日蘭辭典+

38 resultaten voor ‘verwachting’
日蘭辭典 (trefwoord)
kibō希望

zn. (1) [] hoop v. (2) [豫期] verwachting v. (3) [所望] bedoeling v.; wensch m.; verlangen o. ¶ の希望して in de hoop op; met de bedoeling om. ¶ 希望を棄てる de hoop opgeven. ¶ 希望に副う aan de verwachting beantwoorden. ¶ 希望する hopen; wenschen; verlangen; verwachten. ¶ 希望者 sollicitant. ¶ 希望者は自身來訪ありたし sollicitanten gelieven zich persoonlijk te vervoegen bij......

ate
(当て) zn. (1) [信賴] vertrouwing v. (2) [目的] doel o. (3) [期待] verwachting v.; hoop v. (4) [手掛り] leidraad m. ¶ 當になる betrouwbaar; geloofwaardig. ¶ 當もなく doelloos. ¶ 當が外れる zijn doel missen; teleurgesteld worden. ¶ 當にする vertrouwen op. ¶ を當にして op grond van.
ategoto當事
(当て事) zn. hoop v.; verwachting v.
ninshin妊娠
zn. zwangerschap v.; bevruchting (受胎) v. ¶ 不染妊娠 onbevlekte ontvangenis. ¶ 妊娠する zwanger worden. ¶ 妊娠せる zwanger; (俗) in blijde verwachting; in gezegende omstandigheden.
igai意外
bw. buiten verwachting; boven verwachting; onverwachts; toevallig. ¶ 意外onverwachtsch; onverwacht; toevallig; onvermoed; onverhoopt. ¶ 意外の事 verrassing. ¶ 意外愉快 onverhoopt genoegen. ¶ 意外結果 onverwacht resultaat; onvoorzien gevolg.
zokusuru屬する

(属する) i.w. behooren tot; vallen onder; ondergeschikt zijn aan; t.w. belasten met; opdragen; toevertrouwen. ¶ 我に屬する權利 mijne bevoegdheid. ¶ 英國に屬して居る onder Engelsch bewind staan. ¶ 望を屬する veel verwachting hebben van; vertrouwen stellen in.

zongai存外

bw. buiten verwachting; onverwacht. ¶ 存外惡い slechter dan men gedacht had.

yotei豫定

(予定) zn. voorafgaande afspraak v.; verwachting v.; plan o. ¶ 豫定案 programma. ¶ 豫定の vooraf vastgesteld; afgesproken; verwacht; geschat; geraamd. ¶ 豫定する vooruit bepalen; vooraf vaststellen; afspreken; ramen; schatten. ¶ 豫定保險證券 open polis.

yosō豫想

(予想) zn. veronderstelling v.; verwachting v. ¶ 豫想高 raming. ¶ 豫想外 onverwacht; onvoorzien. ¶ 豫想する veronderstellen; verwachten; voorspellen.

yoki豫期

(予期) zn. verwachting v.; vooruitzicht o.; voorspelling v. ¶ 豫期の verwacht. ¶ 豫期する verwachten; voorspellen; rekenen op; hopen op. ¶ 豫期せざる onverwacht; onvoorzien.

uragiri裏切

zn. verraad o. ¶ 裏切者 verrader. ¶ 裏切る verraad plegen; verraden. ¶ 豫想を裏切る verwachting logenstraffen.

tsumori積り

zn. (1) [心組] bedoeling v. (2) [目的] doel o. (3) [見込] verwachting v.; vooruitzicht o. (4) [見積] raming v.; berekening v.; schatting v.; begrooting v. ¶ …¶ の積で om; in de hoop; naar schatting. ¶ 積違 misrekening; bedrogen verwachting. ¶ 積書 raming; schriftelijke begrooting.

