
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
fukenson・不謙遜
zn. onbescheidenheid v.; verwaandheid.
kyogo・僭傲
zn. aanmatiging v.; arrogantie v.; trots m.; verwaandheid v. ¶ 僭傲な aanmatigend; arrogant; trotsch; verwaand.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verwaandheid>
傲岸 gōgan (1) arrogantie; hooghartigheid; hovaardigheid; hovaardij; laatdunkendheid; verwaandheid; aanmatiging; pretentieusheid; pretentie; (2) arrogant; hooghartig; hautain; hovaardig; laatdunkend; verwaand; aanmatigend; pretentieus
唯我独尊 yuigadokuson (1) [boeddh.] ik alleen ben geheiligd; (2) eigendunk; eigenwaan; zelfvoldoening; verwatenheid; verwaandheid; kwezelarij; schijnheiligheid; farizeïsme
天狗 tengu (1) tengu [fantastisch wezen dat in de hemel of diep in het gebergte leeft;wordt voorgesteld in de gedaante van een bergasceet;met een rood gezicht;een lange neus;vleugels;lange nagels;en in het bezit van pelgrimsstok;zwaard en waaier;het wezen wordt bovennatuurlijke macht toegeschreven en zou in staat zijn te vliegen]; (2) bergasceet; (3) [no-theater] tengu-masker; (4) duivel [term waarmee missionarissen aan het eind van de Muromachi-periode het begrip "duivel" vertaalden]; (5) trots; verwaandheid; eigenwaan; (6) trotsaard; opschepper; pocher; kwast; pedant; (7) grote vallende ster; (8) spel waarbij drie deelnemers elk een regel van resp. vijf; zeven en vijf moren improviseren en tot een haiku smeden
尊大 sondai (1) trots; hooghartigheid; hoogmoed; hautaniteit; arrogantie; laatdunkendheid; eigendunk; zelfvoldaanheid; opgeblazenheid; verwaandheid; gewichtigheid; aanmatiging; onbescheidenheid; (2) trots; hooghartig; hoogmoedig; hautain; arrogant; laatdunkend; zelfvoldaan; opgeblazen; verwaand; gewichtig; aanmatigend; onbescheiden; pompeus
思い上がり omoiagari aanmatiging; arrogantie; pretentie; onbescheidenheid; hooghartigheid; hautaniteit; verwaandheid; eigenwaan; hoogmoed; morgue; opgeblazenheid; zelfingenomenheid; pedanterie; bekaktheid
気取り kidori (1) aanstellerij; vertoon; aanmatiging; fatterigheid; verwaandheid; komedie; theater; kunstenmakerij; gezocht vertoon; pose; affectatie; mannetjesmakerij; piasserij; potsenmakerij; cabotinage; [scherts.] aanstelleritis; (2) het zich gedragen als; het zich voordoen als
自惚れ unubore eigendunk; verwaandheid; zelfingenomenheid; ijdelheid; eigenwaan; infatuatie; inbeelding; verbeelding; zelfgenoegzaamheid; zelfvoldoening; verwatenheid; waanwijsheid; ego
自負 jifu trots; eigendunk; eigenwaan; grootsheid; pretentie; verwaandheid
驕り ogori arrogantie; trots; hoogmoed; hooghartigheid; hovaardigheid; hovaardij; grootsheid; verwaandheid; verwatenheid; eigendunk; eigenwaan; overmoed
高慢 kōman (1) trots; fierheid; hoogmoed; hovaardij; hooghartigheid; hoogheid; verwatenheid; hautaniteit; arrogantie; bekaktheid; omhooggevallenheid; laatdunkendheid; verwaandheid; eigendunk; eigenwaan; ijdelheid; (2) trots; fier; hoogmoedig; hovaardig; hooghartig; hautain; verwaten; arrogant; bekakt; omhooggevallen; laatdunkend; verwaand; ijdel
高慢ちき kōmanchiki (1) arrogantie; hooghartigheid; hoogmoed; verwatenheid; verwaandheid; eigendunk; omhooggevallen; (2) arrogant mens; verwaande kwast; pedant persoon; (3) arrogant; hooghartig; hoogmoedig; verwaten; verwaand; aanmatigend; hautain; pretentieus; blasé; opgeblazen
Tijd: 1.3 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'verwaandheid').
2005-2026
