日蘭辭典+

166 resultaten voor ‘niet’
日蘭辭典 (trefwoord)
iya
(いや) bw. neen; niet; geenzins. ¶ 否さうではないよ neen, zoo is het niet; neen, je hebt het mis. ¶ 否、それは不可ん neen, dat gaat niet.
iieいいえ、否
bw. volstrekt niet; neen; wel neen. ¶ を好かないのですか、いいえ好きです hou je niet van rundvleesch? ja wel, ik hou er veel van.
amai甘い
bn. (1) [甘味] zoet. (2) [淡味] flauw; laf; smakeloos. (3) [愚鈍] dwaas; mal. (4) [叱り方が] slap; niet streng genoeg. (5) [やさしい] zacht. ¶ 子供に甘い toegevend voor kinderen. ¶ 甘い物 zoetigheid.
amami甘味
zn. zoetheid v.; zoete smaak m. ¶ 甘味ある zoetachtig; zoetig. ¶ 甘味が薄い het is niet zoet genoeg.
amari餘り
(余り) vz. & bw. (1) [より以上] meer dan; over; boven. (2) [過度に] te; al te; tezeer; erg; over. (3) [差程] zeer; bijzonder; zoozeer......, dat; zoo......dat. ¶ 餘り……ない niet erg; niet zeer; niet bijzonder; zelden. ¶ 餘り高くて手が屆かぬ zoo hoog, dat men er niet bij kan. ¶ そりゃあんまりだ dat is een beetje te erg.
amaru餘る
(余る) i.w. (1) [殘る] overblijven; te boven gaan; overschieten; resteeren. (2) [目に餘る] te groot om te overzien (餘り大きい); niet om aan te zien (餘りひどい). ¶ 力に餘る boven zijn krachten; boven zijn macht. ¶ 手に餘る niet te bedwingen; niet aankunnen; niet opgewassen zijn tegen.
anshin安心
zn. gemoedsrust v.; vertrouwen o. ¶ 安心の出來ぬ人物 iemand, met wien men zich niet op zijn gemak gevoelt. ¶ 安心な rustig. ¶ 安心さす geruststellen. ¶ 安心する gerust zijn; vol vertrouwen zijn. ¶ ほっと安心する een zucht van verlichting slaken. ¶ これで大きに安心到しました dit is mij een pak van het hart.
ao
zn. blauw o.; groen (綠) o. ¶ 青葉 groen; groene bladeren. ¶ 青光り phosporescentie. ¶ 青光する phosphoresceeren; lichten (海). ¶ 青貝 parelmoer. ¶ 青臭い (未熟) groen; nog niet droog achter de ooren; onervaren. ¶ 青物 groente. ¶ 青物屋 groentenboer. ¶ 青菜 bladgroente; loof van knolraap. ¶ 青二才 baar; groen. ¶ 青書生 groen; noviet. ¶ 青筋 ader. ¶ 青空 blauwe hemel. ¶ 青空の下にて onder den blooten hemel; in de open lucht. ¶ 青空色の hemelsblauw; azuur. ¶ 青息吐息 hijgen. ¶ 蒼白い bleek.
arazu非ず
i.w. niet zijn. ¶ 非ずと言ふ ontkennen.
aseru焦る
i.w. haasten; bn. ongeduldig; haastig. ¶ あせるな houd je kalm; hou je gemak. ¶ 焦らないでゆっくりしてなさい haast u maar niet, doe het op uw gemak.
ashi
zn. (1) [] voet m. (2) [脚] been o. (3) [動物の] poot m. (4) [器物の支へ] voet m.; poot m.; voetstuk. (5) [步調] stap m.; pas m. (6) [不金] tekort o. ¶ が出る het geld is niet voldoende. ¶ を出す tekort komen. ¶ を揃へる in den pas loopen;
ashikarazu惡しからず
(悪しからず) neem mij niet kwalijk; duid mij niet euvel; houd mij ten goede.
ashimoto足下
(足元, 足もと, 足許) zn. voet m.; stap m. ¶ 足下に vlak bij; vlak voor oogen. ¶ 足許御用心 kijk waar je loopt! ¶ 人の足下を見る gebruik maken van iemand’s zwakke positie. ¶ 足下にも寄りつけない niet te vergelijken zijn met; het haalt er niet bij.
atou能ふ
(能う) i.w. kunnen. ¶ 能ふべき in staat om. ¶ 能はざる niet in staat om. ¶ 能ふべくんば zoo mogelijk. ¶ 能ふ限り al het mogelijk; Noot: Schrijftaal voor ‘dekiru’ (Kenkyusha, 1974).
