24 resultaten voor ‘taal’
日蘭辭典 (trefwoord)
midara・淫
(淫ら、猥ら) zn. onzedelijkheid v.; onkuischheid v. ¶ 淫な
onzedelijk; onkuisch. ¶ 淫な女 vrouw van slechte zeden. ¶ 淫な
事を
する ontuchtige handelingen verrichten. ¶ 淫な
話 schuine praatjes; onzedelijke
taal.
kussetsu・屈折
zn. straalbreking o.; refractie v. ¶ 屈折光線 gebroken straal. ¶ 屈折せる gebroken. ¶ 屈折語 taal met buigingsvormen. ¶ 屈折率 brekingscoëfficiënt.
SUPPLEMENT (trefwoord)
shaberu・喋る
(-r stam) (1)
babbelen;
kletsen; (
niet serieus, vrijblijvend)
praten; roddelen. ¶
日本人と
遭遇して
日本語めっちゃしゃべった。
Nihonjin to sōgōshite nihongo mettcha shabetta. Toevallig een Japanner ontmoet, we hebben tijdenlang gebabbeld. (twitter) (2)
informatie doorvertellen
die niet voor anderen bestemd is;
zich iets laten
ontvallen;
zich verspreken; roddelen. ¶ しゃべってしまった
shabette shimatta ik versprak me (twitter) ¶ 眠すぎて
真実しゃべってしまった
Nemusugite shinjitsu shabette shimatta Ik was te slaperig en liet me
ontvallen hoe het
werkelijk in elkaar zit. (twitter) ¶ あ、ごめんなさい。聞かれてもいない余計なことをしゃべってしまったと思って、
ツイート消しちゃった。
A, gomen nasai. Kikarete mo inai yokei na koto wo shabette shimatta to omotte, twiito keshichatta. O,
neem me niet kwalijk. Omdat ik dacht dat ik
nodeloos uitweidde
over dingen die me
niet eens gevraagd waren had ik de
tweet verwijderd. (twitter) (3)
praten over iets. ¶
テレビでは、我が国の将来の
問題を誰かが深刻な
顔をしてしゃべっている。
Terebi de wa, wagakuni no shōrai no mondai wo dare ka ga shinkoku na kao wo shite shabette iru. Op TV is
iemand met een ernstige
blik over de problemen van ons land aan het
praten. (4) (in) een
taal praten; een
taal spreken. (TTC) ¶
彼らは
英語をしゃべっていますか。
Karera wa eigo wo shabette imasu ka. Spreken ze Engels? (TTC) ¶ 彼はとうとう中国語をしゃべる
ようになりました。
Kare wa tōtō chūgokugo wo shaberu yō ni narimashita. Hij is
eindelijk Chinees gaan
praten. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <taal>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
ランゲージ rangeeji taal
口 kuchi (1) mond; muil; bek; [inform.] bakkes; (2) taal; spraak; woord; (3) smaak; smaakzin; (4) persoon ten laste; mond die gevoed moet worden; (5) openstaande betrekking; vacature; vacante plaats; (6) betrekking; dienstbetrekking; baan; job; aanstelling; (7) mondstuk (van een muziekinstrument); (8) kurk; stop (van een fles); (9) opening; gat; fuit; (10) route; bergpad; riviermonding; estuarium; natuurlijke haven; (11) deur; poort; ingang; uitgang; (12) soort; artikel; merk; (13) begin; (14) gerucht; praatje; verhaal dat de ronde doet; (15) aandeel; actie; effect; portie; (16) opening van een zweer
台詞 serifu (1) [ton.] tekst; woorden; [i.h.b.] claus; rol; (2) praat; woorden; taal; uitspraak; gezegde; quote; commentaar
国語 kokugo (1) taal; (2) moedertaal; (3) de landstaal; de taal van Japan; de officiële taal van Japan; de Japanse taal; Japans
言葉 kotoba (1) taal; spraak; (2) woord; term; uitdrukking met een specifieke betekenis; (3) zinsnede; deel van een volzin; (4) uitdrukking; (5) spreekwijze; manier van uitdrukken; uitdrukking; fraseologie; zinsbouw en woordgebruik van een spreker of schrijver; (6) dialect; streektaal; gewesttaal; patois; (7) uiteenzetting; verklaring; beschrijving; exposé; (8) uitspraak; uiting; uitlating; opmerking; (9) spreekwoord; proverbium; adagium; spreuk; kernspreuk
言語 gengo (1) taal; spraak; (2) [maatwoord voor talen]
言 gen (1) gesproken taal; spraak; (2) [taalk.] parole; taalgebruik; (a) spreken; (b) gesprokene; taal; woorden
言 koto (1) verhaal; vertelling; (2) uiting; uitlating; mededeling; woorden; (3) taal; spraak; (4) praatje; gerucht; nieuws
話 wa (a) praten; gesprek; (b) vertelling; verhaal; (c) taal; rede
語 go (1) woord; (2) term; terminologie; (3) spraak; uiting; uitlating; (4) taal; (5) taal van de …; -se taal [volgt op de naam van een land;volk;etc.]; (6) [maatwoord voor woorden]; (a) spreken; vertellen; zeggen; (b) woord; verwoording; (c) uitspraak; gezegde; (d) vertelling; verhaal; monogatari; (e) Lúnyǔ
Tijd: 1.38 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'taal').
2005-2026