日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘begaan’
日蘭辭典 (trefwoord)
yarakasuやらかす
(遣らかす) tw doen; begaan.
hataraku働く
i.w. (1) [勞働] arbeiden; werken. (2) [骨折る] zich inspannen. t.w. (3) [犯す] plegen; begaan; doen. ¶ 働いて居る aan het werk zijn. ¶ 生計の働く werken voor zijn brood. ¶ 惡事働く misdaden begaan.
tsumi
zn. (1) [罪惡] zonde v. (2) [犯罪] vergrijp o.; misdrijf o.; misdaad v. (3) [咎め] schuld v.; blaam v. (4) [過失] fout v.; misstap m. misdraging v.; overtreding v.; wangedrag o. (5) [] straf v. ¶ 服する schuld bekennen. ¶ より救ふ redden van de zonde. ¶ 犯す misdrijf begaan. ¶ を負はす beschuldigen. ¶ を免れる straf ontloopen. ¶ 贖ふ schuld boeten. ¶ ある schuldig; zondig; misdadig. ¶ なき onschuldig. ¶ する straffen.
bōkō暴行

zn. geweld o.; geweldpleging v. ¶ 暴行する geweld plegen; wreedheden begaan.

tsumitsukuri罪作

(罪作り) zn. zonde v.; zondaar (人) m. ¶ 罪作をする zondigen; zonde begaan. ¶ 罪作の zondig.

tsukuru作る

t.w. (1) [製作] maken; vervaardigen. (2) [構成] vormen. (3) [建設] bouwen. (4) [耕作] bebouwen; bewerken. (5) [培養] verbouwen; telen. ¶ 木で造る van hout maken. ¶ 酒を造る arak stoken; sake brouwen. ¶ 野菜を作る groenten kweeken. ¶ 財產を作る fortuin maken; rijk worden. ¶ 顏を作る toilet maken; zich werven en poeieren. ¶ 列を作る een rij vormen; in ’t gelid gaan staan. ¶ 家庭を作る huishouden opzetten. ¶ 罪を作る zonde begaan.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <begaan>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
仕出かす shidekasu [pej.] doen; begaan; bedrijven; aanrichten; uithalen; plegen
働く hataraku (1) werken; arbeiden; fungeren (als); (2) goed functioneren; (de gewenste) uitwerking hebben; werken; resultaat geven; (3) invloed uitoefenen; van invloed zijn; beïnvloeden; werken (op); van kracht zijn; gelden; (4) [taalk.] vervoegd worden; geconjugeerd worden; een vervoeging hebben; (5) berokkenen; plegen; begaan; uithalen; bedrijven
同情する doujousuru meevoelen met; in; sympathiseren met; deelnemen in; delen in; meeleven met; meelijden met; deelneming gevoelen; medelijden; erbarmen; mededogen; compassie; te doen hebben met; begaan; bewogen zijn met
失敗する shippaisuru mislukken; falen; mislopen; misgaan; afketsen; geen succes hebben; niet slagen; het er slecht afbrengen; er slecht afkomen; [試験に] niet halen; zakken voor; afgaan; echec lijden; floppen; [劇が] vallen; fiasco lijden; er niets van terecht brengen; miskleunen; blunderen; een stommiteit begaan; zich lelijk vergissen; een stomme fout begaan; maken; in de fout gaan; een misstap doen; [uitdr.] een bok schieten; maken; [uitdr.] een flater slaan; begaan; [fig.] zich vergalopperen; [uitdr.;Barg.] een zeperd halen
歩く aruku wandelen; lopen; bewandelen; belopen; begaan
為す;成す nasu (1) doen; bedrijven; begaan; plegen; beoefenen; verrichten; voeren; betrachten; (2) [van emoties: bang;boos;woest enz.] worden; (3) [fortuin;naam] maken; [zijn doel] verwezenlijken; vormen; uitmaken; (4) x tot y maken; er ~ van maken
犯す okasu (1) [m.b.t. zonde;ondeugd;misdrijf;wandaad etc.] begaan; plegen; [iets slechts of nadeligs] doen; (2) schenden; verbreken; overtreden; inbreuk maken op; zich niet houden aan; met voeten treden; (3) trotseren; uitdagen; in de wind slaan; negeren; zich niets aantrekken van; (4) aanranden; aanvallen; verkrachten; onteren; te na komen
踏む fumu (1) trappen (op); treden (in); de voet zetten op; betreden; begaan; bewandelen; (2) doorlopen [van procedure enz.]; volgen; (3) schatten; ramen; taxeren (op); begroten (op); waarderen (op); appreciëren; rekenen; verwachten
遣らかす yarakasu (1) doen; flikken; begaan; bedrijven; plegen; (2) eten; nuttigen; (3) drinken; tot zich nemen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.72 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'begaan'). 
2005-2026