RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <werkelijk>
どうも dōmo (1) hoe dan ook; echt; heus; werkelijk; ergens; op de een of andere manier; op de een of andere wijze; toch; nogal; voorzeker; (2) echt niet; heus niet; werkelijk niet; er is geen ~ aan; dat is geen manier van ~ [i.c.m. negatie]; (3) bedankt; dank; dank je (wel); (4) excuus; sorry; pardon; het spijt me; neem me niet kwalijk
アクチュアル akuchuaru werkelijk; eigenlijk; feitelijk; reëel
事実 jijitsu (1) feit; [Lat.] factum; feitelijkheid; werkelijkheid; realiteit; waarheid; (2) eigenlijk; feitelijk; in concreto; in facto; in feite; waarachtig; metterdaad; echt; werkelijk; in werkelijkheid; daadwerkelijk; inderdaad
何とも;何共 nantomo (1) [ter beklemtoning] echt; werkelijk; waarlijk; (2) [~ない] geenszins; in het geheel niet; niet de minste …; niet in het minst; maakt niet uit; niets aan de hand met; geen probleem met; geen punt; [mij enz.] om het even; (3) enorm; verschrikkelijk; erg; ontzettend; wat een …!; hoe verschrikkelijk …!
全く mattaku (1) geheel; geheel en al; heel; volledig; helemaal; straal; absoluut; volstrekt; rechtaf; volkomen; puur; totaal; volslagen; door en door ~; [attr.] ~ in het kwadraat; hartstikke; op-en-top; compleet; ten enenmale; ganselijk; gladweg; vlak; [volkst.] helendal; (2) werkelijk; inderdaad; waarlijk; echt; zonder meer; regelrecht; hoe ~!
八幡 hachiman (1) de god Hachiman; (2) Hachiman-heiligdom; (3) Hachiman; (4) [~ない] vast; zeker; beslist; gegarandeerd; ongetwijfeld; zonder twijfel; (5) echt; werkelijk; waarlijk; (6) alstublieft; toe
如何にも ikanimo (1) in elk opzicht; enorm; extreem; uiterst; verschrikkelijk; zeer; erg; hoogst; absoluut; totaal; (2) werkelijk; waarlijk; voorwaar; voorzeker; echt; helemaal; door en door; precies; inderdaad; exact; zegt u dat wel; zoals u zegt; dat ben ik helemaal met u eens; volkomen gelijk; nou en of; reken maar; klopt; heel juist; (3) hoe dan ook; op welke wijze ook; hoe het ook zij; vast en zeker; welzeker; ongetwijfeld; beslist; stellig; (4) net alsof; als het ware; onmiskenbaar; duidelijk; niet mis te verstaan; (5) liefst; bij voorkeur
宜 ube inderdaad; waarlijk; exact; echt; werkelijk
宜 mube inderdaad; waarlijk; exact; echt; werkelijk
実に geni (1) echt; werkelijk; waarlijk; inderdaad; juist; precies; exact; (2) klopt; akkoord; wat je zegt; zeg dat wel; bravo; hulde
実に jitsuni (1) echt; werkelijk; waarlijk; inderdaad; daadwerkelijk; stellig; in werkelijkheid; waarheid; heus; voorwaar; [form.] voorzeker; (2) werkelijk; zowaar
実の jitsuno werkelijk; waar; reëel; echt; eigenlijk
実際 jissai (1) [boeddh.] bhūtakoṭi [= ultieme realiteit]; (2) realiteit; werkelijkheid; (bestaande) situatie; toestand; ware toedracht; feitelijkheid; (3) praktijk; praktische kant; (4) echt; inderdaad; werkelijk; waarlijk; (5) eigenlijk; feitelijk; in wezen; in feite; in werkelijkheid; in praktijk; daadwerkelijk
実際に jissaini werkelijk; echt; effectief; waarlijk; voorwaar
心底 shinsoko (1) grond van z'n hart; diepst van z'n hart; diepste van z'n gemoed; (2) oprecht; waarlijk; werkelijk; echt; hartgrondig; welgemeend
愈々;弥々 iyoiyo (1) tenslotte; uiteindelijk; eindelijk; (2) meer en meer; steeds meer; nog meer; hoe langer hoe meer; meer dan ooit tevoren; (3) echt; zonder twijfel; beslist; inderdaad; werkelijk; (4) hoe het ook zij
是非 zehi (1) goed en [of] kwaad; het juiste of het verkeerde; juistheid; geschiktheid; gepastheid; het voor en het tegen; de voor- en nadelen; de deugden en gebreken; de argumenten voor en tegen; de baten en lasten; plussen en minnen; (2) op de een of andere wijze; manier; hoe dan ook; in elk geval; in allen gevalle; enigerwijs; zeker; vooral; welzeker; echt; absoluut; werkelijk; stellig; bepaald; wel degelijk; heus; zonder mankeren; wis en zeker; in elk geval; op eerlijke of oneerlijke wijze; per se; alleszins; koste wat het kost; tot elke prijs; ten koste van alles; coûte que coûte; parforce; noodzakelijkerwijs; het moet en het zal