agekuni揚句に
(挙句に・揚げ句に) vw. & bw. (1) [終に] ten slotte; per slot van rekening. (2) [且又] bovendien. ¶ 揚句の果に en alsof dat nog niet genoeg was......
yamuoenai已むを得ない
bn. onvermijdelijk; noodzakelijk; niet te ontgaan. ¶ 已むを得ず onvermijdelijk; Noot: Ook: 止むを得ない
yarippanashi遣放し
(遣りっ放し) zn. niet-afdoening v. ¶ 遣放しにする niet afdoen; onvoltooid laten liggen. ¶ 遣放しの slordig; niet accuraat.
yarisokonai遣損
(遣り損い) zn. mislukking v.; fout v.; vergissing v. ¶ 遣損ふ verkeerd doen; niet slagen.
yasegaman瘠我慢
(痩せ我慢; 瘠せ我慢) zn. volharding tot het uiterste. ¶ 瘠我慢をする tot het uiterste volharden; het niet willen opgeven.
ya
zn. veld. ¶ 野に在る niet in gouvernementsdienst zijn; geen functie hebben. ¶ 野に下る uit dienst gaan; aftreden.
binbō貧乏
zn. armoede v. ¶ 貧乏な arm; armoedig. ¶ 貧乏する arm zijn. ¶ 其の日暮らし van de hand in den tand leven. ¶ 貧乏にする arm maken. ¶ 貧乏 een niet. ¶ 貧乏町 achterbuurt. ¶ 貧乏人 arme; pauper.
kyoku
zn. (1) [音曲の] muziek v.; melodie v.; wijs v.; toon m. (2) [不正] ongelijk o.; fout v.; verkeerdheid v. (3) [興味] aardigheid v. (4) [藝] kunstgreep m. ¶ 曲彼にあり hij heeft ongelijk. ¶ 曲もなし in ’t geheel niet vermakelijk; niet interessant.
nai無い
(ない) i.w. niet zijn; niet hebben. ¶ 無いも同樣 bijna niets; zoo goed als niets. ¶ 借金がない geen schulden hebben. ¶ もない niets hebben. ¶ ないよりもまし beter dan niets. ¶ 辭引なしで讀める kunnen lezen zonder woordenboek.
iya嫌、厭
zn. afkeer m.; ergernis v.; verveling v. ¶ 嫌な onaangenaam; ergerlijk; vervelend. ¶ 嫌な stank. ¶ いやな天氣 beroerd weer. ¶ 嫌な beroerde vent; lamme vent. ¶ 厭になる iets moede zijn; het land hebben aan. ¶ 貸して呉れ嫌か leen me wat, of wil je het niet? ¶ 嫌ですよ laat dat toch!; je hindert me; niet doen!
otoru劣る
i.w. achterstaan bij; minder zijn dan; niet aan kunnen. ¶ 劣らぬ niet onderdoen voor; even goed zijn als.
-na
bw. niet. ¶ そんなこと言ふな zeg zoo iets niet. ¶ 忘れるな vergeet het niet.
dame駄目

zn. onmogelijkheid v; nutteloosheid v.; bn. vergeefsch; nutteloos; onbruikbaar; onmogelijk. ¶ 駄目にする bederven; onbruikbaar maken. ¶ 駄目になる mislukken; nutteloos zijn; vergeeefsch zijn. ¶ やって見ても駄目だ we behoeven het niet eens te probeeren. ¶ それは駄目だ dat lukt niet; dat zal niet gaan; dat kan niet; dat mag niet. ¶ もう駄目だ het loopt mis het hem; er is geen hoop meer voor hem. ¶ とても駄目だから諦めなさい daar er toch niets meer aan te doen is, moet er nu maar in berusten.

fukekka不結果

zn. mislukking v.; fiasco o. ¶ 不結果の mislukt; niet geslaagd.

gizetsusuru義絶する

t.w. relaties verbreken. ¶ 子供を義絶する kind onterven; kind verstoten; kind niet meer erkennen.

