日蘭辭典+

6 resultaten voor ‘praat’
日蘭辭典 (trefwoord)
kuchisaki口先

zn. lippen v.mv.; mond m. ¶ 口先の旨い人 iemand, die goed weet te praten; handig spreker. ¶ 彼は口先ばかりだ hij praat mooi maar doet niets. ¶ 口先丈けの友人 een vriend met den mond; onoprechte vriend.

kudan空談

zn. ijdele praat v.

SUPPLEMENT (trefwoord)
shimoneta下ネタ
zn. (lett. een seksueel getint of de uitscheidingsfuncties van het onderlichaam betreffend gespreksonderwerp, al dan niet grappig bedoeld) schunnige praat; schuine praat; onderbroekenlol; onbehoorlijke praat. NB vgl. エロネタ ero neta, エッチネタ etchi neta.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <praat>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
台詞 serifu (1) [ton.] tekst; woorden; [i.h.b.] claus; rol; (2) praat; woorden; taal; uitspraak; gezegde; quote; commentaar
話;咄;噺 hanashi (1) het praten; praat; praatje; praats; opmerking; zeggen; woord; woordje; gesprokene; [w.g.] spraak; [w.g.] zegsel; (2) gesprek; conversatie; onderhoud; babbel; propoost; [i.h.b.] overleg; (3) onderwerp (van gesprek); propoost; topic; (4) verhaal; vertelling; relaas; historie; story; geschiedenis; vertelsel; verslag; [w.g.] verhaling; (5) geklets; gebabbel; [veroud.] gesnap; gerucht; praatje; smoesje; [Bar.] kabielesementje; roddel; on-dits; spraak; (6) geval; affaire; kwestie; zaak [gebruikt als keishiki meishi 形式名詞]
ago (1) kaak; kaakgestel; kakement; [anat.] maxilla; [甲殻類;昆虫類の] mandibel; [魚の] kieuw; (2) kin; (3) [道具の] bek; kaak; wangstuk; kauwwerktuig; (4) [釣針の] weerhaak; (5) maal; eten; kost; (6) kostgeld; (7) kostwinning; broodwinning; (8) logiesprijs; (9) gepraat; geklets; praat; [Belg.N.] klap; (10) [dierk.] zeeduivel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.47 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 3 treffers (zoekopdracht: 'praat'). 
2005-2026