日蘭辭典+

12 resultaten voor ‘zinken’
日蘭辭典 (trefwoord)
ana
zn. (1) [孔] gat o.; opening. (2) [針の] oog v. (3) [氣孔] porie v. (4) [巢] hol o.; leger o. (5) [洞穴] grot v. (6) [坑] put v. (7) [間隙] reet v.; spleet v. ¶ あける een gat boren; een gat graven; een kuil graven. ¶ を埋める een kuil dichtgooien. ¶ 缺損填補 een gat stoppen. ¶ にも入りたい in (又は door) den grond zinken van schaamte.
aen亞鉛
zn. zink o. ¶ 亞鉛の zinken. ¶ 亞鉛引きの gegalvaniseerd. ¶ 亞鉛華 zinkwit.
kusaru腐る

i.w. bederven; verrotten; rotten; tot ontbinding overgaan. ¶ 腐り易い onderhevig aan bederf. ¶ が腐る ontmoedigd zijn; den moed laten zinken. ¶ 死體が腐りかかってゐる het lijk begint in staat van ontbinding over te gaan. ¶ 牛乳が腐って居る de melk is verzuurd.

kusarasu腐らす

t.w. bederven; doen rotten. ¶ 氣を腐らす ontmoedigd zijn; den moed laten zinken.

ukishizumi浮沈

zn. drijven en zinken; rijzen en dalen; grootheid en val; wisselingen van het lot.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zinken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
下がる sagaru (1) dalen; zakken; naar beneden komen; [ずぼん;靴下が] afzakken; zinken; (2) neerhangen; omlaag hangen; afhangen; [かーてんが] vallen; (3) achteruitgaan; achterwaarts gaan; naar achteren wijken; achteruitwijken; (4) [段階;程度;数値が] dalen; naar beneden gaan; afnemen; zakken; minder worden; teruglopen; minderen
下降する kakousuru achteruitgaan; zinken; vallen; ondergaan; afdalen
傾く katamuku (1) neigen; buigen; hellen; schuin staan; overhellen; leunen; (2) geneigd zijn tot; zijn voorkeur hebben voor; (3) ondergaan; zinken; (4) bergafwaarts gaan; slecht gaan; wegebben; achteruitgaan
沈む shizumu (1) zinken; verzinken; vergaan; wegzinken; verdwijnen; (2) wegzakken; zakken; verzakken; inzakken; ineenzakken; (3) [m.b.t. zon;maan] ondergaan; dalen; (4) in de put raken; terneergeslagen raken; down raken; neerslachtig worden; gedeprimeerd raken; ontmoedigd raken; zwaarmoedig worden; moedeloos worden; tot zwaarmoedigheid vervallen; (5) [m.b.t. mahjong e.d.] lager scoren dan de beginstand; (6) [m.b.t. bokser] neergaan; tegen de vlakte gaan; kennismaken met het canvas; tegen het canvas gaan
沈没する chinbotsusuru (1) zinken; vergaan; ondergaan; ten onder gaan; kelderen; wegzinken; verzinken; (2) zich bewusteloos drinken; [vulg.] zich verzuipen
botsu (1) onaanvaard; afgewezen; geweigerd (manuscript); (2) gestorven; overleden; (3) gebrek aan …; a-; (a) zinken; (b) bedolven; begraven worden; (c) zich verschuilen; (d) negeren; (e) sterven; (f) achteruitgaan; (g) in beslag nemen; (h) verwerpen
落ち込む ochikomu (1) erin vallen; naar binnen vallen; invallen; (2) invallen; inzinken; zinken; inzakken; verzakken; instorten; (3) inzakken; zakken; teruglopen; verminderen; achteruitgaan; dalen; afnemen; minder worden; (4) neerslachtig worden; ontmoedigd raken; de moed verliezen; depressief worden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.6 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'zinken'). 
2005-2026