SUPPLEMENT (trefwoord)
tekkiriてっきり
bw. (spreektaal) een stellige verwachting; gebruikt wanneer een aanname tegen verwachting in niet uitkomt (gewoonlijk in een zin met vormen van ‘ik dacht’ als 思ってた of 思いこんでた). ¶ てっきり日本語が話せると思ってた。 Tekkiri, kare wa nihongo ga hanaseru to omotte ta. Ik dacht dat hij Japans kon. ¶ てっきり今日彼女誕生日だと思ってた。 Kyō ga kanojo no tanjōbi da to omotte ta. Ik zou zweren dat het haar verjaardag was vandaag. ¶ てっきりあなた我々といっしょに来られるものと思っていました。 Tekkiri anata ga wareware to issho ni korareru mono to omotte imashita. Ik had aangenomen dat je met ons mee zou komen. (TTC) (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verwachting>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あらまし aramashi (1) grote lijnen; hoofdgedachte; teneur; samenvatting; (2) verwachting; schatting; raming; (3) grosso modo; in grote trekken; grof geschetst; grofweg; ruwweg; ongeveer; nagenoeg; bijna
予想 yosou verwachting; afwachting; vooruitzicht; anticipatie; schatting; raming
予期 yoki verwachting; afwachting; anticipatie
公算 kousan waarschijnlijkheid; probabiliteit; aannemelijkheid; kans; verwachting
前途 zento (1) toekomst; vooruitzicht; verwachting; mogelijkheden; (2) verdere reis; verder traject; [m.b.t. treinkaartje] verdere rit
yume (1) droom; droombeeld; dagdroom; fantasiebeeld; verbeelding; dromerij; rêverie; luchtkasteel; (2) iets vergankelijks; iets ijdels; iets leegs; iets loos; iets vergeefs; iets onwezenlijks; (3) waan; illusie; waanvoorstelling; waandenkbeeld; hersenschim; waanidee; chimère; (4) wensbeeld; wensdroom; (schone) verwachting; vrome hoop; utopie
好み;好 konomi (1) smaak; persoonlijke voorkeur; voorliefde; neiging; zwakheid; (2) neiging; drang; tendens; inclinatie; geneigdheid; (3) keuze; het kiezen; optie; voorkeur; preferentie; pré; (4) hoop; verwachting; wens; verlangen; (5) mode; trend; vogue; (6) [ton.] stijl in navolging van bepaald acteur
展望 tenbou (1) uitzicht; gezicht; (2) vooruitzicht; verwachting; kansen; aspect; (3) kijk; visie; opvatting; zienswijze; mening; observatie
当て ate (1) doel; streefdoel; bedoeling; oogmerk; plan; (2) verwachting; vooruitzicht; uitzicht; mogelijkheid; (3) betrouwbaarheid; vertrouwen; krediet; geloofwaardigheid
心積もり kokorozumori (1) verwachting; berekening; anticipatie; (2) paraatheid; mentale voorbereiding
思し召し oboshimeshi (1) uw mening; idee; inzicht; opinie; gedachte; (2) uw oordeel; discretie; beschikking; (3) uw goeddunken; believen; verlangen; wens; verwachting; wil; bedoeling; (4) goedheid; vriendelijkheid; welwillendheid; gunst; (5) voorliefde; genegenheid; voorkeur; smaak; neiging; interesse
思惑 omowaku (1) verwachting; inschatting; voorspelling; (2) bedoeling; oogmerk; intentie; hoop; voornemen; motief; (3) bijbedoeling; verborgen; geheime agenda; achterliggende gedachte; (4) wat anderen over iemand denken; andermans waardering; dunk; (5) [beurst.] marktvoorspelling; speculatie
想定 soutei (1) veronderstelling; hypothese; onderstelling; aanneming; (2) verwachting; anticipatie
okite (1) regel; voorschrift; wet; gebod; bepaling; verordening; statuut; (2) maatregel; beschikking; instructie; (3) regeling; behandeling; omgang; procedure; regelgeving; reglement; code; (4) overeenkomst; afspraak; (5) verwachting; plan; voornemen; (6) houding; stemming; instelling; gemoedsgesteldheid; (7) lot; bestemming
望み;望 nozomi (1) hoop; verwachting; [meton.;veroud.] betrouwen; (2) wens; verlangen; believen; (3) vooruitzicht; kans; veelbelovendheid; beloftevolheid
期待 kitai verwachting; hoop; afwachting
ki (1) periode; (2) anticipatie; verwachting; (3) tijdperk; tijdvak; (4) tijdstip
an (1) plan; idee; voorstel; (2) ontwerp; concept; klad; schets; (3) plan; opzet; verwachting; beraming; (4) lessenaar; lezenaar; tafel; (5) voorzichtigheid; verstand; (6) [maatwoord voor plannen;ideeën]
楽しみ;愉しみ;楽 tanoshimi (1) plezier; pret; vreugde; vermaak; amusement; aardigheid; leukheid; genot; geneugte; schik; lust; genoegen; behagen; [veroud.] verlustiging; leut; (2) verwachting; hoop; blijdschap; [form.] verheugenis; verheuging; dat waar iem. naar uitkijkt; uitziet
目処 medo (1) doel; streefdoel; oogmerk; bedoeling; (2) vooruitzicht; verwachting; perspectief; hoop; (3) [針の] oog
眼鏡 megane (1) bril; oogglas; fok; [Barg.] glinster; (2) inzicht; verwachting
積り;積もり;積;心算 tsumori (1) voornemen; intentie; plan; bedoeling; opzet; oogmerk; van zins ~; [veroud.] voorhebben; (2) verwachting; overtuiging; (onder de) indruk (dat); (in de ) veronderstelling (dat); (3) zich wijsmakend dat ~; zich inbeeldend dat; als ware ~; (4) raming; schatting; (5) laatste glaasje op een receptie; afzakkertje
見当 kentou (1) doel; doelwit; doeleinde; mikpunt; (2) richting; (3) verwachting; vooruitzicht; perspectief; (4) schatting; raming; begroting; taxatie; (5) veronderstelling; onderstelling; vermoeden; hypothese; presumptie; (6) circa ~; ongeveer ~; om en bij de ~; rond de ~; in de buurt van ~; bij benadering ~
見込み mikomi (1) hoop; belofte; verwachting; anticipatie; (2) kansen; waarschijnlijkheid; vooruitzicht(en); (3) inzicht; inschatting
見通し mitooshi (1) vergezicht; weids uitzicht; panorama; (2) vooruitzicht; verwachting; aspect; (3) doorzicht; inzicht; begrip
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.72 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'verwachting'). 
2005-2026