
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
daiben・代辨
(代弁) zn. procuratie v.; agentschap v. ¶ 代辨する vertegenwoordigen; handelen in opdracht van. ¶ 代辨業 agentschap; agentuur. ¶ 代辨者 agent. ¶ 代辨領事 consulair agent.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <opdracht>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お使い otsukai (1) boodschap; opdracht; (2) boodschapper; afgezant; bode; renbode; gezondene; uitgezondene; émissaire; loopjongen; (3) besteller; overbrenger; brenger
お茶の子 ochanoko (1) versnapering bij de thee; (2) [fig.] koud kunstje; fluitje van een cent; kinderspel; gemakkelijk iets; makkie; gemakkelijke taak; opdracht
コマンド komando (1) [mil.] commando; (2) [comp.] commando; opdracht
タスク tasuku (1) taak; opdracht; karwei; (2) [comp.] taak
ミッション misshon (1) opdracht; taak; missie; (2) missie; gezantschap; legatie; (3) [rel.] missie; zending; (4) zendingsschool; (5) [techn.] transmissie; overbrenging; versnellingsbak; (6) Mission [= stad in de Amerikaanse staat Texas]; (7) The Mission [= Britse film;1986]
一仕事 hitoshigoto (1) stuk werk; werkje; karwei; klus; taak; opdracht; (2) zwaar werk; pittige klus; lastig karwei; vervelend karweitje; hele opgave; hele kluif; geen sinecure
事 koto (1) ding; voorwerp; zaak; (2) zaak; aangelegenheid; affaire; omstandigheid; belang; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; vraag; (4) feit; feitelijkheid; (5) omstandigheid; omstandigheden; toestand van een zaak; staat van zaken; toestand; situatie; (6) geval; (7) voorval; incident; onverwachte gebeurtenis; ongewone gebeurtenis; (8) ongeluk; ongeval; tegenspoed; pech; onheil; moeilijkheid; verwikkeling; (9) werk; werkzaamheid; ambtelijke werkzaamheid; functie; taak; opdracht; plicht; wat van iemand geëist wordt; (10) oorzaak; motief; reden; beweeggrond; (11) ervaring; ondervinding
任 nin (1) opdracht; taak; missie; plicht; verantwoordelijkheid; (2) ambt; positie; betrekking; post; (a) opdragen; met een taak belasten; (b) overheidsambt; functie; (c) overlaten; laten
使命 shimei (1) opdracht; taak; missie; (2) roeping; levenstaak
受け持ち ukemochi verantwoordelijkheid; toegewezen taak; opdracht; datgene waarmee men belast is; iets; iem. waarvoor men verantwoordelijk is
号令 gourei bevel; commando; commandowoord; instructie; order; gebod; opdracht
命令 meirei bevel; order; gebod; verordening; opdracht; lastgeving; decreet; voorschrift; dictaat; beschikking; [wijsb.] imperatief; [comp.] commando; [comp.] instructie; [jur.] injunctie
大役 taiyaku (1) belangrijke taak; opdracht; (2) [ton.;filmk.] belangrijke rol; grote rol; hoofdrol; (3) [hanafuda-kaartsp.] reeks roemkaarten
奉納 hounou opdracht; dedicatie; toewijding; toeheiliging; offerande; offer
委任 inin [jur.] lastgeving; opdracht; mandaat; delegering; machtiging
委嘱 ishoku opdracht; lastgeving; last; toevertrouwing
委託;委托 itaku toevertrouwing; inbewaringgeving; bewaargeving; het deponeren; opdrachtgeving; opdracht; toewijzing; commissie
役不足 yakubusoku (1) ontevredenheid met een toegewezen taak; opdracht; misnoegdheid; misnoegen om een toebedeelde rol; (2) beneden iems. capaciteiten; te min voor iems. talenten; een betere taak; opdracht waard zijn; een zwaardere rol aankunnen
役割 yakuwari (1) rolverdeling; rolbezetting; casting; taakverdeling; (2) rol; taak; plicht; functie; opdracht; verantwoordelijkheid; pakkie-an
役目 yakume plicht; taak; functie; rol; opdracht; dienst; verantwoordelijkheid; pakkie-an
役 eki (1) oorlog; (2) herendienst; corvee; (a) dienst; opdracht; (b) oorlog; (c) corvee
役 yaku (1) plicht; taak; functie; rol; opdracht; verantwoordelijkheid; pakkie-an; (2) (openbare) betrekking; (regerings)ambt; staatsbetrekking; post; positie [bij het Rijk]; officie; officium; [in zijn] hoedanigheid [van]; portefeuille; baan; job; dienst; (3) toneelrol; rol; (4) vroondienst; corvee; herendienst; hand- en spandienst; (5) cijns; schatting; tiend; belasting; recht; (6) [m.b.t. kaartspel;mahjong] roemer; roem in het kaartspel of bij mahjong; roemkaarten of -schijven; (7) menstruatie; maandbloeding; ongesteldheid; menses; maandstonden; (8) [maatwoord voor taken;functies;(toneel)rollen]
御用 goyou (1) [hoff.] iemands zaken; zaak; het benodigde; bestelling; wat iemand nodig heeft; (2) officiële zaken; opdracht; overheidsopdracht; [Jap.gesch.] hofzaken; (3) [Edo-periode] arrestatie; arrest; [als uitroep] u staat onder arrest!; halt in de naam der wet!; (4) dienst; het ten dienste staan van het regime; de overheid; (5) [hand.] loopjongen (die bij klanten bestellingen opneemt); loopknecht; bezorger; commis-voyageur
担任 tannin (1) taak waarvoor men verantwoordelijk is; werk waarmee men belast is; opdracht; (2) [onderw.] klassenleraar; klasleraar; [Belg.N.] klastitularis; titularis; klasleerkracht
指令 shirei bevel; order; opdracht; instructie; gebod; sommatie; last; richtlijn; directief; voorschrift; verordening; [jur.] injunctie; [jur.] aanwijzing (voor advocaat)
指令する shireisuru bevelen; verordenen; gelasten; opdragen; gebieden; commanderen; instrueren; voorschrijven; dicteren; opleggen; bevel; order; opdracht; instructie; last geven
沙汰 sata (1) keuring; oordeel; vonnis; verdict; [i.h.b.] proces; verhandeling; (2) besluit; instructie; bevel; opdracht; order; lastgeving; (3) bericht; nieuws; informatie; inlichting; mededeling; tijding; (4) affaire; kwestie; incident; (5) gerucht; praatjes
注文 chuumon (1) bestelling; order; opdracht; leveringsopdracht; (2) verzoek; aanvraag; vraag; wens; verlangen; [i.h.b.] beding
言い付け iitsuke bevel; opdracht; instructie; order; last
誂え atsurae (1) bestelling; opdracht; order; (2) bestelling; het bestelde; maakwerk
課題 kadai (1) onderwerp; thema; (2) oefening; opgave; taak; opdracht; [i.h.b.] huiswerk; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; (4) [maatwoord voor onderwerpen;thema's;opgaven]
負荷 fuka (1) [責任の] het op zich nemen; het dragen; opname; [i.h.b.] overname van de familiezaak; (2) last; opdracht; plicht; (3) belasting
Tijd: 2.08 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 32 treffers (zoekopdracht: 'opdracht').
2005-2026
