日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘verwijderen’
日蘭辭典 (trefwoord)
oidasu追出す
(追い出す) t.w. wegjagen; eruit smijten.
nuku拔く
t.w. (1) [引拔く] uitrekken. i.w. [抽出] uittreksel maken. t.w. (3) [引用] aanhalen; citeeren. (4) [取除] verwijderen; uitzonderen. (5) [省略] weglaten. (6) [抽んでる] overtreffen; i.w. uitblinken; uitmunten. t.w. [攻落] veroveren; innemen. (8) [追ひ越す] inhalen. [色を脱く] verkleuren; verschieten. ¶ 空氣を拔く lucht eruit pompen. ¶ 難解の所を脱く moeilijke passages overslaan. ¶ 釘を拔く spijker uittrekken.
SUPPLEMENT (trefwoord)
shaberu喋る
(-r stam) (1) babbelen; kletsen; (niet serieus, vrijblijvend) praten; roddelen. ¶ 日本人遭遇して日本語めっちゃしゃべった。 Nihonjin to sōgōshite nihongo mettcha shabetta. Toevallig een Japanner ontmoet, we hebben tijdenlang gebabbeld. (twitter) (2) informatie doorvertellen die niet voor anderen bestemd is; zich iets laten ontvallen; zich verspreken; roddelen. ¶ しゃべってしまった shabette shimatta ik versprak me (twitter) ¶ 眠すぎて真実しゃべってしまった Nemusugite shinjitsu shabette shimatta Ik was te slaperig en liet me ontvallen hoe het werkelijk in elkaar zit. (twitter) ¶ あ、ごめんなさい。聞かれてもいない余計なことをしゃべってしまったと思って、ツイート消しちゃった。 A, gomen nasai. Kikarete mo inai yokei na koto wo shabette shimatta to omotte, twiito keshichatta. O, neem me niet kwalijk. Omdat ik dacht dat ik nodeloos uitweidde over dingen die me niet eens gevraagd waren had ik de tweet verwijderd. (twitter) (3) praten over iets. ¶ テレビでは、我が国の将来の問題を誰かが深刻なをしてしゃべっている。 Terebi de wa, wagakuni no shōrai no mondai wo dare ka ga shinkoku na kao wo shite shabette iru. Op TV is iemand met een ernstige blik over de problemen van ons land aan het praten. (4) (in) een taal praten; een taal spreken. (TTC) ¶ 彼ら英語をしゃべっていますか。 Karera wa eigo wo shabette imasu ka. Spreken ze Engels? (TTC) ¶ 彼はとうとう中国語をしゃべるようになりました。 Kare wa tōtō chūgokugo wo shaberu yō ni narimashita. Hij is eindelijk Chinees gaan praten. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verwijderen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
剥ぎ取る hagitoru (1) wegnemen; afhalen; afnemen; ontnemen; ontdoen van; verwijderen; ontbloten; ontkleden; uitkleden; [皮を] van het vel ontdoen; onthuiden; villen; stropen; afstropen; afschillen; schillen; strippen; [壁紙を] afscheuren; (2) [衣服を] afrissen; rissen; afrukken; aftrekken; trekken van; beroven
剥離する hakurisuru (1) loslaten; loskomen; losgaan; afschilferen; afbladderen; (2) losmaken; verwijderen; eraf doen; afkrabben; afschaven; afschrapen
kyaku (a) zich terugtrekken; (b) afwijzen; verwerpen; (c) wegruimen; verwijderen; (d) compleet; helemaal; volledig; geheel en al …
去る saru (1) verlaten; weggaan (bij; van); vertrekken (bij; van; uit); ervandoor gaan; [gew.] aangaan; ertussenuit knijpen; opstappen; heengaan (van); heenlopen; [i.h.b.] sterven; scheiden (van; uit); [m.b.t. echtgenoot;echtgenote] zich laten scheiden van; zich verwijderen van; aflopen van; weglopen van; verdwijnen; wegkomen; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [inform.] opdonderen; [inform.] ophoepelen; [inform.] opflikkeren; [inform.] oprukken; [w.g.] opdoeken; [studentent.] opzooien; [uitdr.] zich uit de voeten maken; (2) achter zich laten; op [x uur afstand enz.] liggen; afliggen van; verwijderd liggen van; (3) wijken; afnemen; wegtrekken; verdwijnen; overgaan; eindigen; ophouden te bestaan; aflopen; ten einde lopen; voorbijgaan; vergaan; (4) [m.b.t. seizoen;tijdruimte] verstrijken; voorbijgaan; vergaan; [i.h.b.] voorbijvliegen; verlopen; passeren; [fig.] omgaan; [fig.] omlopen; [fig.] omkomen; (5) verwijderen; afhalen; weghalen; wegwerken; uithalen; wegnemen; afdoen; afnemen; verbannen; zich af maken van; (6) zich ontdoen van; bannen; uitbannen; afzetten (van); laten varen; (7) [m.b.t. baan] opgeven; stoppen met; [m.b.t. ambt] neerleggen; verlaten; opzeggen; afstand doen van; bedanken voor; vaarwelzeggen; [m.b.t. toneel] afgaan (van); (8) totaal ~; volledig ~; compleet ~; geheel en al ~; volkomen ~ [voorafgegaan door een ren'yōkei]; (9) jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; ~ dezer; vorige ~; verleden ~; gepasseerde ~
