日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘plannen’
日蘭辭典 (trefwoord)
yashin野心
zn. hebzucht v.; agressieve bedoelingen v.mv.; eerzuchtige plannen o.mv.; begeerigheid v. ¶ 蘭領印度に對して野心を懷く begeerige ogen slaan op Nederlandsch Indië; agressieve bedoelingen koesten [sic] ten aanzien van Nederlandsch Indië.
yabō野望
keikaku計畫
(計画) zn. (1) [計畫] plan o.; programma o.; onderneming v. (2) [考へ] overweging v. ¶ 計畫中 in overweging. ¶ 計畫する in overweging nemen; plan maken; ondernemen; entameeren.
kuwadateru企てる

i.w. (1) [計畫] plan maken. t.w. (2) [實施] ondernemen; trachten; op touw zetten. i.w. poging doen. ¶ 陰謀を企てる samenspannen; booze plannen smeden.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <plannen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
予定する yoteisuru plannen; zich voornemen; programmeren; ramen
企てる kuwadateru plannen; beramen; smeden; van plan zijn; van zins zijn; bekokstoven; bekonkelen; in de zin hebben; het erop aanleggen; aanstichten; ondernemen; wagen; een poging doen tot; proberen
企図する kitosuru (1) plannen; van plan zijn; van zins zijn; [Belg.N.] zinnens zijn; voorhebben; zich voornemen; beramen; het erop aanleggen; uitstippelen; beogen; op het oog hebben; in overweging hebben; (2) ondernemen; wagen; een poging doen tot; proberen; pogen
企画する kikakusuru plannen; ontwerpen
共謀する kyoubousuru samenzweren; complotteren; conspireren; intrigeren; een complot smeden; plannen; gemene zaak maken met iem.; samenspannen; onder één hoedje spelen met iem.
図る hakaru (1) plannen; beramen; beogen; het aanleggen op; streven naar; nastreven; (2) pogen; proberen; een poging doen tot; (3) verwachten; rekening houden met; rekenen op; voorzien
工夫する kufuusuru (1) iets uitvinden; uitdenken; ontwerpen; ontdekken; (2) een plan bedenken voor; plannen; een concept maken voor; (3) een middel bedenken voor; een methode bedenken voor; (4) op een goed idee komen; een goede vondst doen
意図する itosuru van plan zijn; plannen; de bedoeling hebben; van zins zijn
抱負 houfu ambitie; plannen; aspiraties
shi (a) vertakking; vertakken; afsplitsen; (b) uiteenvallen; zich verspreiden; (c) uitgeven; (d) plannen; (e) steunen; (f) blijven steken; hinder; (g) [astrol.] twaalf astrologische tekens; (h) [afkorting van Shina 支那 (China)]
案じる anjiru (1) zich zorgen maken over; inzitten over; zich ongerust maken over; zich bekommeren over; [Barg.] zich mies maken over; (2) uitdenken; bedenken; ontwerpen; uitkienen; plannen
案ずる anzuru (1) uitdenken; bedenken; verzinnen; uitvinden; ontwerpen; uitkienen; plannen; (2) zich zorgen maken over; bezorgd zijn om; zich ongerust maken over; inzitten over; (3) nadenken over; overwegen; van nabij onderzoeken; op de keper beschouwen
画する kakusuru (1) [ー線を] trekken; [i.h.b.] tekenen; schrijven; pennen; penselen; (2) afbakenen; afgrenzen; begrenzen; demarqueren; markeren; (3) plannen; beramen
目論む mokuromu plannen; een plan beramen; ontwerpen; uitstippelen; plannen maken; uitdenken; bedenken; zich voorstellen; zich indenken; van plan zijn; de intentie hebben; overwegen; beogen; in gedachten hebben; voorhebben
立案する ritsuansuru (1) plannen; een plan maken; beramen; formuleren; (2) ontwerpen; in klad opstellen; in schets brengen
策謀する sakubousuru intrigeren; plannen; een complot smeden; kuipen; samenzweren
経営する keieisuru (1) beheren; besturen; leiden; (2) ondernemen; (3) ontwikkelen; ontginnen; exploiteren; (4) programmeren; plannen; uitwerken; een project uitwerken
計る hakaru (1) meten; opmeten; uitmeten; afmeten; [de temperatuur;de tijd enz.] opnemen; [de maat e.d.] nemen; [de grootheid enz.] bepalen; berekenen; uitrekenen; (2) peilen; schatten; polsen; [fig.] sonderen; gronden; raden; inschatten; [ook fig.] taxeren; hoogte nemen; opnemen; opmaken; ramen; begroten; calculeren; (3) plannen; beramen; beproeven; (4) bedriegen; bedotten; beetnemen
計画する keikakusuru (1) plannen maken; plannen; programmeren; ondernemen; projecteren; (2) in overweging nemen; overwegen; wikken en wegen; overdenken
設ける moukeru (1) voorbereiden; klaarmaken; gereedmaken; in gereedheid brengen; voorzien in; plannen; (2) aanmaken; opstellen; ontwerpen; vormen; oprichten; opzetten; organiseren; op touw zetten; inrichten; stichten; vestigen; instellen; (3) [妻;夫;義理の親;子供を] krijgen; (4) [病気を] oplopen; opdoen; [gew.] halen; (5) [利潤を] behalen; genieten; oogsten
謀議する bougisuru intrigeren; plannen; een complot smeden; complotteren; samenzweren; samenspannen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.62 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'plannen'). 
2005-2026