日蘭辭典+

9 resultaten voor ‘spreker’
日蘭辭典 (trefwoord)
kōwa講話

zn. lezing v.; voordracht v. ¶ 講話する lezing houden. ¶ 講話者 spreker.

kuchigosha口巧者
kuchikiki口利

zn. (1) [辯舌家] goed spreker m. (2) [勢力家] man van invloed m.

kuchisaki口先

zn. lippen v.mv.; mond m. ¶ 口先の旨い人 iemand, die goed weet te praten; handig spreker. ¶ 彼は口先ばかりだ hij praat mooi maar doet niets. ¶ 口先丈けの友人 een vriend met den mond; onoprechte vriend.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <spreker>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
スピーカ supiika (1) luidspreker; loudspeaker; (2) megafoon; [w.g.;zeew.] luidpraaier; (3) spreker; spreekster; (4) Speaker; [in het V.K.] voorzitter van het Lagerhuis; [in de V.S.] voorzitter van het Huis van Afgevaardigden
スピーカー supiikaa (1) luidspreker; loudspeaker; (2) megafoon; [w.g.;zeew.] luidpraaier; (3) spreker; spreekster; (4) Speaker; [in het V.K.] voorzitter van het Lagerhuis; [in de V.S.] voorzitter van het Huis van Afgevaardigden
演説家 enzetsuka spreker; redenaar; orator; retor
話者 washa spreker; verteller
講師 koushi (1) persoon die een lezing geeft; persoon die een voordracht geeft; spreker; (2) docent; lector
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.66 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'spreker'). 
2005-2026