hatato礑と

bw. (1) [音] met een klap. (2) [突然] plotseling. [全然] geheel. ¶ 礑と實感する niet weten, wat te doen; uit het veld geslagen zijn.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kōkutsu後屈
zn., suru-ww. achterovergebogen; achterover buigen. ¶ 今日はヨガの後屈のポーズのおですKyō wa yoga no kōkutsu no pōzu no hanashi desu. Vandaag ga ik het hebben over houdingen in yoga waarbij je achteroverbuigt. ¶ 後屈のポーズには、全身のエネルギーを活性化して、自分でも気づかなかった感情と出会うがあります。 Kōkutsu no pōzu ni wa, zenshin no enerugī wo kasseikashite, jibun de mo kizukanakatta kanjō to deau toki ga arimasu. Bij achterovergebogen houdingen activeer je energie in je hele lichaam en zul je op momenten emoties tegenkomen waarvan je zelf niet eens wist dat je ze had. (blog) NB antoniem: zenkutsu 前屈

shaberu喋る
(-r stam) (1) babbelen; kletsen; (niet serieus, vrijblijvend) praten; roddelen. ¶ 日本人遭遇して日本語めっちゃしゃべった。 Nihonjin to sōgōshite nihongo mettcha shabetta. Toevallig een Japanner ontmoet, we hebben tijdenlang gebabbeld. (twitter) (2) informatie doorvertellen die niet voor anderen bestemd is; zich iets laten ontvallen; zich verspreken; roddelen. ¶ しゃべってしまった shabette shimatta ik versprak me (twitter) ¶ 眠すぎて真実しゃべってしまった Nemusugite shinjitsu shabette shimatta Ik was te slaperig en liet me ontvallen hoe het werkelijk in elkaar zit. (twitter) ¶ あ、ごめんなさい。聞かれてもいない余計なことをしゃべってしまったと思って、ツイート消しちゃった。 A, gomen nasai. Kikarete mo inai yokei na koto wo shabette shimatta to omotte, twiito keshichatta. O, neem me niet kwalijk. Omdat ik dacht dat ik nodeloos uitweidde over dingen die me niet eens gevraagd waren had ik de tweet verwijderd. (twitter) (3) praten over iets. ¶ テレビでは、我が国の将来の問題を誰かが深刻なをしてしゃべっている。 Terebi de wa, wagakuni no shōrai no mondai wo dare ka ga shinkoku na kao wo shite shabette iru. Op TV is iemand met een ernstige blik over de problemen van ons land aan het praten. (4) (in) een taal praten; een taal spreken. (TTC) ¶ 彼ら英語をしゃべっていますか。 Karera wa eigo wo shabette imasu ka. Spreken ze Engels? (TTC) ¶ 彼はとうとう中国語をしゃべるようになりました。 Kare wa tōtō chūgokugo wo shaberu yō ni narimashita. Hij is eindelijk Chinees gaan praten. (twitter)
seikai正解
(znw) (1) het juiste antwoord; de juiste verklaring [interpretatie]; correct; juist; goed. ¶ 正解をまるで囲みなさいSeikai wo maru de kakominasai. Omcirkel het juiste antwoord alsjeblieft. (TTC) ¶ そっか!!それ正解だよね Sokka! Sore ga seika da yo ne! Ja toch! Zo is het toch! (twitter) (2) (als evaluatie achteraf) de juiste beslissing; de juiste keuze. ¶ どんどんひどくなっていく今日は出かけなくて正解だったAme ga dondon hidoku natte iku. Kyō wa dekakenakute seikai datta. De regen wordt steeds erger. Ik ben blij dat we niet weg zijn gegaan. (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <niet>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
とっても tottemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; enorm; verschrikkelijk; afschuwelijk; ijzig; bar; stom-; criant; gruwelijk; bitter; crimineel; gruwzaam; fantastisch; geweldig; ontiegelijk; gemeen; drommels; verdomd; machtig; duivels; verbazend; ijselijk; verduiveld; mirakels; allemachtig; formidabel; ellendig; moorddadig; reusachtig; reuze-; ontzaglijk; vervaarlijk; kolossaal; onwijs; schreeuwend; stinkend; danig; volslagen; faliekant; [inform.;veroud.] verhipt; (2) [~ない] geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet
na (1) hé; zeg [interjectie ter aanduiding dat men iemands aandacht vraagt;of dat men iemand uitnodigt of aanspreekt]; (2) hè; toch?; (vind je) niet?; zeg nou zelf [interjectie ter aanduiding dat men een bevestiging verwacht]
