日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘pak’
日蘭辭典 (trefwoord)
ando安堵
zn. gerustheid v. ¶ 安堵する gerust zijn. ¶ これで一安心した dat is een pak van mijn hart.
anshin安心
zn. gemoedsrust v.; vertrouwen o. ¶ 安心の出來ぬ人物 iemand, met wien men zich niet op zijn gemak gevoelt. ¶ 安心な rustig. ¶ 安心さす geruststellen. ¶ 安心する gerust zijn; vol vertrouwen zijn. ¶ ほっと安心する een zucht van verlichting slaken. ¶ これで大きに安心到しました dit is mij een pak van het hart.
tsutsumi
(包み) zn. pak o.; pakje o.; paket o.; omhulsel (包袋) o. ¶ 包紙 pakpapier. ¶ 綿包 baal katoen. ¶ 包に造る inpakken.
kumi

zn. (1) [團] gezelschap o.; groep v.; ploeg v. (2) [一揃] stel o. (3) [級] klasse v. ¶ 五人組の強盜 een bende van vijf roovers. ¶ 洋服一組 een pak kleeren.

SUPPLEMENT (trefwoord)
pittariぴったり
(1) zonder tussenruimte; strak; nauw; naadloos; hermetisch. ¶ 全部ぴったり閉まってたのにどうやってそのに入ったんだろうMado wa zenbu pittari shimatte ta no ni, dō yatte sono neko wa ie no naka ni haittan darō. Dat ondanks dat alle ramen potdicht waren die kat toch is binnengekomen. Ik vraag me af hoe. ¶ はぴったりしたジーンズが好きですWatashi wa pittarishita jīnzu ga suki desu. Ik houd van strakke spijkerbroeken. (yamasv) (2) precies; exact. ¶ 2つの指紋がぴったり一致した。つまりが殺人犯だ。 Futatsu no simon ga pittari itchishita. Tsumari kare ga satsujinhan da. De twee vingerafdrukken zijn een exacte match. Dat betekent dat hij de moordenaar is. ¶ 日本電車いつもぴったりの時間来るNihon no densha wa itsu mo pittari no jikan ni kuru. Treinen in Japan zijn altijd precies op tijd. (yamasv) (3) past; past goed bij; geschikt [voor, om]. ¶ この料理はこのワインにぴったりだ。 Kono Ryōri wa kono wain ni pittari da. Dit gerecht past goed bij deze wijn. ¶ 温泉はリラックスするのにぴったりの場所だ。 Onsen wa rirakkususuru no ni pittari no basho da. Hete (natuur)baden zijn heel geschikte plaatsen om te ontspannen. (yamasv) ¶ その帽子彼女にぴったりだ。 Sono bōshi wa kanojo ni pittari da. Die hoed [muts, pet] staat haar precies goed. ¶ ぴったり合うどうか、この新調のを着てみなさいPittari au ka dō ka, kono shinchō no fuku wo kite minasai. Probeer eens of dit nieuwe pak goed past. (TTC) (4) opeens; plotsklaps (stoppen).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <pak>
スーツ sūtsu (1) kostuum; pak; suit; (2) damesmantelpak; tailleur
パク paku (1) [gymn.] pak-salto [genoemd naar de Noord-Koreaanse Pak Gyong Sil]; (2) Pak; Bak; Park
パック pakku (1) verpakking; emballage; bakje; pak; pakket; [牛乳~] karton; (2) [cosmetica] masker; kleimasker; (3) [sportt.] puck; (4) [Eng.letterk.] ondeugende elf; plaaggeest; (5) [Meiji-periode] manga-tijdschrift; (6) [maatwoord voor verpakkingen;bakjes;pakken;kartons]
パッケージ pakkēji (1) verpakking; emballage; (2) pakket; pak; pakje; bundel; (3) [comp.] programmapakket; standaardprogramma
一組 hitokumi set; pakket; ploeg; [m.b.t. kaarten] spel; pak; [i.h.b.] servies; [m.b.t. 2 stuks] paar; span; stel
包み;裹み tsutsumi (1) inpakking; verpakking; emballering; omhulling; (2) wikkel; omslag; verpakking; emballage; omhulsel; (3) pak; pakje; pakket; bundel; baal; (4) platering; bedekking met metaal; coating; (5) [maatwoord voor verpakkingen;pakjes]; (6) [eenheid overeenkomend met tien vellen katoen (= 3 à 3,75 kg)]
外出着 gaishutsugi uitgaanstenue; uitgaanskleding; uitgaanskostuum; zondags kostuum; pak; zondagskostuum; zondagspak; [mil.] buitenmodel
晴れ着 haregi (1) zondagse kleren; goed; kledij; pak; zondagskleren; zondagsgoed; zondagskostuum; zondagspak; zondagsdos; beste kleren; beste gewaad; [inform.] apenpak; (2) prachtkleren; prachtig gewaad
束;把 taba (1) bundel; schoof; bos; garf; pak; [花の~] tuil; boeket; ruiker; toef; (2) [maatwoord voor gebundelde voorwerpen]
梱包 konpō (1) het pakken; het verpakken; verpakking; emballage; (2) pakket; pak; collo; colli
kori (1) pak; bagage; pakkage; (2) rieten koffer; reismand; (3) baal katoendraad [= 181,44 kilo]; (4) baal ruwe zijde [= 33,75 kilo]; (5) [maatwoord voor colli;verpakkingen]
狼の群れ ōkaminomure troep; pak; roedel wolven; wolvenpak; wolvenroedel
kumi (1) klas (in een school); (2) gezelschap; groep; ploeg; team; bende; (3) set; paar; pak; assortiment; (4) (in de boekdrukkunst) het letterzetten; (5) [maatwoord voor klassen;groepen]
群れ mure groep; menigte; drom; schare; gezelschap; bende; horde; troep; meute; kudde; drift; kolonie; roedel; school; toom; vlucht; zwerm; tros; stoet; hoop; pak; kluit; rist; [lit.t.;scherts.] heer
mura (1) groep; menigte; drom; schare; bende; troep; kudde; zwerm; tros; hoop; pak; (2) [maatwoord voor bossen;struikgewas]; (3) [maatwoord voor een pol;dot;klomp planten]; (4) [maatwoord voor grote groepen;massa's]; (a) groep; troep; hoop; pak
背広 sebiro (daags) kostuum; wandelkostuum; pak; tenue de ville
荷物 nimotsu (1) bagage; pakkage; pak; vracht; lading; [verzameln.] goed; goederen; spullen; bullen; (2) [fig.] last; ballast; blok aan het been; rem
ka (1) [maatwoord voor de hoeveelheid vracht die één persoon op de schouder kan nemen;manlast]; (a) [plantk.] Indische lotus; (b) lasten dragen; sjouwen; op de schouders dragen; (c) pak; bagage; vracht; lading
ni (1) lading; last; vracht; cargo; carga; vrachtgoed; vrachtgoederen; bagage; (2) last; pak; taak; verantwoordelijkheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.23 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'pak'). 
2005-2026