いと ito (1) erg; heel; zeer; ontzettend; verschrikkelijk; enorm; uiterst; uitermate; buitengewoon; (2) werkelijk; echt; waarlijk; absoluut; inderdaad; zonder meer; regelrecht; hoe …!; (3) [~…ず] niet erg; niet zo; niet al te; niet bijster; weinig
本当に hontōni werkelijk; echt; waarlijk; hoe ~; heus; voorwaar; eerlijk; eigenlijk; feitelijk; inderdaad; in waarheid; in werkelijkheid; wel degelijk
本当に hontoni werkelijk; echt; waarlijk; hoe ~; heus; voorwaar; eerlijk; eigenlijk; feitelijk; inderdaad; in waarheid; in werkelijkheid; wel degelijk
本当の hontōno (1) echt; waar; waarachtig; werkelijk; feitelijk; eigenlijk; wezenlijk; effectief; reëel; onvervalst; authentiek; natuurlijk; (2) juist; correct; precies
本格的 honkakuteki (1) echt; authentiek; regulier; waar; zuiver; serieus; onvervalst; regelrecht; rasecht; werkelijk; op-en-top; formeel; [Belg.N.] in regel; genuïen; volslagen; (2) op dreef; op gang; op schot; op weg; op volle toeren
本格的な honkakutekina echt; authentiek; regulier; waar; zuiver; serieus; onvervalst; regelrecht; rasecht; werkelijk; op-en-top; formeel; [Belg.N.] in regel; genuïen; volslagen
本真 honma (1) [Kansai-gew.] waarheid; werkelijkheid; (2) [Kansai-gew.] waar; waarlijk; werkelijk; echt
本質的 honshitsuteki essentieel; wezenlijk; werkelijk; substantieel; intrinsiek
果して;果たして hatashite (1) zoals verwacht; inderdaad; dacht ik het niet; net wat ik dacht; uiteraard; (2) echt; werkelijk; eigenlijk
正直 shōjiki (1) eerlijkheid; oprechtheid; rondborstigheid; waarachtigheid; ruiterlijkheid; (2) eerlijk; oprecht; fair; waarachtig; rondborstig; rechtdoorzee; ruiterlijk; (3) echt (waar); werkelijk; waarlijk; waarachtiglijk; heus; voorwaar; eerlijk; ongelogen; ongeveinsd; franchement; met de hand op het hart
然う sou (1) zo; op die manier; dat; (2) niet zo ~; niet zozeer ~; niet danig ~ [i.c.m. negatie]; (3) ja; dat is zo; precies; inderdaad; dat klopt; dat is juist [als bevestigend antwoord]; (4) echt (waar)?; zo?; is dat zo?; o ja?; werkelijk?; heus?
然うですか soudesuka echt (waar)?; zo?; is dat zo?; o ja?; werkelijk?; heus?
現に genni (1) feitelijk; werkelijk; in werkelijkheid; heus; naar waarheid; in de praktijk; inderdaad; (2) met zijn eigen ogen; voor zijn ogen; vlak voor zijn neus; (3) bijvoorbeeld; als voorbeeld; om tot voorbeeld te dienen; bij wijze van voorbeeld
目の当たり manoatari (1) voor z'n ogen; vlak voor z'n neus; (2) rechtstreeks; onmiddellijk; (3) zeer duidelijk; in het oog springend; evident ; (4) voor z'n ogen; overduidelijk; (5) feitelijk; werkelijk; reëel
真っ平 mappira (1) geen sprake van; daar begin ik niet aan; mij niet gezien; dat is uitgesloten; dat weiger ik; dat wil ik niet; dat kun je begrijpen; voor geen goud; voor niets ter wereld; daar komt niets van in; [Belg.N.] daar komt niets van in huis; nee hoor; in geen geval; geenszins; ammenooitniet; ammehoela; (2) eerlijk; echt; oprecht; werkelijk; waarlijk
真に;実に;誠に;洵に;寔に makotoni echt; werkelijk; voorwaar; eerlijk; oprecht; waarlijk; [form.] voorzeker
真の shinno (1) waar; werkelijk; feitelijk; (2) echt; waarachtig; authentiek
真実 shinjitsu (1) waarheid; (2) waarlijk; voorwaar; werkelijk; echt; heus
真実の shinjitsuno waar; waarachtig; werkelijk
真平 mahira (1) volmaakt effen; vlak; (2) eerlijk; echt; oprecht; werkelijk; waarlijk
誠 sei (a) waar; zonder bedrog; (b) werkelijk; volkomen
返す返す kaesugaesu (1) echt; werkelijk; enorm; uiterst; uitermate; buitengewoon; bijzonder; (2) keer op keer; telkens opnieuw; steeds weer; herhaaldelijk; bij herhaling; (3) beleefd; oprecht; gewetensvol