
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ando・安堵
anshin・安心
zn. gemoedsrust v.; vertrouwen o. ¶ 安心の出來ぬ人物 iemand, met wien men zich niet op zijn gemak gevoelt. ¶ 安心な rustig. ¶ 安心さす geruststellen. ¶ 安心する gerust zijn; vol vertrouwen zijn. ¶ ほっと安心する een zucht van verlichting slaken. ¶ これで大きに安心到しました dit is mij een pak van het hart.
SUPPLEMENT (trefwoord)
pittari・ぴったり
(1) zonder tussenruimte; strak; nauw; naadloos; hermetisch. ¶ 窓は全部ぴったり閉まってたのに、どうやってその猫は家の中に入ったんだろう。 Mado wa zenbu pittari shimatte ta no ni, dō yatte sono neko wa ie no naka ni haittan darō. Dat ondanks dat alle ramen potdicht waren die kat toch is binnengekomen. Ik vraag me af hoe. ¶ 私はぴったりしたジーンズが好きです。 Watashi wa pittarishita jīnzu ga suki desu. Ik houd van strakke spijkerbroeken. (yamasv) (2) precies; exact. ¶ 2つの指紋がぴったり一致した。つまり彼が殺人犯だ。 Futatsu no simon ga pittari itchishita. Tsumari kare ga satsujinhan da. De twee vingerafdrukken zijn een exacte match. Dat betekent dat hij de moordenaar is. ¶ 日本の電車はいつもぴったりの時間に来る。 Nihon no densha wa itsu mo pittari no jikan ni kuru. Treinen in Japan zijn altijd precies op tijd. (yamasv) (3) past; past goed bij; geschikt [voor, om]. ¶ この料理はこのワインにぴったりだ。 Kono Ryōri wa kono wain ni pittari da. Dit gerecht past goed bij deze wijn. ¶ 温泉はリラックスするのにぴったりの場所だ。 Onsen wa rirakkususuru no ni pittari no basho da. Hete (natuur)baden zijn heel geschikte plaatsen om te ontspannen. (yamasv) ¶ その帽子は彼女にぴったりだ。 Sono bōshi wa kanojo ni pittari da. Die hoed [muts, pet] staat haar precies goed. ¶ ぴったり合うかどうか、この新調の服を着てみなさい。 Pittari au ka dō ka, kono shinchō no fuku wo kite minasai. Probeer eens of dit nieuwe pak goed past. (TTC) (4) opeens; plotsklaps (stoppen).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <pak>
スーツ sūtsu (1) kostuum; pak; suit; (2) damesmantelpak; tailleur
パク paku (1) [gymn.] pak-salto [genoemd naar de Noord-Koreaanse Pak Gyong Sil]; (2) Pak; Bak; Park
パック pakku (1) verpakking; emballage; bakje; pak; pakket; [牛乳~] karton; (2) [cosmetica] masker; kleimasker; (3) [sportt.] puck; (4) [Eng.letterk.] ondeugende elf; plaaggeest; (5) [Meiji-periode] manga-tijdschrift; (6) [maatwoord voor verpakkingen;bakjes;pakken;kartons]
パッケージ pakkēji (1) verpakking; emballage; (2) pakket; pak; pakje; bundel; (3) [comp.] programmapakket; standaardprogramma
一組 hitokumi set; pakket; ploeg; [m.b.t. kaarten] spel; pak; [i.h.b.] servies; [m.b.t. 2 stuks] paar; span; stel
包み;裹み tsutsumi (1) inpakking; verpakking; emballering; omhulling; (2) wikkel; omslag; verpakking; emballage; omhulsel; (3) pak; pakje; pakket; bundel; baal; (4) platering; bedekking met metaal; coating; (5) [maatwoord voor verpakkingen;pakjes]; (6) [eenheid overeenkomend met tien vellen katoen (= 3 à 3,75 kg)]
外出着 gaishutsugi uitgaanstenue; uitgaanskleding; uitgaanskostuum; zondags kostuum; pak; zondagskostuum; zondagspak; [mil.] buitenmodel
晴れ着 haregi (1) zondagse kleren; goed; kledij; pak; zondagskleren; zondagsgoed; zondagskostuum; zondagspak; zondagsdos; beste kleren; beste gewaad; [inform.] apenpak; (2) prachtkleren; prachtig gewaad
束;把 taba (1) bundel; schoof; bos; garf; pak; [花の~] tuil; boeket; ruiker; toef; (2) [maatwoord voor gebundelde voorwerpen]
梱包 konpō (1) het pakken; het verpakken; verpakking; emballage; (2) pakket; pak; collo; colli
梱 kori (1) pak; bagage; pakkage; (2) rieten koffer; reismand; (3) baal katoendraad [= 181,44 kilo]; (4) baal ruwe zijde [= 33,75 kilo]; (5) [maatwoord voor colli;verpakkingen]
狼の群れ ōkaminomure troep; pak; roedel wolven; wolvenpak; wolvenroedel
組 kumi (1) klas (in een school); (2) gezelschap; groep; ploeg; team; bende; (3) set; paar; pak; assortiment; (4) (in de boekdrukkunst) het letterzetten; (5) [maatwoord voor klassen;groepen]
群れ mure groep; menigte; drom; schare; gezelschap; bende; horde; troep; meute; kudde; drift; kolonie; roedel; school; toom; vlucht; zwerm; tros; stoet; hoop; pak; kluit; rist; [lit.t.;scherts.] heer
群 mura (1) groep; menigte; drom; schare; bende; troep; kudde; zwerm; tros; hoop; pak; (2) [maatwoord voor bossen;struikgewas]; (3) [maatwoord voor een pol;dot;klomp planten]; (4) [maatwoord voor grote groepen;massa's]; (a) groep; troep; hoop; pak
背広 sebiro (daags) kostuum; wandelkostuum; pak; tenue de ville
荷物 nimotsu (1) bagage; pakkage; pak; vracht; lading; [verzameln.] goed; goederen; spullen; bullen; (2) [fig.] last; ballast; blok aan het been; rem
荷 ka (1) [maatwoord voor de hoeveelheid vracht die één persoon op de schouder kan nemen;manlast]; (a) [plantk.] Indische lotus; (b) lasten dragen; sjouwen; op de schouders dragen; (c) pak; bagage; vracht; lading
荷 ni (1) lading; last; vracht; cargo; carga; vrachtgoed; vrachtgoederen; bagage; (2) last; pak; taak; verantwoordelijkheid
Tijd: 1.23 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'pak').
2005-2026