ぱらぱら parapara (1) [~と降る] pletsen; spatten; spetten; trippelen; [あられが~と降る] kletteren; [~とふりかける] sprenkelen; besprenkelen; (2) [~とめくる] vluchtig doorbladeren; bladeren door; snel omdraaien; vlug omslaan; [とらんぷを~と切る] schudden door de twee helften van het kaartspel in elkaar te laten schuiven; (3) verspreid liggend; ver uiteen; [~と咲く] hier en daar; (4) [聴衆が] verspreid; uiteen liggend; (5) [髪の毛が] los; onsamenhangend; [おからが] verbrokkeld; [ご飯が] niet-kleverig
アウトサイダー autosaidaa (1) buitenstaander; outsider; buitenbeentje; (2) niet-erkende vakbond; (3) onderneming die geen lid is van een kartel; trust
アウトサイダー組合 autosaidaakumiai niet-erkende vakbond
アポクリファ apokurifa apocriefe boeken; de apocriefen; niet-canonieke boeken
インフォーマル infuxoomaru (1) informeel; niet officieel; onofficieel; officieus; (2) onvormelijk; niet-vormelijk; familiair; zonder complimenten
オフ・ブロードウェー ofuburoodowee [theat.] off Broadway; [i.h.b.] experimenteel toneel; niet-commercieel theaterstuk
ステープル suteepuru (1) niet; nietje; (2) kram; krammetje
デフォルト defuxoruto (1) [comp.] default; defaultwaarde; standaardwaarde; (2) [jur.] verzuim; niet-nakoming; [i.h.b.] wanbetaling
ノット notto (1) knoop; (2) Knott; (3) niet-; (4) [scheepv.] knoop; zeemijl per uur
ノー noo (1) nee; neen; (2) niet-; no-
プレブス purebusu [in het oude Rome] plebs; plebejers; volksklasse; niet-patriciërs
モノラル monoraru monauraal; mono; niet-stereofonisch
下戸 geko niet-drinker
不作 fusaku (1) [landb.] niet-bebouwing; (2) [landb.] slechte oogst; schrale oogst; wanoogst; misoogst; misgewas
不侵略条約 fushinryakujouyaku niet-aanvalsverdrag; niet-aanvalspact; non-agressiepact
不参 fusan niet-deelname; non-participatie
不可侵条約 fukashinjouyaku niet-aanvalsverdrag; niet-aanvalspact; non-agressiepact
不可算名詞 fukasanmeishi [taalk.] niet-telbaar naamwoord
不周延 fushuuen [log.] niet-gedistribueerd
不導体 fudoutai [natuurk.] niet-geleider
不履行 furikou [jur.] niet-nakoming; het niet nakomen; verzuim; gebrek; het in gebreke blijven; [Lat.] mora
不戦 fusen niet-oorlogvoering; verzaking aan de oorlog
不戦勝 fusenshou (1) onbestreden overwinning; (2) [sportt.] zege wegens niet-opkomen; niet-verschijnen; niet-opdagen; [Belg.N.] forfait van de tegenpartij; tegenstander; [Belg.N.] forfaitzege
不払い fubarai wanbetaling; niet-betaling; het niet betalen
不承認 fushounin afkeuring; het niet-erkennen; niet-erkenning
不発弾 fuhatsudan niet-ontplofte granaat; bom; blindganger; doodloper; blindeman
不開示 fukaiji niet-openbaarmaking; niet-bekendmaking; niet-opening; het niet-vrijgeven; niet-vrijgave; embargo; niet-overlegging; [jur.] niet-terinzagelegging
fu in-; i-; il-; im-; ir-; on-; niet-; non- [voorvoegsel ter ontkenning van het in het tweede lid genoemde]
bu in-; i-; il-; im-; ir-; on-; niet-; non- [voorvoegsel ter ontkenning van het in het tweede lid genoemde]
中立国 chuuritsukoku neutrale staat; onzijdige mogendheid; niet-gebonden land
人文科学 jinbunkagaku (1) humane wetenschappen; menswetenschappen; geesteswetenschap; alfawetenschap; niet-exacte wetenschappen; cultuurwetenschap(pen); (2) letteren; letteren en wijsbegeerte
人間離れ ningenbanare [~した] niet-menselijk; bovenmenselijk; bovennatuurlijk; buitengewoon
他人 tanin (1) andere; anderman; een ander; (2) niet-verwant; wie geen familie is; (3) vreemde(ling); buitenstaander; derde; niet-lid; leek
借りパク karipaku (1) niet-teruggave van wat geleend is; (2) toe-eigening van leengoed
倦まず弛まず umazutayumazu onvermoeibaar; onverflauwd; volhardend; niet-aflatend; met ijzeren volharding; met onverdroten ijver
停留睾丸 teiryuukougan [anat.] niet-ingedaalde testikel
