (2) [攻撃を] stuiten; tegenhouden; stoppen; afwenden; afweren; afslaan; weren; pareren; (3) [問題を] aanpakken; tegemoet treden; behandelen; reageren op; (4) [批判を] opnemen; opvatten; oppikken; beschouwen
句切る;区切る kugiru (1) verdelen; indelen; (2) interpuncteren; leestekens plaatsen; in zinnen verdelen; (3) afscheiden; afzonderen; (4) stoppen
埋める umeru (1) [土中に] begraven; ter aarde bestellen; bedelven; bestelpen; (2) [隙間を] opvullen; volstoppen; dichtstoppen; stoppen; dichtmaken; dempen; dichtgooien; vullen; aanvullen; [余白を] invullen; [歯を] plomberen; (3) [損失を] vergoeden; weer goed maken; compenseren; aanzuiveren; (4) [湯を水で] lauwen
塞ぐ fusagu (1) afsluiten; dichten; dichtmaken; afdichten; afstoppen; dichtgooien; toegooien; stoppen; vullen; dempen; plempen; dichtstoppen; verstoppen; toestoppen; toedammen; opvullen; opstoppen; opproppen; stremmen; versperren; [veroud.] sperren; blokkeren; belemmeren; obstrueren; (2) de handen voor [z'n ogen;oren;mond enz.] houden; met z'n handen afdekken; bedekken; (3) [de deur e.d.] sluiten; dichtdoen; toedoen; toesluiten; (4) [plicht e.d.] vervullen; doen; voldoen; volbrengen; betrachten; (5) [tijd;plaats e.d.] in beslag nemen; innemen; beslaan; bezetten; (6) versomberen; in de put raken; zich depri gaan voelen; depressief worden; ontmoedigd raken; mismoedig worden; terneergedrukt raken; gedeprimeerd raken; down raken
売り付ける uritsukeru aansmeren; aanlappen; aanplakken; [Belg.N.] opsolferen; tot aankopen dwingen; in de hand duwen; stoppen; in de maag splitsen; opschepen met; slijten aan
押し止める oshitodomeru tegenhouden; stoppen; staande houden; weerhouden; beletten
押し込む oshikomu (1) zich; elkaar verdringen; drommen; dringen; samendrommen; [Belg.N.] drummen; op een kluitje gaan staan; dicht op elkaar gaan staan; elkaar verduwen; (2) proppen; duwen; wurmen; stoppen; stouwen; vol duwen; volstoppen; volproppen; opvullen; opproppen; (in een kleine ruimte) persen; (3) opsluiten; wegstoppen; insluiten; kooien; gevangenzetten; [i.h.b.] consigneren
kaku (1) rang; klasse; stand; (2) regel; norm; voorschrift; (3) [taalk.] naamval; casus; (4) [log.] figuur; (a) essentie; wezen; (b) klasse; stijl; (c) stramien; norm; kader; standaard; regel; (d) doorgronden; (e) stoppen; fixeren; (f) aanpakken; slaan; (g) [spraakk.] naamval; casus
止まる;停まる tomaru (1) stoppen; tot stilstand komen; tot staan komen; stilhouden; blijven stilstaan; halt houden; stilvallen; zich inhouden; ophouden; tot een eind komen; (2) uitvallen; verbroken worden; [m.b.t. motor] afslaan; [m.b.t. motor] stokken; het begeven; het laten afweten; ophouden; (3) [m.b.t. vogels] roesten; pleisteren; zich ophouden; aanleggen; neerstrijken; neerkomen; landen; gaan zitten
止む;已む;罷む yamu ophouden; tot een eind komen; stoppen; ten einde lopen; aflopen; er komt een einde aan ~; het loopt af met ~; [m.b.t. vuur] uitgaan; [m.b.t. wind] luwen; gaan liggen; [m.b.t. klanken] wegsterven; wegvallen; [m.b.t. pijn] overgaan; weggaan; over zijn; een einde vinden
止める todomeru (1) stoppen; tot staan brengen; tegenhouden; onderscheppen; intercepteren; ophouden; beletten verder te gaan; [原級に] doen zittenblijven; (2) laten blijven; laten logeren; verblijf doen houden; (3) achterlaten; nalaten; [記録に] optekenen; vastleggen; registreren; vasthouden; onthouden; bewaren; prenten; (4) handhaven; houden; in stand houden; [原形を] behouden; (5) […に~] beperken; limiteren; binnen de perken houden; in bedwang houden; (6) [心を] concentreren; fixeren; (7) het erbij laten; afbreken; een voortijdig einde maken aan; discontinueren; (8) de genadeslag geven