取り外す torihazusu (1) wegnemen; afnemen; afhalen; verwijderen; weghalen; losmaken; (2) ontmantelen; demonteren; uit elkaar halen; nemen; onttakelen; [てんとを] opbreken; [車両を] ontkoppelen
取り除く torinozoku wegnemen; weghalen; leeghalen; wegruimen; verwijderen; opruimen; ruimen; uit de weg ruimen; zich ontdoen van; wegwerken; [恐怖心を] opheffen; [語尾の音節を] afkappen
取る toru (1) nemen; vatten; pakken; grijpen; hanteren; (2) krijgen; ontvangen; winnen; halen; aannemen; aanvaarden; (3) kiezen; uitkiezen; pikken; (4) vragen; aanrekenen; innen; (5) begrijpen; interpreteren; opvatten; (6) wegnemen; verwijderen; weghalen; (7) vangen; oogsten; binnenhalen; (8) afnemen; afpakken; stelen; pikken; (9) vergen; vereisen; (10) boeken; reserveren; vastleggen; (11) innemen; bezetten
外す hazusu (1) losmaken; openmaken; [眼鏡を] afzetten; afdoen; [べっどかばーを] afhalen; [ぼたんを] losknopen; loskoppelen; [留金を] loshaken; afhaken; losgespen; afgespen; verwijderen; weghalen; nemen van; wegnemen; weglaten van; van het slot doen; [戸を] uitlichten; uittillen; [i.h.b.] disloqueren; [mech.] debrayeren; [techn.] ontkoppelen; [ぎあを] afkoppelen; (2) [機会を] missen; onbenut laten; laten ontglippen; verkijken; mislopen; misslaan; misschieten; (3) ontkomen aan; ontsnappen aan; ontwijken; pareren; afwenden; (4) [席を] verlaten; ervandoor gaan
引き下ろす hikiorosu (1) naar beneden trekken; neerhalen; neertrekken; [m.b.t. vlag] strijken; neerhalen; [m.b.t. gestrand schip] vlot trekken; brengen; (2) [m.b.t. hooggeplaatste personen] onderuithalen; wippen; ten val brengen; uit het zadel werpen; lichten; afzetten; verwijderen
払う;掃う harau (1) verwijderen; wegdoen; opruimen; wegnemen; wegruimen; vrijmaken; ontruimen; (uit de weg) ruimen; weghalen; wegvegen; vegen; wissen; [een telraam] terugzetten op nul; zuiveren (van); [tranen enz.] afvegen; ontdoen van; [tuinb.] dieven; [tuinb.] afsnoeien; afhelpen van; verdrijven; verjagen; [een kwaal enz.] boeten; (2) [een zwaard e.d.] zwaaien; maaien; [i.h.b. iem. de voet] lichten; [een uithaal e.d.] afslaan; (3) betalen; neertellen; neerleggen; delgen; kwijten; contenteren; [een schuld] afdoen; [een schuld] afkomen; [een schuld] honoreren; [inform.] dokken; vereffenen; over de brug komen; overkomen; [m.b.t. rekening] gladmaken; [Barg.] roeren; [Barg.] besjollemen; (4) [eer] betuigen; [eer] bewijzen; [eerbied] betonen; zich [inspanningen] getroosten; zich [moeite] geven; (5) van de hand doen; verkopen; (6) [~に注意を] acht slaan op; aandacht besteden aan; aandacht schenken aan; letten op; opletten; bij de les blijven; achten; acht geven; oppassen
抜き取る nukitoru (1) trekken uit; uittrekken; uitdoen; verwijderen; rooien; (2) selecteren; uitkiezen; kiezen uit; uitzoeken; uitlichten; halen uit; uithalen; uitpikken; (3) stelen; [inform.] pikken; [inform.] gappen; [inform.] jatten
抜く nuku (1) dringen in; doordringen; penetreren; (2) inhalen; voorbijstevenen; achter zich laten; het verder brengen dan; overtreffen; voorbijstreven; te boven gaan; de loef afsteken; uitsteken boven; overvleugelen; [i.h.b. sportt.] verslaan; (3) uittrekken; trekken; [een fles enz.] opentrekken; (4) eruit halen; te voorschijn halen; uitlichten; uitpikken; uitkiezen; selecteren; uitzoeken; [i.h.b.] pikken; [i.h.b.] stelen; (5) verwijderen; wegnemen; lichten; uithalen; [i.h.b. van bad;ballon enz.] laten leeglopen; lozen; (6) besparen; daarlaten; overslaan; weglaten; achterwege laten; (7) [een blanco plek enz.] uitsparen; openlaten; (8) innemen; veroveren; (9) ten einde toe ~; uit-; af-; ~ tot de lust daartoe voorbij is [gebruikt als werkwoordelijk suffix]; (10) overslaan; (11) masturberen