凡人 bonjin (1) gewone man; doorsnee man; Jan met de pet; Jan Modaal; (2) burger; niet-adellijke
凡人 bonnin (1) gewone man; doorsnee man; Jan met de pet; Jan Modaal; (2) burger; niet-adellijke
医薬部外品 iyakubugaihin niet-receptplichtig geneesmiddel; niet-geneesmiddel
否や inaya (1) bezwaar; niet-instemming; afkeuring; weigering; (2) goed- of afkeuring; aanvaarding of weigering; (3) […や~] meteen als; toen; zodra; (4) […や~] wel of niet; al dan niet; (5) neenee; nee toch; (6) nee toch
ina (1) bezwaar; afkeuring; onenigheid; weigering; (2) […か~か] al dan niet; of … of niet; (3) neen; nee; (4) niet
和名 wamei Japanse naam; [i.h.b.] volkse; populaire; niet-wetenschappelijke naam
営業外収益 eigyougaishuueki niet-operationele inkomsten; opbrengsten
国連安全保障非常任理事国 kokurenanzenhoshouhijouninrijikoku niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad
外れ hazure (1) rand; zoom; buitenwijk; randgebied; periferie; (2) niet in de prijzen vallend lot; niet; (3) misser; (4) misoogst; slechte oogst; [w.g.] wanoogst; (5) teleurstelling
外人 gaijin (1) vreemdeling; buitenlander; niet-ingezetene; allochtoon; [inform.] allo; [i.h.b.] niet-Japanner; (2) vreemde; buitenstaander; outsider
外典 gaiten apocriefe boeken; de apocriefen; niet-canonieke boeken
外史 gaishi (1) onofficieel geschiedkundig werk; apocriefe; officieuze geschiedenis; (2) privéhistoricus; niet-ambtelijke geschiedkundige; (3) [Chin.gesch.] Táng-Chinese aanduiding van wàijì 外記; (4) [Chin.gesch.] Zhōu-ambtenaar belast met diplomatieke briefwisseling; (5) Nihon gaishi 日本外史; (6) [titel volgend op de schrijversnaam van een literator]
外字 gaiji (1) buitenlands schriftteken; vreemde letter; (2) niet-officieel karakter; onofficiële kanji; (3) [comp.] door de gebruiker gedefinieerd karakter; extern karakter; kanji buiten de JIS-lijst
外道 gedou (1) niet-boeddhistische leer; godsdienst; heidens geloof; heidendom; paganisme; afgodendienst; (2) niet-boeddhist; heiden; paganist; ketter; ongelovige; (3) dwaalleer; ketterij; heresie; heterodoxie; onrechtzinnigheid; (4) onmens; beul; wreedaard; beest; bruut; ellendeling
失業者 shitsugyousha werkloze; [Belg.N.;spreekt.] dopper; [euf.;verzameln.] niet-actieven
始終 shijuu (1) (het verhaal enz.) van begin tot einde; (het geval enz.) van a tot z; [Belg.N.] (de zaak enz.) van naaldje tot draadje; helemaal; met alle bijzonderheden; (2) constant; de hele tijd; zonder ophouden; aldoor; steeds; voortdurend; te allen tijde; permanent; altijd; onophoudelijk; almaar; aanhoudend; niet-aflatend; [veroud.] stadig
学部生 gakubusei niet-gegradueerde student; prebachelorstudent; prebachelor
居候 isourou (1) het op iemands kosten leven; klaploperij; tafelschuimerij; panlikkerij; (2) niet-betalende gast voor langere tijd; uitvreter; klaploper; tafelschuimer; panlikker; profiteur; parasiet; bietser
市外局番 shigaikyokuban [telef.] niet-lokaal netnummer; niet-lokaal kiesnummer
平民 heimin (1) ambteloze burgers; gewone mensen; volk; (2) [in Meiji-Japan] burgers (i.t.t. ambts- en zwaardadel); (3) [in het oude Rome] volksklasse; plebs; niet-patriciërs
当たらず障らず atarazusawarazu [~の] vaag; vrijblijvend; tot niets verbindend; neutraal; diplomatiek; niet-aanstootgevend
徒人 tadabito (1) gewoon iemand; gewone sterveling; modaal persoon; man in de straat; zomaar iemand; (2) onderdaan; burger; niet-adellijke; (3) onaanzienlijk iemand; de kleine man; putjesschepper; (4) leek; niet-geestelijke
得るところのない urutokorononai niet-lucratief
