
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ase・汗
zn. zweet o. ¶ 汗をかく zweeten; transpireeren. ¶ 汗が出る zweeten. ¶ 汗を取って風邪を治す een verkoudheid uitzweeten. ¶ 汗を出す aan het zweeten brengen; zweet drijven;
unten・運轉
(運転) zn. werking v.; beweging v.; loopen o.; circulatie v.; gang m. ¶ 運轉資本 kapitaal in circulatie; vlottend kapitaal. ¶ 運轉して居る aan den gang zijn; in beweging zijn; loopen. ¶ 運轉を止める stopzetten; stoppen. ¶ 運轉する drijven; laten loopen; behandelen; loopen; in beweging zijn. ¶ 資本を運轉する kapitaal gebruiken. ¶ 運轉臺 voordalcon van de tram. ¶ 電車運轉系統 tramdienst; loop der trams. ¶ 運轉力 beweegkracht. ¶ 運轉士 stuurman. ¶ 一等運轉士 eerste officier. ¶ 運轉手 chauffeur; motordrijver; bestuurder van de tram; motorist.
ukideru・浮出る
i.w. boven komen drijven; aan de oppervlakte komen (水面に); zich duidelijk afteekenen (明瞭に出る).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <drijven>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
作動させる sadousaseru doen werken; doen draaien; doen lopen; doen functioneren; starten; in beweging zetten; brengen; aan de gang brengen; helpen; in werking brengen; zetten; stellen; activeren; actueren; aandrijven; drijven
動かす ugokasu (1) in beweging brengen; doen bewegen; bewegen; aandrijven; drijven; (2) verplaatsen; verzetten; de positie van iets veranderen; elders; anders zetten; (3) doen schommelen; schommelen; schudden; (4) rijden; [een voertuig] besturen; [een machine;toestel] doen functioneren; bedienen; laten draaien; laten werken; aan de gang brengen; aan de praat brengen; (5) [een leger;troepen;mankracht] mobiliseren; inzetbaar maken; voor actie klaarmaken; (6) veranderen; wijzigen; [binnen een bedrijf personeel] herschikken; (7) ontkennen; (8) [心を] roeren; ontroeren; treffen; in beroering brengen; in het gemoed treffen; aangrijpen; aanpakken; tot het gemoed spreken; invloed hebben op; aandoen; beïnvloeden; prikkelen
営む itonamu (1) beoefenen; uitoefenen; praktiseren; werken als; aan ~ doen; runnen; drijven; exploiteren; draaiende houden; (2) leiden; houden; verzorgen; (3) optrekken; bouwen; doen verrijzen
張る haru (1) spannen; aanspannen; opspannen; strekken; [m.b.t. touw;lijn enz.] scheren; [gordijnen enz.] ophangen; [zijn takken enz.] uitspreiden; [てんとを] opslaan; opzetten; [de vleugels] uitslaan; [de zeilen] zetten; rekken; (2) bespannen (met); aanbrengen; [壁紙を] behangen; [met stof enz.] overtrekken; bekleden (met); voorzien van; (3) [met water enz.] vullen; (4) [stelling enz.] nemen; [een zaak] opzetten; drijven; [een banket] aanrichten; [zijn macht;recht enz.] doen gelden; [geld enz.] zetten (op); verwedden; [zijn zin] doordrijven; (5) op de uitkijk staan; [naar een verdachte enz.] uitkijken; opwachten; (6) [zijn schouders enz.] rechten; [de ellebogen enz.] uitsteken; [de borst enz.] vooruit steken; (7) een klap geven; een draai om de oren geven; meppen; [sumō-jargon] harite 張り手 toebrengen; (8) zich opzetten; opzwellen; uitzetten; (9) verstrammen; verstijven; verstrakken; (10) uitsteken; hoekig worden; (11) zich uitstrekken (over het hele oppervlak); zich uitspreiden over; zich vormen; (12) gespannen worden; nerveus worden; (13) zich schrap zetten; trotseren; rivaliseren; (14) prijzig zijn; duur zijn; nogal wegen; [i.h.b.] overtrokken zijn
彫刻する choukokusuru beeldhouwen; houwen; uithouwen; beeldsnijden; een plastiek maken; snijden; uitsnijden; [鑿で] beitelen; uitbeitelen; drijven; indrijven; ingraveren; insnijden; [lit.t.] ingroeven; [金属板に] graveren; [i.h.b.] plaatsnijden
扇ぐ;煽ぐ aogu (1) waaien; toewaaien; waaieren; wuiven; toewuiven; (2) aanwakkeren; aanblazen; aanstoken; aanstichten; aanzetten; aanvuren; opstoken; drijven
