日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘verschieten’
日蘭辭典 (trefwoord)
aseru褪る
(褪せる) i.w. verflensen; verschieten (色が). ¶ 色の褪せぬ waschecht;
nuku拔く
t.w. (1) [引拔く] uitrekken. i.w. [抽出] uittreksel maken. t.w. (3) [引用] aanhalen; citeeren. (4) [取除] verwijderen; uitzonderen. (5) [省略] weglaten. (6) [抽んでる] overtreffen; i.w. uitblinken; uitmunten. t.w. [攻落] veroveren; innemen. (8) [追ひ越す] inhalen. [色を脱く] verkleuren; verschieten. ¶ 空氣を拔く lucht eruit pompen. ¶ 難解の所を脱く moeilijke passages overslaan. ¶ 釘を拔く spijker uittrekken.
bokeruぼける

(呆ける, 惚ける, 耄ける,ボケる ) i.w. (1) [老耄] geestelijk achteruitgaan; kindsch worden; seniel worden. (2) [褪色] verschieten; flets worden.

yakeru燒ける

(焼ける) i.w. (1) [燃燒] branden; verbranden. (2) [パンが] gebakken worden; geroosterd worden. (3) [焦げる] schroeien; verschroeien; verschroeid worden. (4) [變色] verschieten. (5) [日に焦げる] verbrand zijn. (6) [胸が] branderig gevoel hebben; maagvlam hebben. (7) [妬む] jaloersch zijn. (8) [空が] gloeien; in vlam staan. ¶ 眞赤に燒けた roodgloeiend.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verschieten>
剥げる;禿げる;兀げる hageru (1) loslaten; loskomen; afschilferen; afbladderen; afpellen; afkomen; (2) [色が] vervagen; verbleken; verschieten
剥げ落ちる hageochiru (1) afkomen; afbladderen; afschilferen; afpellen; loslaten; loskomen; (2) [色が] verfletsen; verkleuren; verschieten; verbleken; vervagen; [veroud.;gew.] verschijnen
暈ける bokeru (1) [色が] ontkleuren; z'n kleur verliezen; verschieten; vervalen; verbleken; (2) flou worden; z'n scherpte verliezen; vervagen; vaag; onduidelijk; onscherp worden
焼ける yakeru (1) afbranden; verbranden; in vlammen opgaan; door brand vernietigd worden; uitbranden; door vuur verwoest worden; wegbranden; opbranden; (2) gegrild worden; gegrilleerd worden; geroosterd worden; gebarbecued worden; gebraden worden; gebakken worden; [m.b.t. maïs] gepoft worden; doorbakken worden; (3) bruinen [door de zon] ; bruin worden; verbruinen; rood worden; verbranden; zonverbrand raken; zongebruind raken; (4) verkleuren; verschieten; dof worden; [m.b.t. metaal] aanslaan; mat worden; verbleken; vervagen; tanen; (5) heet worden door de zon; geschroeid worden; schroeien; verschroeien; broeien; gloeien; gloeiend worden; zengen; verzengen; (6) het zuur hebben; brandend maagzuur hebben; een opspelende maag hebben; (7) benijden; door jaloezie verteerd worden; jaloers raken; afgunstig worden; (8) [m.b.t. vulkaan] uitbarsten; (9) smachten naar; (10) zich aantrekken; piekeren; deren; (11) zich (de maag) overladen voelen
移る utsuru (1) verhuizen; (2) veranderen; (3) [時が〜] voorbijgaan; passeren; (4) overgaan in; verworden tot; vergaan; (5) [病気が〜] overgaan op; aantasten; aansteken; (6) vervalen; valer worden; verschieten; verbleken
移ろう utsurou (1) veranderen; anders worden; (2) verkleuren; verschieten; [veroud.;gew.] verschijnen; [i.h.b.] vervagen; verflauwen; verbleken
立て替える tatekaeru betalen voor een ander; voorschieten; verschieten; [veroud.] uitschieten
色を失う irōushinau bleek; wit om de neus worden; verbleken; verschieten; bleek uitslaan; kleur verliezen; ontkleuren
落ちる ochiru (1) vallen; ten val komen; neerstorten; neerdonderen; in het stof bijten; tuimelen; duiken; een duik nemen; (2) omvallen; invallen; instorten; neerstorten; in elkaar vallen; in elkaar storten; (3) [m.b.t. zon;maan etc.] ondergaan; achter de horizon verdwijnen; zakken; (4) niet slagen (bij een examen); struikelen; zakken; stralen; bakken; buizen; falen; sjezen; afgaan; (5) weglaten; uitvallen; achterwege laten; ontbreken; niet gebruiken; (6) verkleuren; verschieten; verbleken; bleek worden; vervalen; valer worden; (7) in de handen van de vijand vallen; ingenomen worden; vallen; raken bij; verloren gaan; te gronde gaan; (8) [m.b.t. een druppel) druppen;druppelen;in druppels neervallen;druipen;(9) vluchten;ontvluchten;de vlucht nemen;het hazenpad kiezen;de plaat poetsen;de benen nemen;er vandoor gaan;op de loop gaan;(10) terugvallen;achteruitgaan;een neerwaartse trend vertonen;een dalende trend vertonen;naar een ongunstige positie afzakken;(11) inferieur zijn;achterstaan bij;niet zo goed zijn als;minder zijn dan;niet kunnen tippen aan;(12) [m.b.t. wind) luwen;gaan liggen;bedaren;kalmer worden;verzachten;(13) [m.b.t. rivier;stroom etc.] uitmonden in; instromen in; uitlopen in; (14) [m.b.t. bliksem) inslaan;treffen;(15) [m.b.t. vissen] stroomafwaarts gaan; stroomafwaarts zwemmen; (16) flauwvallen; bewusteloos vallen; het bewustzijn verliezen; van zijn stokje vallen; van zijn stokje gaan; bezwijmen; sterven; doodgaan; overlijden; ontslapen; heengaan
薄らぐ usuragu dunner worden; verdunnen; slijten; afnemen; minder worden; [色が] vervagen; verschieten; verbleken; [興味が] verflauwen; bekoelen; [熱;痛みが] verminderen; zakken; dalen; wegtrekken
薄れる usureru verflauwen; vervagen; afzwakken; afnemen; verzwakken; [色が] verschieten; verbleken
褪せる aseru (1) verfletsen; flets; fletser worden; z'n kleur verliezen; ontkleuren; verkleuren; verschieten; verbleken; vervagen; [gew.] afgaan; [veroud.;gew.] verschijnen; (2) [fig.] tanen; in glans achteruitgaan; afnemen; verflauwen; wegkwijnen
褪める sameru verfletsen; flets; fletser worden; verkleuren; verschieten; verbleken; bleek worden; vervagen; [veroud.;gew.] verschijnen; [gew.] afgaan
退 tai (a) (zich) terugtrekken; (b) aftreden; (c) achteruitgaan; afnemen; (d) vervallen; (e) verbleken; verschieten
驚く odoroku (1) verwonderd zijn; zich verwonderen; verbaasd zijn; versteld zijn; raar opkijken van; (2) schrikken; verschrikken; opschrikken; ontstellen; [Belg.N.;spreekt.] verschieten; (3) ontzet zijn; zeer van streek zijn; geheel van streek zijn; verbijsterd zijn; ontsteld zijn; ontdaan zijn; ondersteboven zijn; in de war zijn; onthutst zijn; perplex staan; achterovervallen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.25 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'verschieten'). 
2005-2026