怠慢 taiman (1) nalatigheid; verwaarlozing; verzuim; niet-nakoming; gebrek; slofheid; sloffigheid; (2) nalatig; in gebreke blijvend; gebrekig; sloffig; [veroud.] zuimachtig
意訳 iyaku vrije vertaling; niet-letterlijke vertaling
意訳する iyakusuru vrij; niet-letterlijk; losjes vertalen
son (1) verlies; strop; (2) nadeel; schade; tegenvaller; drawback; handicap; damnum; (3) nadelig; ongunstig; onvoordelig; verliesgevend; verloren [investering enz.]; niet-lonend; ondankbaar; nutteloos; vergeefs; zonder resultaat; onrendabel
文民 bunmin burger; niet-militair
有りもしない arimoshinai denkbeeldig; fictief; niet-bestaand; onbestaanbaar; verzonnen; gefingeerd
未確認 mikakunin niet-bevestigd; onbevestigd; niet-geconfirmeerd; ongeconfirmeerd
柔らかい;軟らかい;和らかい yawarakai (1) zacht; smeu; mals; donzig; (2) zachtaardig; teder; mild; murw; (3) behaaglijk (warm); mild; (4) soepel; niet-stroef; vlot; (5) flexibel; coulant; tegemoetkomend; inschikkelijk
棄却 kikyaku afwijzende beschikking; verwerping; afwijzing; [jur.] rejectie; niet-ontvankelijkverklaring; sepositie; sepot
棄権 kiken [権利の] afstand; renunciatie; verzaking; [投票の] onthouding; [sportt.] terugtrekking; het niet-opkomen; het niet-verschijnen; niet-verschijning; [Belg.N.] forfait
欠場 ketsujou afwezigheid; verstek; niet-optreden; no-show
欠席者 kessekisha afwezige; [onderw.] absent; [jur.] niet-verschenen partij
民間 minkan (1) het publiek; het volk; de massa; gewone burgers; de mensen; (2) particulier ~; privaat ~; niet-openbaar ~; privé ~; civiel ~; burger-; niet-gouvernementeel ~; volks-; commercieel [bv. omroep]
民間の minkanno particulier; privaat; niet-openbaar; privé; civiel; burger-; niet-gouvernementeel; volks-; commercieel [bv. omroep]
浅はか asahaka (1) onbezonnen; lichtvaardig; onbedachtzaam; ondoordacht; onberaden; lichtzinnig; (2) ondiep; oppervlakkig; (3) oppervlakkig; niet-diepgaand; wuft; luchtig; frivool; onnozel; luchthartig; lichthartig
海外居住者 kaigaikyojuusha niet-ingezetene; expatriate; expat
無我 muga (1) [boeddh.] anātman; zelfloosheid; zelveloosheid; niet-zelf; niet-ik; (2) onzelfzuchtigheid; onbaatzuchtigheid; belangeloosheid; (3) onzelfzuchtig; onbaatzuchtig; belangeloos; onberekend; zelfverloochenend
無職 mushoku (1) werkloosheid; (2) werkloos; baanloos; ambteloos; zonder werk; zonder emplooi; zonder betrekking; niet-actief
無関係 mukankei niet-verwant; niet-betrokken; geen verband houdend (met); geen betrekking hebbend (op); niets te maken hebbend (met); niet ter zake doend; losstaand van; part noch deel hebbend aan; niets van doen hebbend (met); niets uit te staan hebbend (met); [Belg.N.;niet alg.] geen uitstaans hebbend (met)
bu in-; i-; il-; im-; ir-; on-; niet-; non- [voor taigen gevoegd prefix ter ontkenning van het in het grondwoord genoemde]
独立 dokuritsu (1) zelfstandigheid; onafhankelijkheid; [form.] independentie; [academische enz.] vrijheid; [i.h.b.] het in eigen behoefte kunnen voorzien; (2) afgezonderdheid; gescheidenheid; het losstaan; het vrijstaan; niet-verbondenheid
生まれも付かぬ umaremotsukanu niet-aangeboren; accidenteel; per ongeluk
異邦人 ihoujin (1) vreemdeling; buitenlander; barbaar; (2) vreemde; outsider; (3) [bijb.] niet-jood; heiden; onbesnedene; ongelovige; goj; (4) L'Étranger; [vert.] De vreemdeling
異類 irui (1) ander soort; variëteit; heterogeniteit; ongelijksoortigheid; (2) niet-mens; bovennatuurlijk wezen; (3) iets buitengewoons
短絡する tanrakusuru (1) [elektr.] kortsluiten; (2) [geneesk.] bypassen; (3) [log.] overhaaste gevolgtrekkingen maken; overhaaste conclusies trekken; niet-logisch; simplistisch zijn; zich een overhaast oordeel vormen
