
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
seisui・盛衰
zn. voorspoed en tegenspoed; opkomst en achteruitgang; grootheid en val; bloei en verval; wisselvalligheden des levens.
korobi・轉び
(転び) zn. val m.
tsuiraku・墜落
zn. val m.; neerstorting v. ¶ 墜落する vallen; neerstorten.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <val>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
がた落ち gataochi scherpe; forse daling; plotse duik; val; inzinking; ineenstorting; instorting; debacle; crash; krach
スランプ suranpu (1) [hand.] slump; ineenstorting; val; inzinking; snelle daling; recessie; terugslag; (2) [geol.] ineenstorting; inzakking
トラップ torappu (1) val; valstrik; (2) sifon; hevel; stankafsluiter; (3) stoomafsluiter; (4) werpmachine; katapult (bij kleiduivenschieten); (5) Trappes
ドロップ doroppu (1) [cul.] drops; drups; suikerballetje met vruchtensmaak; (2) [honkb.] drop; (3) [studentent.] het zakken voor een examen; onvoldoende; afgang; [Belg.N.] buis; (4) val; achteruitgang; daling
ヴァル varu (1) VAL [= Véhicule Automatique Léger]; (2) Val; Vall
下がり sagari (1) verlaging; daling; (2) val; neergang; afname; vermindering; (3) het neerhangen; afhangen; omlaaghangen; (4) [sumō-jargon] voor de lendendoek gedragen besnoerd schortje; (5) [昼~に] kort na de middag; in de namiddag
下落 geraku val; daling; het zakken
下降 kakou val; achteruitgang; daling; ondergang
低下 teika (1) daling; verlaging; val; (2) achteruitgang; neergang; terugloop; teruggang; aftakeling; verval; verwording; ontaarding; verslechtering; verloop; decadentie; bederf
墜落 tsuiraku val; neerstorting; crash; [gew.] stuik
失脚 shikkyaku val; ondergang
崩れ kuzure (1) afbrokkeling; verbrokkeling; afkalving; instorting; ineenstorting; ineenzakking; inzakking; inzinking; verval; erosie; collaps; val; ondergang; ruïne; bouwval; puin; (2) ontregeling; verwarring; (3) ontbinding; het uiteengaan; (4) [beurst.] crash; krach; ineenstorting; debacle; keldering; (5) [mil.] desintegratie; (6) voormalige …; aan lager wal geraakte …; … die op zijn; haar retour is; … wiens ster verbleekt is; … die heeft afgedaan; … die zijn; haar beste tijd heeft gehad; (7) -flop; -mislukking; -debacle; -fiasco; -puinhoop
崩落 houraku (1) instorting; ineenstorting; verzakking; ineenzakking; inzakking; collaps; (2) [beurst.] crash; krach; val; sterke daling
帆綱 hozuna [scheepv.] zeilval; val; [verzameln.] touwwerk; takelage; want
暴落 bouraku snelle; sterke; plotse; scherpe daling; krach; ineenstorting; val; duik; inzinking; debacle; crash; slump; duikeling
没落 botsuraku val; ondergang; ineenstorting; verval; collaps; instorting; teloorgang; [Belg.N.] teleurgang; [fig.] bankroet; deconfiture; [fig.] failliet; [fig.] schipbreuk
滅亡 metsubou (1) uitsterving; uitroeiing; (2) ondergang; val
罠;羂 wana (1) val; valstrik; strik; strop; lus; (2) [fig.] valstrik; hinderlaag; netten; valkuil
落 raku (a) val; daling; (b) [fig.] val; ineenstorting; (c) mislukking; verlies; uitval; het tekortschieten; (d) voltooiing; afloop; ontknoping; (e) nederzetting; (f) omheining; (g) ontspanning; relaxedheid; (h) [Skt.] transliteratie van raka रक
落ち ochi (1) val; daling; achteruitgang; verval; degradatie; (2) loslating; verdwijning; (3) weglating; uitlating; omissie; (4) fout; vergissing; lapsus; misslag; (5) resultaat; uitkomst; uitslag; gevolg; afloop; ontknoping; (6) pointe; clou; punchline; (7) onverwachte wending; (8) ex; zonder …
落とし otoshi (1) valkuil; val; (2) asbak; aspot; asla; aslade; asplaats; (3) valbaan; stortbaan; (4) pointe; clou; punchline; (5) automatisch slot; (6) bloemhouder (in een bloemenmand)
落とし穴 otoshiana (1) valkuil; (2) [fig.] valstrik; val
落下 rakka val; het vallen; het neervallen; het neerstorten
落馬 rakuba val; tuimeling van het paard
謀 hakarigoto (1) plan; voornemen; opzet; (2) snood plan; list; machinatie; kuiperij; valstrik; val; (3) complot; intrige; samenzwering; (4) anticipatie; voorbereidsel
蹄 tei (a) hoef van een paard; rund; (b) val; strop
転落 tenraku (1) val; tuimeling; valpartij; (2) [fig.] val; ondergang; (3) [fin.] slump; val; sterke daling
転覆;顛覆 tenpuku (1) het omslaan; het omvallen; kanteling; het omkantelen; het kapseizen; het kenteren; het tuimelen; [w.g.] het omkenteren; het ondersteboven terechtkomen; [gew.] het klikken; [gew.] het omkanten; (2) omverwerping; val; ontwrichting
降下 kouka afdaling; daling; val; neergang
Tijd: 1.18 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 29 treffers (zoekopdracht: 'val').
2005-2026
