日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘loopen’
日蘭辭典 (trefwoord)
abunaku危く
(危なく) bw. (1) [危險] gevaarlijk. (2) [殆ど] bijna; op het punt van. ¶ 危くなる gevaar loopen. ¶ 危くする op het spel zetten; wagen. ¶ 命を危くして met gevaar voor zijn leven; met levensgevaar.
arukiburi步き振り
(歩き振り) zn. gang m.; manier van loopen; Noot: Vgl. ‘arukikata’ 步き方.
arukikata步き方
(歩き方) zn. gang m.; manier van loopen; Noot: Vgl. ‘arukiburi’ 步き振り.
aruku步く
(歩く) i.w. wandelen. ¶ 步いて行く wandelen; te voet gaan. ¶ そろそろ步く langzaam loopen; drentelen. ¶ よちよち步く waggelen. ¶ よろめき步く strompelen. ¶ 街(路)を步く op straat loopen;
ashi
zn. (1) [] voet m. (2) [脚] been o. (3) [動物の] poot m. (4) [器物の支へ] voet m.; poot m.; voetstuk. (5) [步調] stap m.; pas m. (6) [不金] tekort o. ¶ が出る het geld is niet voldoende. ¶ を出す tekort komen. ¶ を揃へる in den pas loopen;
ashinami足竝
(足並み) zn. pas m. ¶ 足竝を揃へて步く in den pas loopen;
hokō步行
(歩行) zn. wandelen o. ¶ 步行する te voet gaan; loopen; wandelen. ¶ 步行鳥 loopvogel.¶ 步行者 voetganger; wandelaar.
ayumu步む
(歩む) i.w. stappen; loopen; wandelen.
hayai早い
(速い、疾い、捷い) bn. snel; vlug; spoedig; prompt; vroeg. ¶ 早いが in ’t kort gezegd. ¶ 仕事が早い vlug zijn werk doen. ¶ が早い hard kunnen loopen. ¶ 進步が早い snelle vorderingen maken; vlug vooruitkomen. ¶ 一刻も早いがよい hoe eerder hoe beter. ¶ 東京火事早い in Tokyo komt dikwijls brand voor. ¶ 君は朝は早いか sta je gewoonlijk vroeg op? ¶ 林檎もいでは早過ぎる het is nog te vroeg om appels te plukken.
ugoku動く
i.w. (1) [動く] bewegen; zich bewegen. (2) [移動] van plaats veranderen; zich verplaatsen. (3) [運轉] loopen; gaan; werken. (4) [變動] veranderen; zich wijzigen. (5) [搖ぐ] schommelen; schudden. (6) [感ずる] geroerd worden; getroffen zijn. ¶ 動かざる onbewegelijk; roerloos; (の) onbewogen; onverschillig. ¶ 動かざる泰山の如し rotsvast; onwankelbaar. ¶ 一寸も動かない er wordt niets verkocht. ¶ 時計が動かなくなった het horloge staat stil. ¶ 一寸も動くことならぬぞ verroer je niet!; blijf stokstil staan!
kōten公轉

(公転) zn. omwenteling v.; omloop m. ¶ 公轉する wentelen om; loopen om. ¶ 地球は公轉と自轉とをなす de aarde loopt om de zon en wentelt om haar eigen as.

kudakeru碎ける

(砕ける) i.w. (1) [破碎] breken; kapot gaan; uit elkaar vallen; instorten. (2) [さばける] beminnelijk zijn; minzaam zijn. ¶ 碎けて出る minzaam spreken. ¶ 碎けて言へば ronduit gezegd. ¶ 當つて碎けろ wagen; het gevaar loopen.

kureru暮れる

i.w. (1) [夜になる] donker worden; beginnen te schemeren. (2) [終る] ten einde loopen; eindigen; afloopen. ¶ 泪に暮れる in tranen zijn. ¶ 全く途方に暮れる niet meer weten, wat te doen; geen uitweg meer zien.

kuruwa

zn. (1) [かこつた區域] afgepaalde wijk v.; omheinde buurt v. (2) [遊廓] hoerenbuurt v.; bordeelwijk v. ¶ 廓通ひをする naar de hoeren loopen.

kuttsukuくつつく

i.w. blijven plakken; vastzitten; kleven. ¶ 人にくつついて行く naast iemand loopen.

kuwaseru食せる

i.w. (1) [食物を] te eten geven; voeren met; voeden met. (2) [扶養する] in het onderhoud voorzien van; zorgen voor. t.w. (3) [欺く] bedriegen; erin laten loopen. ¶ 笠聲を食せる een vuistslag geven.

zashio坐礁

zn. stranding v. ¶ 坐礁する stranden; aan den grond loopen; op een klip stooten.