禁煙 kinen (1) rookverbod; verboden te roken; (2) niet-roken-; ~ (bestemd) voor niet-rokers; rookvrij ~
私に watakushini (1) aan mij; voor mij; tot mij; jegens mij; (2) door mij; (3) niet-publiekelijk; eigengerechtig; naar eigen believen; eigenmachtig
私立 shiritsu particulier; privaat-; privé-; niet-openbaar; niet-publiek; niet-gouvernementeel; [m.b.t. onderwijs] bijzonder; [Belg.N.;m.b.t. onderwijs] vrij
私立の shiritsuno particulier; privaat-; privé-; niet-openbaar; niet-publiek; niet-gouvernementeel; [m.b.t. onderwijs] bijzonder; [Belg.N.;m.b.t. onderwijs] vrij
穴馬 anauma dark horse; outsider; onbekende deelnemer; onverwachte kandidaat; niet-favoriete mededinger
ana (1) gat; opening; holte; spleet; bres; perforatie; porie; [針の] oog; (2) holte; kuil; put; uitholling; (3) hol; grot; spelonk; nis; [dierk.] leger; kuil; burcht; (4) [mijnb.] schacht; (5) [fin.] put; verlies; deficit; tekort; derving; (6) leemte; hiaat; lacune; gebrek; gemis; defect; euvel; onvolkomenheid; het ontbrekende; mankement; tekortkoming; zwak punt; zwakke plek; (7) schuilplaats; stek; stekkie; wijkplaats; (8) aanrader voor insiders; weinig bekende toplocatie; verborgen parel; (9) [paardenrennen;keirin] verrassende uitslag; (10) [paardenrennen;keirin] dark horse; outsider; niet-favoriete mededinger; (11) [ton.] zitplaatsen gelijkvloers; parterre; (12) graf; (13) [Edo-Barg.] inside-information
空籤 karakuji niet; lot waarop geen prijs valt; niet in de prijzen vallend lot
uruchi niet-klevende rijst
素人 shirouto leek; amateur; niet-deskundige; ondeskundige; dilettant; [pej.] hobbyist
絶えず taezu altijd; almaar; aldoor; voortdurend; aanhoudend; niet-aflatend; blijvend; ononderbroken; onafgebroken; doorlopend; onophoudelijk; eindeloos; zonder te stoppen; gedurig; constant; non-stop; permanent; continu; de hele tijd; gestaag; stadig; [volkst.] studie-an; [volkst.] studie-andoor
絶え間ない taemanai onophoudelijk; aanhoudend; niet-aflatend; voortdurend; gestaag; constant; ononderbroken; onafgebroken; doorlopend; continu
絶縁体 zetsuentai [elektr.;techn.] isolator; niet-geleider; niet-geleidend materiaal
継子 keishi niet-biologisch kind; stiefkind; stiefzoon; stiefdochter
継子 mamako (1) niet-biologisch kind; stiefkind; stiefzoon; stiefdochter; (2) zwart schaap; verstoteling; assepoes; assepoester
自由席 jiyuuseki niet-gereserveerde plaats; vrije zitplaats
薄っぺら usuppera (1) heel dun; dunnetjes; nietig; goedkoop; (2) oppervlakkig; niet-diepgaand; onbenullig; wuft; frivool
言外 gengai (1) het onuitgesprokene; onuitgedrukte; het niet expliciet gezegde; het niet-expliciete; wat tussen de regels staat; het buitentekstelijke; het extratekstuele; (2) [~の] onuitgesproken; onuitgedrukt; niet-expliciet; buitentekstelijk; extratekstueel; impliciet; non-verbaal; niet-verbaal; stilzwijgend
超党派の choutouhano bovenpartijdig; niet-partijgebonden
遠回しな toomawashina indirect; niet-rechtstreeks; zijdelings; kronkelig; perifrastisch; [w.g.] middellijk
遠回しに toomawashini indirect; op indirecte manier; niet-rechtstreeks; zijdelings; via via; met; langs een omweg; kronkelig; met veel omhaal van woorden; perifrastisch
部外者 bugaisha buitenstaander; outsider; niet-lid; iem. van buitenaf
ya (1) vlakte; veld; (2) private sector; niet-gouvernementeel domein; (3) ruw; onbewerkt; (a) vlakte; veld; (b) particulier; niet-gouvernementeel; (c) natuurstaat; (d) naturel; onbewerkt; ruw; (e) wild; onstuimig; (f) domein; veld; (g) provincie Shimotsuke
閉果 heika [plantk.] sluitvrucht; niet-openspringende vrucht
