日蘭辭典+

40 resultaten voor ‘ten’
日蘭辭典 (titelwoord)
ten
zn. (1) [] hemel m. (2) [天國] de Hemel m. (3) [天命] voorbeschikking v. (4) [上部] top m. ¶ に誓ふ den Hemel tot getuige roepen; zweren. ¶ を畏れる God vreezen; godvruchtig zijn. ¶ hemelsch. ¶ 與え zegening des Hemels; gave Gods. ¶ に hemelwaarts; ten hemel. ¶ なりなり Gods wil geschiedde.
日蘭辭典 (trefwoord)
ashikarazu惡しからず
(悪しからず) neem mij niet kwalijk; duid mij niet euvel; houd mij ten goede.
ataeru與へる
(与える) t.w. (1) [贈與] ten geschenke geven; schenken. (2) [授與] geven; verleenen; toestaan. (3) [分與] uitdeelen. (4) [供給] verschaffen. (5) [蒙らす] bezorgen; geven;
agekuni揚句に
(挙句に・揚げ句に) vw. & bw. (1) [終に] ten slotte; per slot van rekening. (2) [且又] bovendien. ¶ 揚句の果に en alsof dat nog niet genoeg was......
yashin野心
zn. hebzucht v.; agressieve bedoelingen v.mv.; eerzuchtige plannen o.mv.; begeerigheid v. ¶ 蘭領印度に對して野心を懷く begeerige ogen slaan op Nederlandsch Indië; agressieve bedoelingen koesten [sic] ten aanzien van Nederlandsch Indië.
owasu負はす
(負わす) t.w. (1) [擔はす] een ander doen dragen. (2) [負擔さす] beschuldigen; ten laste leggen. ¶ 傷を負はす wond toebregen.
kotogotoku悉く

bw. geheel; zonder uitzondering; door en door; ten volle.

kudasu下す、降す

t.w. (1) [おろす] neerlaten; naar beneden laten gaan. (2) [與へる] geven; schenken. (3) [命令] uitvaardigen. (4) [敵を] ten onder brengen. i.w. (5) [腹を] purgeeren; laxeeren. ¶ 讀み下す doorlezen. ¶ 書き下す neerschrijven. ¶ 品質を下す kwaliteit verminderen. ¶ 川に筏を下す een vlot de rivier laten afzakken.

kureru暮れる

i.w. (1) [夜になる] donker worden; beginnen te schemeren. (2) [終る] ten einde loopen; eindigen; afloopen. ¶ 泪に暮れる in tranen zijn. ¶ 全く途方に暮れる niet meer weten, wat te doen; geen uitweg meer zien.

kussuru屈する

i.w. (1) [曲る] buigen. (2) [屈從] buigen; bukken; toegeven. t.w. (3) [曲げる] buigen. (4) [屈服さす] doen buigen; doen bukken; ten onder brengen; tot toegeven dwingen. ¶ 指を屈する op de vingers aftellen.

-zukudeづくで

bw. door middel van; dank zij; ten gevolge van; op grond van. ¶ 勉强づくで door ijverige studie.

zōteisuru贈呈する

(贈呈する) t.w. ten geschenke aanbieden.

zettaisetsumei絶體絶命

(絶体絶命) zn. wanhopige toestand m.; uiterste o. ¶ 絶體絶命になる geen raad meer weten; ten einde raad zijn; wanhopig zijn.

zenzen全然

bw. geheel; totaal; volkomen; volledig; volstrekt; ten eenen male.

zenshin全身

zn. het geheele lichaam o.; bw. ten voeten uit. ¶ 全身畫 portret ten voeten uit. ¶ 全身に van top tot teen; over het geheele lichaam. ¶ 全身これ愛 zij is één en al liefde.

zen

zn. geheel o.; totaal o.; bn. geheel; totaal; compleet. ¶ 全會員 alle leden. ¶ 全三尺 ten volle drie voet. ¶ 全財產 alle bezittingen. ¶ 全帝國 het geheele rijk.

zen

zn. goedheid v.; het goede o. ¶ 善を行ふ het goede doen. ¶ 善は終に惡に勝つ het goede overwint op den duur; ten slotte wordt de deugd beloond. ¶ 善は急げ smeed het ijzer als het heet is. ¶ 惡に報ゆるに善を以てする kwaad met goed vergelden.

yōsui用水

zn. water ten gebruike o.; regenwater o. ¶ 用水池 waterreservoir. ¶ 用水桶 regenbak; regenton; waterton.

yome

zn. bruid v.; jonge vrouw v.; schoondochter (息子の妻) v. ¶ 嫁を取る gaan trouwen. ¶ 嫁にやる uithuwelijken; ten huwelijk geven.

yobun餘分

(余分) zn. overschot o.; teveel o.; overbodige o. ¶ 餘分の overtollig; extra. ¶ 餘分に overtollig; te veel; ten overvloede. ¶ 餘分になる over zijn; te veel zijn; overschieten.