拭い去る nuguisaru (1) [涙を] wegwissen; wegvegen; afvegen; wegwrijven; (2) [疑惑を] volledig wegnemen; verwijderen; uitwissen; wissen; uitvegen; wegvagen; bannen
掃討する soutousuru [fig.] opruimen; zuiveren; schoonvegen; verdrijven; verwijderen; uitroeien; vernietigen
摘出する tekishutsusuru (1) uitpikken; uitkiezen; selecteren; (2) [geneesk.;chir.] (operatief) verwijderen; extraheren; wegsnijden; uitsnijden; wegnemen; uitpellen; excideren; reseceren; extirperen; enucleëren; (3) onthullen; bekendmaken; aan het licht brengen; blootleggen; openbaren; (4) extraheren; excerperen; uithalen; uitknippen
撤去する tekkyosuru (1) verwijderen; wegruimen; weghalen; (2) terugtrekken; overbrengen naar elders
消却する shoukyakusuru (1) schrappen; afschrappen; verwijderen; royeren; afschrijven; doorhalen; doorschrappen; (2) opgebruiken; geheel verbruiken; opmaken; opsouperen; [w.g.] opbezigen; (3) delgen; aflossen; terugbetalen; vereffenen; inlossen; restitueren; amortiseren; uitdelgen
消去する shoukyosuru (1) wissen; uitwissen; uitvlakken; wegvagen; verwijderen; elimineren; (2) [wisk.] elimineren
疏開する sokaisuru (1) spreiden; verstrooien; (2) evacueren; ontruimen; in veiligheid brengen; (3) verwijderen
datsu (1) ont-; de-; (a) uittrekken; afzetten; afwerpen; (b) verwijderen; wegnemen; (c) vergeten; bij verzuim weglaten; (d) missen; afdwalen; (e) ontkomen; vrij raken
脱ぎ捨てる nugisuteru (1) uittrekken; uitdoen; verwijderen; uitgooien; afwerpen; afgooien; uitschieten; [すりっぱを] uitschoppen; [殻を] vervellen; (2) van zich werpen; wegdoen; wegwerpen; afdanken; afleggen; terzijde leggen; aan de kant schuiven; zich ontdoen van; weggooien; wegsmijten; laten vallen; zich bevrijden van; zich losmaken van; afschudden
退ける;斥ける shirizokeru (1) wegsturen; terugsturen; wegzenden; terugtrekken; verdrijven; verjagen; wegjagen; (2) [敵を] terugslaan; terugdrijven; terugwerpen; afslaan; afweren; weren; afhouden; [誘惑を] weerstaan; (3) [勧告を] afwijzen; afslaan; afketsen; van de hand wijzen; terugwijzen; weigeren; wegwuiven; [控訴を] verwerpen; (4) de laan uit sturen; de deur wijzen; verwijderen; ontslaan; afzetten; ontheffen
除く nozoku (1) wegnemen; wegruimen; wegdoen; weghalen; eruit halen; verwijderen; aan de kant zetten; [twijfel e.d.] opheffen; ontlasten van; [de pijn e.d.] verdrijven; afhelpen van; elimineren; schrappen; uit de weg ruimen; ruimen; afschaffen; (2) uitsluiten; buitensluiten; uitlaten; weglaten; achterwege laten; weren; terzijde laten; terzijde schuiven; opzijzetten; erbuiten laten; overslaan; omitteren; uitzonderen
除去する jokyosuru verwijderen; wegruimen; wegwerken; wegnemen; weghalen; wegdoen; removeren; elimineren; zich af maken van
隔てる hedateru (1) afscheiden; scheiden; verwijderen; afzonderen; af doen liggen van; [een belemmering enz.] in de weg leggen; [een afstand enz.] ertussen leggen; tussenplaatsen; (2) [een zeker tijdsinterval] inlassen; laten verstrijken; (3) vervreemden; aliëneren
雪下ろし;雪降ろし yukioroshi (1) [家の屋根の] het ruimen; verwijderen; weghalen; afhalen van sneeuw van het dak; (2) bergwind die sneeuw aanbrengt; sneeuwwind
雪掻きをする yukikakiwosuru sneeuwruimen; sneeuw scheppen; verwijderen; ruimen; [道の~] de weg sneeuwvrij maken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.37 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 27 treffers (zoekopdracht: 'verwijderen'). 
2005-2026