間接の kansetsuno indirect; niet-rechtstreeks; onrechtstreeks; middellijk; zijdelings; via via; bedekt
間断なく kandannaku zonder ophouden; zonder onderbreking; zonder te stoppen; zonder respijt; aan één stuk door; onophoudelijk; ononderbroken; onafgebroken; doorlopend; achterelkaar; [form.] achterelkander; continu; constant; niet-aflatend; voortdurend; bij voortduring; aanhoudend; stadig; gestaag; almaar; alsmaar; gedurig; steeds
青田 aota (1) groene rijstakker; [i.h.b.] rijstveld omstreeks eind juli; (2) zonder betaling van toegangsgeld een evenement bijwonen; (3) [i.h.a.] niet-betaling van de prijs
hi (1) vergissing; dwaling; abuis; fout; schuld; [form.] feil; verkeerdheid; gebrek; onvolkomenheid; (2) nadeel; ongunstige situatie; (3) niet-; on-; non-; in-; il-; im-; ir-; -vrij
非アルコール性 hiarukoorusei niet-alcoholisch
非アルコール性脂肪肝炎 hiarukooruseishiboukanen [geneesk.] niet-alcoholische steatohepatitis; [afk.] NASH
非人間的 hiningenteki onmenselijk; niet-menselijk; inhumaan; [lit.t.] ontmenst; mensonwaardig; mensonterend; onmenslievend
非公式 hikoushiki niet-officieel; onofficieel; inofficieel; officieus; niet-ambtelijk; buitenambtelijk; informeel; privé; particulier; off the record
非公式の hikoushikino niet-officieel; onofficieel; inofficieel; officieus; niet-ambtelijk; buitenambtelijk; informeel; privé; particulier; off the record
非公開 hikoukai niet open; toegankelijk voor het publiek; niet-openbaar; privaat; besloten; afgesloten; met gesloten deuren
非公開の hikoukaino niet open; toegankelijk voor het publiek; niet-openbaar; privaat; besloten; afgesloten; met gesloten deuren
非同盟 hidoumei niet-gebonden; neutraal
非同盟主義 hidoumeishugi niet-gebondenheid; neutraliteit
非同盟諸国 hidoumeishokoku niet-gebonden landen
非存在 hisonzai [fil.] niet-zijn; meon
非常任理事国 hijouninrijikoku niet-permanente lidstaat; [i.h.b.] niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad
非政府組織 hiseifusoshiki niet-gouvernementele organisatie; non-gouvernementele organisatie; NGO
非活動 hikatsudou niet-actie; [~性] inactief
非生産的 hiseisanteki onproductief; improductief; niet; weinig vruchtbaar; zonder (veel) succes; effect; resultaat; niets; weinig opleverend; [fig.] onvruchtbaar; vruchteloos; geen vrucht dragend; [m.b.t. kapitaal] dood
非論理的 hironriteki onlogisch; niet-logisch; ongerijmd; tegenstrijdig
非金属 hikinzoku [chem.] niet-metaal
駄目 dame (1) [go-term] neutraal vakje; (2) [ton.] (waarschuwing voor een) slecht punt in de regie; de opvoering; het scenario; script enz.; (3) slecht; niet-deugend; waardeloos; nietswaardig; nep; (4) nutteloos; onbruikbaar; ongeschikt; vergeefs; vruchteloos; zinloos; infructueus; onnut; ~ heeft geen zin; het haalt niets uit; er is niets mee te beginnen; hopeloos; naar de maan; bliksem; verknoeid; mislukt; (5) onmogelijk; tot mislukken gedoemd; incapabel; dat lukt niet; zo gaat het niet; dat wordt niets; (6) dat is verboden; dat past niet; dat mag niet; dat gaat niet aan; dat is niet toegestaan; daar komt niets van in; dat is hier contrabande; nee; laat dat; stop; niet doen
駄目な damena (1) slecht; niet-deugend; waardeloos; nietswaardig; incapabel; onbekwaam; incompetent; (2) nutteloos; onbruikbaar; ongeschikt; vergeefs; vruchteloos; zinloos; infructueus; onnut; hopeloos; verknoeid; mislukt; (3) onmogelijk; tot mislukken gedoemd; (4) verboden; ongeoorloofd; ongepast
NGO enujiioo NGO; niet-gouvernementele organisatie; non-gouvernementele organisatie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.44 sec. jiten.nl: 33 treffers, warandict: 133 treffers (zoekopdracht: 'niet'). 
2005-2026