yattoやつと

bw. (1) [遂に] ten slotte; op het laatst. (2) [骨折つて] met veel moeite. (3) [辛うじて] ternauwernood; nauwelijks; op het nippertje.

yo

zn. (1) [世間] wereld v. (2) [時代] tijdperk o.; tijd m.; eeuw v. (3) [生涯] leven o. (4) [公衆] het publiek o. ¶ 此世 deze aardsche wereld. ¶ あの世 het hiernamaals. ¶ 世を渡る vooruitkomen in de wereld. ¶ 世に厭ふ levensmoede zijn. ¶ 世に知られぬ onbekend. ¶ 世に後れる bij zijn tijd ten achter zijn; niet met den tijd meegaan. ¶ 世を早くする jong sterven. ¶ 世が惡い de tijden zijn slecht. ¶ 德川の世に onder de regeering der Tokugawa's. ¶ 世を驚かす de wereld verstomd doen staan. ¶ 世に合ふ in de smaak vallen van het publiek.

uchihorobosu打亡す

t.w. vernietigen; ten onder brengen.

tsureko連子

zn. stiefkind o.; kind, dat mede ten huwelijk wordt gebracht.

tsumari詰り

(詰まり) zn. einde o.; bw. ten slotte; waar het op neerkomt; eigenlijk; om kort te gaan; in ’t kort.

tsukiru盡きる

(尽きる) i.w. uitgeput zijn; afgeloopen zijn; ten einde zijn. ¶ 盡きせぬ onuitputtelijk.

tsukaikomi使込

(使い込み) zn. verduistering v.; onrechtmatig gebruik ten eigen bate. ¶ 使込む verduisteren; onrechtmatig ten eigen bate gebruiken (私消); gewend zijn om te gebruiken (使馴れる).

tsui-ni遂に
tsugi

zn. volgende m., v. & o. ¶ 次の volgend. ¶ 次に vervolgens; ten vervolge; daarna; voorts; in de tweede plaats. ¶ 此次に den volgenden keer. ¶ 次の月曜 aanstaanden maandag. ¶ 次に位する in de tweede plaats komen; volgen op. ¶ 其の次は wat volgt dan?; wat komt hierna? ¶ 次の如し als volgt.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ten>
ten (1) ceremonie; rite; viering; (2) principe; regel; (3) [ritsuryō] derde vicegouverneur; (a) belangrijk geschrift; (b) regel; wet; (c) autoriteit; model; (d) ceremonie; (e) beheren; (f) verpanding
ten (1) hemel; lucht; firmament; uitspansel; (2) hemel; empyreum; (3) Hemel; God; Voorzienigheid; Providentie
ten (1) -tentoonstelling; -expositie; (a) uitslaan; openvouwen; (b) uitstallen; tentoonspreiden; (c) zich ontwikkelen; (d) uitkijken over; (e) tentoonstelling; (f) omrollen
ten -winkel; -handel; -zaak [als tweede lid in samengestelde meishi]
押して oshite (1) met klem; met dwang; (2) dwingerig; opdringerig; (3) […を~] ondanks; in weerwil van; niettegenstaande; ten; in spijt van
ten (1) punt; stip; stippel; [als decimaalteken] komma; [Lat.] punctum; (2) puntje; stipje; tittel; [op letterteken;veroud.] tip; (3) punctuatie; interpunctie; interpunctieteken; [taalk.;veroud.] sluitteken; (4) punt; waarderingspunt; waarderingscijfer; cijfer; [m.b.t. een Japans dichtwerk] waarderingsteken; (5) punten; score; [voetbal] doelpunt; treffer; [cricket;honkbal] run; (6) punt; kwestie; opzicht; standpunt; gezichtspunt; oogpunt; (7) [maatwoord voor punten;runs]; (8) [maatwoord voor stuks;artikelen]
第一 daīchi (1) belangrijkste ~; voornaamste ~; grootste ~; hoofd-; primair; ~ nummer een; leidend; (2) eerst(e); aanvangs-; begin-; (3) in de eerste plaats; om te beginnen; in eerste instantie; ten; als eerste; primo; voorop; bovenal; vooral; vóór alles; in elk geval; eigenlijk
貂;黄鼬;テン ten [dierk.] marter; Martes melampus
ten (1) klankverandering; verbastering; (2) [Chin.lett.] zhuǎn; wending [= derde regel van een juéjù 絶句]; (a) rollen; omrollen; wentelen; (b) omvallen; omslaan; (c) overgaan; verlopen; (d) veranderen; (e) derde regel van een juéjù; (f) [boeddh.] soetra's lezen; een soetra-fragment reciteren
ten [fig.] bliksem-; blitz-
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.26 sec. jiten.nl: 30 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'ten'). 
2005-2026