yuku行く

i.w. (1) [赴く] gaan; zich begeven naar. (2) [逝く] sterven. (3) [步く] wandelen; loopen. ¶ 外國に行く naar het buitenland gaan. ¶ 行け ga weg! ¶ と一緒に行く vergezellen; meegaan met. ¶ 本通を行く de hoofdstraat volgen. ¶ 同じ道を行く denzelfden weg gaan.

yotsubai ni naru四這になる

i.w. op handen en voeten loopen.

yobiuri呼賣

(呼売) zn. venten o.; venter (人) m. ¶ 呼賣する venten; verkoopen; loopen met.

wari

zn. (1) [割合] verhouding v.; koers m. (2) [利益] voordeel o.; winst v. (3) [比較] vergelijking v. (4) [割當] aandeel o. (5) [比率] percentage v. ¶ 俸給割で naar verhouding van het salaris. ¶ 年一割の利息 tien percent rente per jaar. ¶ 割に合はぬ niet winstgevend zijn; geen voordeel opleveren; niet betalen. ¶ 五割引 50% reductie. ¶ 年の割に丈夫 kras voor zijn leeftijd. ¶ 一時間九哩の割で走る negen mijl per uur loopen. ¶ 割に betrekkelijk; in aanmerking nemend, dat…… ¶ 雨が降つた割には可なりの聽衆でした voor zulk regenweer was de zaal goed bezet.

wana

zn. valstrik m.; val v.; knip v. ¶ 罠に落ちる in de val loopen; erin loopen. ¶ 罠をかける strikken zetten; een strik spannen; in de val lokken. ¶ 投罠 lasso.

wakare

zn. (1) [分離] scheiding v. (2) [離別] afscheid o. (3) [分出] tak m. (4) [分岐] vertakking v.; arm m. (5) [區分] verdeeling v. ¶ 別れを告げる vaarwel zeggen; afscheid nemen. ¶ 別れの盃 afscheidsdronk. ¶ 別路 splitsing; zijweg. ¶ 此處で別路です hier loopen onze wegen uiteen; hier scheiden wij.

unten運轉

(運転) zn. werking v.; beweging v.; loopen o.; circulatie v.; gang m. ¶ 運轉資本 kapitaal in circulatie; vlottend kapitaal. ¶ 運轉して居る aan den gang zijn; in beweging zijn; loopen. ¶ 運轉を止める stopzetten; stoppen. ¶ 運轉する drijven; laten loopen; behandelen; loopen; in beweging zijn. ¶ 資本を運轉する kapitaal gebruiken. ¶ 運轉臺 voordalcon van de tram. ¶ 電車運轉系統 tramdienst; loop der trams. ¶ 運轉力 beweegkracht. ¶ 運轉士 stuurman. ¶ 一等運轉士 eerste officier. ¶ 運轉手 chauffeur; motordrijver; bestuurder van de tram; motorist.

uchiage打上げ

(打ち上げ) zn. (1) [花火] vuurpijl m. (2) [興行を仕舞ふこと] sluiting der voorstelling. ¶ 打上げる oplaten; opbreken (酒宴を); (終へる) sluiten; eindigen; (波が物を) op het strand werpen; aanspoelen; (擱坐) stranden; op het strand loopen; (波が) beuken; klotsen tegen; opspatten.

tsutau傳ふ

(伝う) i.w. gaan langs. ¶ を傳つてゆく langs den dijk loopen. ¶ 鳶葛を傳つて下りる langs het klimop naar beneden klauteren.

tsumasaki爪先

zn. teenen m.mv. ¶ 頭から爪先まで van het hoofd tot de teenen toe. ¶ 爪先で步く op de teenen loopen. ¶ 爪先上り stijgend pad.

tsukiatari突當

(突き当たり) sn. eind van een straat; botsing (衝突). ¶ 突當る botsen tegen (衝突); aan het eind komen van (行詰る). ¶ 電信柱に突當る tegen een telegraafpaal aan loopen. ¶ 突當つて左へ曲る aan het eind van de straat links afslaan.

tsuite就いて

vz. (1) [關して] met betrekking tot; aangaande; wat betreft; omtrent; van; over; voor. (2) [每に] per. (3) [沿うて] langs. (4) [共に] met. ¶ 是に就いて wat dit betreft; hieromtrent. ¶ 一斤について五十錢 vijftig sen per kin. ¶ 川について行く langs de rivier loopen; de rivier volgen. ¶ 兄について行く met zijn broer meegaan.

Tijd: 1.44 sec. jiten.nl: 29 treffers, (zoekopdracht: 'loopen'). 
2005-2026