
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
zokusuru・屬する
(属する) i.w. behooren tot; vallen onder; ondergeschikt zijn aan; t.w. belasten met; opdragen; toevertrouwen. ¶ 我に屬する權利 mijne bevoegdheid. ¶ 英國に屬して居る onder Engelsch bewind staan. ¶ 望を屬する veel verwachting hebben van; vertrouwen stellen in.
yudaneru・委ねる
t.w. opdragen; toevertrouwen; overlaten. ¶ 身を委ねる zich wijden aan. ¶ 人に身を委ねる zich aan iemand toevertrouwen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <opdragen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
令 rei (1) bevel; order; (2) regel; wet; (3) [Meiji-periode] gouverneur; prefect (1871-1886); (4) [Kamakura-periode] subhoofd van het Mandokoro 政所; (5) [ritsuryō] kwartiermeester; wijkmeester; buurtmeester; (6) [Chin.gesch.] gouverneur; prefect; (a) opdragen; bevelen; order; (b) regel; wet; (c) hoofd; chef; (d) goed; gelukkig; (e) [uit respect voor andermans familie]
任す makasu (1) zijn zin laten doen; laten begaan; zijn gang laten gaan; (2) toevertrouwen; overlaten; het laten aankomen op; in handen geven; overgeven; (3) opdragen; gelasten; mandateren
任せる;委せる makaseru (1) overlaten aan; toevertrouwen; overgeven [in iemands handen]; opdragen; belasten [met een taak enz.]; [in iemands handen enz.] bevelen; overdragen; ter beschikking stellen; (2) laten; overlaten aan
任 nin (1) opdracht; taak; missie; plicht; verantwoordelijkheid; (2) ambt; positie; betrekking; post; (a) opdragen; met een taak belasten; (b) overheidsambt; functie; (c) overlaten; laten
供する kyousuru (1) offeren; opdragen; (2) aanbieden; aanreiken; voorleggen; bieden; verschaffen; voorzien van; ter beschikking stellen; (3) aanwenden; gebruiken; besteden; bezigen; toepassen; (4) op een maal vergasten; op een diner trakteren; op een gastmaal onthalen; regaleren
命じる meijiru (1) bevelen; een bevel geven; gebieden; ordonneren; verordonneren; verordineren; verordenen; een order geven; instructies geven; instrueren; dicteren; gelasten; last geven; commanderen; opdragen; opdracht geven; voorschrijven; (2) benoemen; aanstellen; aanwijzen; designeren; [veroud.] appointeren
命ずる meizuru (1) bevelen; een bevel geven; gebieden; ordonneren; verordonneren; verordineren; verordenen; een order geven; instructies geven; instrueren; dicteren; gelasten; last geven; commanderen; opdragen; opdracht geven; voorschrijven; (2) benoemen; aanstellen; aanwijzen; designeren; [veroud.] appointeren
命令する meireisuru bevelen; een bevel geven; gebieden; ordonneren; verordonneren; verordineren; verordenen; een order geven; instructies geven; instrueren; dicteren; gelasten; last geven; commanderen; opdragen; opdracht geven; voorschrijven
嘱託する shokutakusuru overdragen; delegeren; toevertrouwen; opdragen; opdracht geven; belasten met
奉納する hounousuru opdragen; offeren; toewijden; toeheiligen; dedicaceren
委 i (a) opdragen; toevertrouwen; (b) laten varen; verzaken; (c) gedetailleerd; (d) commissie
委任する ininsuru gelasten; opdragen; machtigen; committeren; delegeren; mandateren
委嘱する ishokusuru een opdracht geven; verstrekken; opdragen; gelasten; last geven; belasten; toevertrouwen
委託する itakusuru toevertrouwen (aan de zorg; hoede van); aan de zorg overlaten van; in bewaring geven; deponeren; iem. belasten met; iem. … als taak geven; opdracht geven; belasten; opdragen; toewijzen
属 zoku (1) gezel; lid; verwant; medestander; (2) ondergeschiktheid; subordinatie; onderhorigheid; afhankelijkheid; (3) volgeling; onderdaan; ondergeschikte; onderhorige; (4) [Jap.gesch.] sakan 主典 [ambtenaar der 4e klasse in het ritsuryō-systeem]; (5) [Jap.gesch.] ambtenaar der hannin 判任-klasse in Meiji-Japan; klerk; (6) [biol.] geslacht; genus; (a) behoren; volgen; begeleiden; (b) overlaten; opdragen; (c) gezel; verwant; (d) [biol.] geslacht; genus
指令する shireisuru bevelen; verordenen; gelasten; opdragen; gebieden; commanderen; instrueren; voorschrijven; dicteren; opleggen; bevel; order; opdracht; instructie; last geven
指図する sashizusuru instrueren; opdracht geven; aanwijzingen geven; gelasten; opdragen; opleggen; voorschrijven; dicteren; bevelen; commanderen
指示する shijisuru (1) aanduiden; aanwijzen; aangeven; wijzen (op); indiceren; duiden op; (2) instrueren; gelasten; opdragen
捧げる sasageru (1) hoog opsteken; omhoogsteken; in de hoogte steken; in de hoogte geven; opgeven; aanreiken; (2) offeren; opdragen; wijden (aan); toewijden; inscriberen; [rel.] bevelen; [veroud.] opofferen; [m.b.t. boek] dedicaceren; [veroud.] toe-eigenen
沙汰する satasuru opdragen; bevelen; gelasten; verordenen; gebieden; orderen; opdracht geven; bevel geven; last geven; aanwijzingen geven; order geven
託す takusu (1) (aan de hoede; zorgen) toevertrouwen; opdragen; in bewaring geven; overlaten aan; overdragen aan; in handen stellen van; belasten met; als taak geven aan; (2) uitdrukken in de vorm van …
託する takusuru (1) toevertrouwen; opdragen; in bewaring geven; (2) voorgeven; pretenderen; voorwenden; pretexteren
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'opdragen').
2005-2026