止める;停める tomeru (1) stoppen; stopzetten; stilleggen; stilhouden; laten stilstaan; stillen; stuiten; tot stilstand brengen; stilzetten; tot staan brengen; parkeren; stallen; [aan de kant enz.] zetten; neerzetten; arrêteren; [de dief enz.] houden; een halt toeroepen; een punt zetten achter ~; een einde maken aan [een ruzie enz.]; ophouden; stremmen; [de aanvoer enz.] staken; afbreken; afsnijden; [een paard enz.] tegenhouden; vasthouden; aanhouden; inhouden; keren; [fig.] afdammen; [m.b.t. geluid;pijn] weren; ophouden; stelpen; (2) [het licht enz.] uitdoen; uitschakelen; [m.b.t. gas;water;radio] uitdraaien; dichtdraaien; afsluiten; uitzetten; afzetten; [de stroom] afbreken; afsnijden; (3) [m.b.t. inflatie enz.] bedwingen; beheersen; afremmen; beteugelen; breidelen; in toom houden; in bedwang houden; intomen; [de groei enz.] belemmeren; (4) beletten; verhinderen; verbieden; voorkomen; ontzeggen; verhoeden
shi (a) halt houden; roerloos blijven; (b) activiteit staken; stoppen; ophouden; (c) gedrag; houding
無敵の mutekino ongeëvenaard; niet te evenaren; weergaloos; onvergelijkelijk; … zonder weerga; onoverwinnelijk; niet te verslaan; stuiten; stoppen
着ける tsukeru (1) aanleggen; [scheepv.] (af)meren; (aan de wal) vastleggen; vastmaken; stilhouden; stoppen; parkeren; [aan de kant enz.] zetten; [i.h.b.] voorrijden (tot aan ~); (2) doen raken; ertegenaan brengen; in aanraking brengen met; [de eerste hand enz.] leggen aan; (3) [iem. in een bep. positie] brengen; plaatsen; zetten; doen zitten; doen plaatsnemen; zitting doen nemen in; (4) aantrekken; aandoen; zich [in het zwart enz.] steken; zich kleden; [een lint in het haar enz.] steken; [een broche enz.] opsteken; [m.b.t. masker] opzetten; aanbrengen; (5) zich eigen maken; zich verwerven; aanleren
立ち止まる;立ち留まる tachidomaru blijven stilstaan; blijven staan; halt houden; stoppen; tot stilstand komen; tot staan komen; stilhouden
終える oeru (1) eindigen; aflopen; ophouden; stoppen; (2) beëindigen; ten einde brengen; eindigen; afmaken; afdoen; afwerken; voltooien; voleinden; completeren; een einde maken aan; volbrengen
絶える taeru (1) ophouden; tot een eind komen; een einde nemen; stoppen; eindigen; aflaten; [i.h.b.] uitgeput raken; opraken; (2) ophouden te bestaan; z'n bestaan eindigen; uitsterven
繕う tsukurou (1) herstellen; repareren; maken; verstellen; oplappen; lappen; stoppen; opkalefateren; (2) in orde brengen; rechttrekken; fatsoeneren; (3) verbloemen; verdoezelen; [体裁を;手前を] redden
詰める tsumeru (1) [op zijn post] blijven; zich paraat houden; op wacht staan; posten; (2) vullen (met); [koffers enz.] pakken; opvullen (met); stoppen; volstoppen; dichtstoppen; proppen; toeproppen; stouwen; [tandh.] plomberen; (3) (nauwer) doen aansluiten; dicht(er) opeen doen staan; zitten; dichter bij elkaar plaatsen; doen aanschikken; doen opeenpakken; aanhalen; (4) inkorten; verkorten; korter maken; bekorten; korten (met); afkorten; [m.b.t. kledingstuk] inleggen; [m.b.t. voorsprong;afstand] verkleinen; verminderen; [op de uitgaven enz.] besnoeien; bezuinigen; [de uitgaven enz.] beperken; inperken; [m.b.t. adem] inhouden; [m.b.t. vinger] knotten; (5) een eind maken aan [een discussie enz.]; beëindigen; afwikkelen; afronden; z'n beslag geven; ten einde brengen; de laatste hand leggen aan; (6) (onverdroten; onafgebroken; ononderbroken; continu; doorlopend; non-stop; de hele tijd; aanhoudend; constant) blijven ~; (geconcentreerd; ingespannen; intensief; intens) bezig zijn met ~; (7) schaak geven; schaak zetten; (schaak)mat zetten; (schaak)mat geven
足を止める;足を留める ashiwotomeru (1) halt houden; halt maken; stilstaan; stoppen; blijven staan; [gew.] arrêteren; (2) pauzeren; pauze; rust houden
踏み止まる fumitodomaru (1) blijven staan; stoppen; geen voet verzetten; zich niet verroeren; op z'n plaats blijven; stelling nemen; (2) standhouden; volhouden; zich handhaven; zich staande houden; het uithouden; zich inhouden; (3) toch maar blijven; achterblijven; [地位に] aanblijven
途絶える;跡絶える todaeru ophouden; tot een eind komen; stoppen; tot stilstand komen; stilvallen
阻止する;沮止する soshisuru stoppen; tegenhouden; blokkeren; verhinderen; weerhouden; in de weg staan; beletten; stuiten
静止する seishisuru stilvallen; tot stilstand komen; stoppen; ophouden; stokken; vastlopen; stagneren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.52 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 34 treffers (zoekopdracht: 'stoppen'). 
2005-2026