日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘plegen’
日蘭辭典 (trefwoord)
hataraku働く
i.w. (1) [勞働] arbeiden; werken. (2) [骨折る] zich inspannen. t.w. (3) [犯す] plegen; begaan; doen. ¶ 働いて居る aan het werk zijn. ¶ 生計の働く werken voor zijn brood. ¶ 惡事働く misdaden begaan.
seppuku切腹
zn. harakiri (日本語). ¶ 切腹する harakiri plegen; zelfmoord plegen door zich een zwaard in den buik te steken.
bōkō暴行

zn. geweld o.; geweldpleging v. ¶ 暴行する geweld plegen; wreedheden begaan.

yusuri强請

(強請) zn. afdreiging v.; chantage v. ¶ 强請る onder bedreiging eischen; afdreigen; chantage plegen; afpersen.

uragiri裏切

zn. verraad o. ¶ 裏切者 verrader. ¶ 裏切る verraad plegen; verraden. ¶ 豫想を裏切る verwachting logenstraffen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <plegen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
万引する manbikisuru winkeldiefstal(len) plegen; stelen uit een winkel; geldlade; ladelichten; [scherts.] proletarisch winkelen; [Barg.] ezeltje piepen
仕出かす shidekasu [pej.] doen; begaan; bedrijven; aanrichten; uithalen; plegen
侵犯する shinpansuru [領土を] binnenvallen; een inval doen in; binnendringen; [権利を] schenden; inbreuk maken; plegen; doen op; geweld aandoen; met voeten treden
働く hataraku (1) werken; arbeiden; fungeren (als); (2) goed functioneren; (de gewenste) uitwerking hebben; werken; resultaat geven; (3) invloed uitoefenen; van invloed zijn; beïnvloeden; werken (op); van kracht zijn; gelden; (4) [taalk.] vervoegd worden; geconjugeerd worden; een vervoeging hebben; (5) berokkenen; plegen; begaan; uithalen; bedrijven
妨害する bougaisuru storen; verstoren; hinderen; verhinderen; belemmeren; dwarsbomen; tegenhouden; ophouden; in de weg staan; obstrueren; obstructie voeren; plegen; blokkeren; onderbreken; verijdelen; roet in het eten gooien; [uitdr.] stokken in de wielen steken; [uitdr.] een spaak in het wiel steken; [uitdr.] iem. de voet dwars zetten; [uitdr.] iem. in de wielen rijden; [i.h.b.] saboteren; [i.h.b. muz.] jammen
振う;奮う;揮う furuu (1) [暴力を] plegen; gebruiken; aanwenden; laten gelden; [権力を] uitoefenen; hanteren; voeren; [刀を] zwaaien; wuiven; schudden; [手腕を] tentoonspreiden; demonstreren; aan de dag leggen; (2) [勇気を] scheppen; vatten; verzamelen; bij elkaar schrapen; (3) gedijen; tieren; welvaren; bloeien; floreren; welvarend zijn; voorspoedig zijn; succes hebben; het goed doen
為す;成す nasu (1) doen; bedrijven; begaan; plegen; beoefenen; verrichten; voeren; betrachten; (2) [van emoties: bang;boos;woest enz.] worden; (3) [fortuin;naam] maken; [zijn doel] verwezenlijken; vormen; uitmaken; (4) x tot y maken; er ~ van maken
su (1) zijn; bestaan; (2) zich voordoen; gebeuren; voorkomen; voorvallen; (3) doen; verrichten; bedrijven; (4) […~] doen; plegen; (5) in een bep. toestand brengen; maken tot; (6) […~] beschouwen; vinden; achten
物々交換する;物物交換する butsubutsukoukansuru ruilen; ruilhandel drijven; plegen; barteren; troqueren
犯す okasu (1) [m.b.t. zonde;ondeugd;misdrijf;wandaad etc.] begaan; plegen; [iets slechts of nadeligs] doen; (2) schenden; verbreken; overtreden; inbreuk maken op; zich niet houden aan; met voeten treden; (3) trotseren; uitdagen; in de wind slaan; negeren; zich niets aantrekken van; (4) aanranden; aanvallen; verkrachten; onteren; te na komen
盗作する tousakusuru plagiëren; plagiaat bedrijven; plegen; naschrijven; uit een boek stelen
遣らかす yarakasu (1) doen; flikken; begaan; bedrijven; plegen; (2) eten; nuttigen; (3) drinken; tot zich nemen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'plegen'). 
2005-2026