打ち出しにする uchidashinisuru drijven; in reliëf maken; door kloppen bewerken; bosseleren; voorzien van reliëfversiering; embossen
押し上げる oshiageru (1) omhoogduwen; naar boven duwen; drijven; jagen; schuiven; omhoogdrukken; omhoogjagen; opjagen; opdrijven; boosten; (2) op een hoge post benoemen; [fig.] bombarderen
推進する suishinsuru bevorderen; stimuleren; drijven; aandrijven; voortstuwen; voortdrijven
浮かび上がる ukabiagaru (1) komen bovendrijven; naar boven (komen) drijven; opdrijven; opduiken; bovenkomen; boven water komen; opkomen; oprijzen; (2) aan het licht komen; voor de dag komen; aan de oppervlakte komen; treden; te voorschijn komen; treden; verschijnen; verrijzen; (3) ontstijgen; zich losmaken uit; van
浮かぶ;泛かぶ ukabu (1) [水;空に] drijven; zweven; vlotten; dobberen; bovenblijven; (2) naar boven drijven; opdrijven; komen bovendrijven; omhoogdrijven; bovenkomen; opduiken; opwellen; aan de oppervlakte komen; (3) [心;胸に] te binnen schieten; door het hoofd schieten; in de gedachten opkomen; opborrelen; invallen; beginnen door te dringen; zich bedenken; (4) verschijnen; zich aftekenen; opdagen; zichtbaar worden; [口許に] spelen om; [霧の中から] opdoemen; (5) [boeddh.] gered worden; verlost worden; de zaligheid verwerven; in vrede rusten; (6) vooruitkomen in de wereld; carrière maken; een succesvolle loopbaan uitbouwen; het maken
浮かんでいる ukandeiru drijven; dobberen; vlotten; zweven
浮き出しにする ukidashinisuru embossen; bosseleren; doen uitsteken; drijven; in reliëf maken
浮く uku (1) drijven; blijven drijven; vlotten; dobberen; (2) aan de oppervlakte komen; aan de oppervlakte (her)verschijnen; bovendrijven; komen bovendrijven; (3) duidelijk zichtbaar worden; zich aftekenen; in het oog springen; uitsteken; (4) vrolijk worden; opgewekt worden; blijmoedig gestemd raken; luchthartig worden; moed scheppen; (5) [m.b.t. een akelig geluid] iemand doen griezelen; (6) [m.b.t. geld] nog overblijven; resteren; uitgespaard blijven
浮動する fudousuru (1) drijven; dobberen; zweven; vlotten; (2) schommelen; fluctueren
浮彫りにする ukiborinisuru (1) in reliëf maken; drijven; uitwerken; (2) [fig.] profiel aanbrengen in; doen contrasteren; scherp doen aftekenen; sterk doen uitkomen
浮遊する fuyuusuru (1) drijven; dobberen; zweven; (2) zwerven; zwalken; ronddolen
漂う tadayou (1) drijven; zweven; dobberen; (2) ronddrijven; rondzweven; ronddobberen; ronddwalen; ronddolen; rondhangen; rondwaren; rondzwerven; rondzwalken; op drift raken; (3) [香り;雰囲気が] hangen; (4) een onzeker bestaan hebben; (5) wankelen; onstabiel zijn; (6) terugdeinzen; terugschrikken
狩り立てる karitateru [jachtt.] jagen; drijven; opjagen; opdrijven; verjagen; verdrijven; voortjagen; voortdrijven; aanjagen; aandrijven; doen vluchten
蹴散らす kechirasu (1) uiteentrappen; uiteenschoppen; (2) [mil.] uiteenjagen; uiteendrijven; uiteenslaan; op de vlucht jagen; drijven
飛 hi (1) [shogi] toren; (2) [honkb.] hoge bal; fly; (3) [klass.Jap.] dwergcipres; (a) vliegen; (b) opvliegen; dwarrelen; (c) stuwen; drijven; (d) hemelhoog; (e) vliegensvlug; (f) loos; ongefundeerd; (g) [honkb.] hoge bal; fly; (h) [Jap.gesch.] provincie Hida
馳せる haseru (1) lopen; rennen; hollen; snellen; ijlen; draven; galopperen; (2) jagen; drijven; doen galopperen; galop brengen; (3) [気持ち;思いを] laten; doen uitgaan naar; toedragen; (4) [名前;名声を] z'n naam vestigen; verbreiden; bekend maken; beroemd worden
駆り立てる karitateru (1) drijven; jagen; opdrijven; opjagen; verdrijven; verjagen; voortdrijven; voortjagen; aandrijven; aanjagen; (2) [m.b.t. toestand] injagen; indrijven; brengen tot; aanzetten; aansporen
Tijd: 1.79 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'drijven').
2005-2026
