RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verwachting>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
あらまし aramashi (1) grote lijnen; hoofdgedachte; teneur; samenvatting; (2) verwachting; schatting; raming; (3) grosso modo; in grote trekken; grof geschetst; grofweg; ruwweg; ongeveer; nagenoeg; bijna
予想 yosou verwachting; afwachting; vooruitzicht; anticipatie; schatting; raming
予期 yoki verwachting; afwachting; anticipatie
公算 kousan waarschijnlijkheid; probabiliteit; aannemelijkheid; kans; verwachting
前途 zento (1) toekomst; vooruitzicht; verwachting; mogelijkheden; (2) verdere reis; verder traject; [m.b.t. treinkaartje] verdere rit
夢 yume (1) droom; droombeeld; dagdroom; fantasiebeeld; verbeelding; dromerij; rêverie; luchtkasteel; (2) iets vergankelijks; iets ijdels; iets leegs; iets loos; iets vergeefs; iets onwezenlijks; (3) waan; illusie; waanvoorstelling; waandenkbeeld; hersenschim; waanidee; chimère; (4) wensbeeld; wensdroom; (schone) verwachting; vrome hoop; utopie
好み;好 konomi (1) smaak; persoonlijke voorkeur; voorliefde; neiging; zwakheid; (2) neiging; drang; tendens; inclinatie; geneigdheid; (3) keuze; het kiezen; optie; voorkeur; preferentie; pré; (4) hoop; verwachting; wens; verlangen; (5) mode; trend; vogue; (6) [ton.] stijl in navolging van bepaald acteur
展望 tenbou (1) uitzicht; gezicht; (2) vooruitzicht; verwachting; kansen; aspect; (3) kijk; visie; opvatting; zienswijze; mening; observatie
当て ate (1) doel; streefdoel; bedoeling; oogmerk; plan; (2) verwachting; vooruitzicht; uitzicht; mogelijkheid; (3) betrouwbaarheid; vertrouwen; krediet; geloofwaardigheid
心積もり kokorozumori (1) verwachting; berekening; anticipatie; (2) paraatheid; mentale voorbereiding
思し召し oboshimeshi (1) uw mening; idee; inzicht; opinie; gedachte; (2) uw oordeel; discretie; beschikking; (3) uw goeddunken; believen; verlangen; wens; verwachting; wil; bedoeling; (4) goedheid; vriendelijkheid; welwillendheid; gunst; (5) voorliefde; genegenheid; voorkeur; smaak; neiging; interesse
思惑 omowaku (1) verwachting; inschatting; voorspelling; (2) bedoeling; oogmerk; intentie; hoop; voornemen; motief; (3) bijbedoeling; verborgen; geheime agenda; achterliggende gedachte; (4) wat anderen over iemand denken; andermans waardering; dunk; (5) [beurst.] marktvoorspelling; speculatie
想定 soutei (1) veronderstelling; hypothese; onderstelling; aanneming; (2) verwachting; anticipatie
掟 okite (1) regel; voorschrift; wet; gebod; bepaling; verordening; statuut; (2) maatregel; beschikking; instructie; (3) regeling; behandeling; omgang; procedure; regelgeving; reglement; code; (4) overeenkomst; afspraak; (5) verwachting; plan; voornemen; (6) houding; stemming; instelling; gemoedsgesteldheid; (7) lot; bestemming
望み;望 nozomi (1) hoop; verwachting; [meton.;veroud.] betrouwen; (2) wens; verlangen; believen; (3) vooruitzicht; kans; veelbelovendheid; beloftevolheid
期待 kitai verwachting; hoop; afwachting
期 ki (1) periode; (2) anticipatie; verwachting; (3) tijdperk; tijdvak; (4) tijdstip
案 an (1) plan; idee; voorstel; (2) ontwerp; concept; klad; schets; (3) plan; opzet; verwachting; beraming; (4) lessenaar; lezenaar; tafel; (5) voorzichtigheid; verstand; (6) [maatwoord voor plannen;ideeën]
楽しみ;愉しみ;楽 tanoshimi (1) plezier; pret; vreugde; vermaak; amusement; aardigheid; leukheid; genot; geneugte; schik; lust; genoegen; behagen; [veroud.] verlustiging; leut; (2) verwachting; hoop; blijdschap; [form.] verheugenis; verheuging; dat waar iem. naar uitkijkt; uitziet
目処 medo (1) doel; streefdoel; oogmerk; bedoeling; (2) vooruitzicht; verwachting; perspectief; hoop; (3) [針の] oog
眼鏡 megane (1) bril; oogglas; fok; [Barg.] glinster; (2) inzicht; verwachting
積り;積もり;積;心算 tsumori (1) voornemen; intentie; plan; bedoeling; opzet; oogmerk; van zins ~; [veroud.] voorhebben; (2) verwachting; overtuiging; (onder de) indruk (dat); (in de ) veronderstelling (dat); (3) zich wijsmakend dat ~; zich inbeeldend dat; als ware ~; (4) raming; schatting; (5) laatste glaasje op een receptie; afzakkertje
見当 kentou (1) doel; doelwit; doeleinde; mikpunt; (2) richting; (3) verwachting; vooruitzicht; perspectief; (4) schatting; raming; begroting; taxatie; (5) veronderstelling; onderstelling; vermoeden; hypothese; presumptie; (6) circa ~; ongeveer ~; om en bij de ~; rond de ~; in de buurt van ~; bij benadering ~
見込み mikomi (1) hoop; belofte; verwachting; anticipatie; (2) kansen; waarschijnlijkheid; vooruitzicht(en); (3) inzicht; inschatting
見通し mitooshi (1) vergezicht; weids uitzicht; panorama; (2) vooruitzicht; verwachting; aspect; (3) doorzicht; inzicht; begrip