
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
awaseru・合わせる
t.w. (1) [併せる] samenvoegen. (2) [數字を] optellen. (3) [結合] verbinden (4) [板等] lasschen. (5) [適合] in overeenstemming brengen; voegen naar (6) [重ねる] op elkaar leggen (7) [比較する] vergelijken; naast elkaar leggen. ¶ 三と五を合せる drie bij vijf optellen; ¶ 縫合せる aan elkaar naaien; vastnaaien. ¶ 望遠鏡を目に合せる verrekijker instellen.¶ 誰にでも調子を合せる met iedereen goede maatjes zijn. ¶ 時計を合せる klok gelijkzetten. ¶ 譯文を原文と合せて見る vertaling en origineel vergelijken ¶ あの島は日本に併合された dat eiland is door Japan geannexeerd. ¶ 手を合せる de handen vouwen. ¶ 合せて bijeen; samen; allen; gezamenlijk; bovendien (其の上).
kuwaeru・加へる
t.w. (1) [附加] bijvoegen; toevoegen; vermeerderen. (2) [合計する] optellen. (3) [養らす] geven; toedienen. (4) [算入] mederekenen; meetellen. ¶ 速力を加へる snelheid vergrooten. ¶ 但書を加へる clausule eraan toevoegen. ¶ 人に侮辱を加へる iemand beleedigen. ¶ 君を加へて十五人だ met u medegerekend zijn het vijftien personen. ¶ 加ふるに bovendien.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <optellen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
カウントする kauntosuru tellen; optellen
プラスする purasusuru optellen; toegeven; erbij doen; bijvoegen; toevoegen; bijdragen
加える kuwaeru (1) [wisk.] optellen; bij elkaar tellen; (2) toevoegen; bijvoegen; (3) doen toenemen; meer laten worden; vermeerderen; verhogen; groeien; uitbreiden; (4) meerekenen; meetellen; incalculeren; (5) laten meedoen; laten deelnemen; (6) (een slag; schade; etc.) toedienen; (een belediging) naar het hoofd slingeren
加減乗除 kagenjoujo [rekenk.] optellen; aftrekken; vermenigvuldigen en delen
合わす awasu (1) bij elkaar brengen; [力を] zich aaneensluiten; (2) optellen
合わせる awaseru (1) bij elkaar brengen; [力を〜] zich aaneensluiten; (2) optellen; toevoegen; aanvoegen; (3) aanpassen; (4) [焦点を〜] focussen; focaliseren; de focus scherp stellen (op); de focus instellen (op); de focus concentreren (op); de focus richten (op); de focus vestigen (op); (5) [顔を〜]ontmoeten; onder de ogen komen
合算する gassansuru optellen; bij elkaar tellen; [w.g.] samentellen; het totaal vaststellen van; totaliseren
合計する goukeisuru optellen; bij elkaar tellen; totaliseren; het totaal opmaken van
寄せる yoseru (1) naderen; genaken; naken; (2) naderbij halen; dichterbij brengen; bijhalen; nader brengen tot; dichterbij laten komen; plaatsen (nabij ~); leggen (dichtbij ~); (3) verzamelen; bijeenbrengen; samenbrengen; vergaren; (4) zich toevertrouwen aan; gaan inwonen bij; zijn intrek nemen bij; (5) toesturen; toezenden; (6) optellen; bij elkaar tellen; (7) [m.b.t. gevoelens] toedragen; (8) in zekere vorm uitdrukken
積算する sekisansuru (1) optellen; totaliseren; (2) schatten; ramen; begroten; calculeren
計上する keijousuru (1) optellen; samentellen; (2) bestemmen voor; toewijzen aan; uittrekken voor; reserveren voor; opzijleggen voor; [予算に] opnemen in
足す tasu (1) optellen; een optelling maken; (2) toevoegen; bijvoegen; erbij doen; (3) aanvullen; volledig maken; [form.] suppleren; [m.b.t. tekort] bijleggen; (4) zich kwijten van; doen; verrichten; uitvoeren; vervullen; volbrengen
集計する shuukeisuru totaliseren; het totaal opmaken van; bijeenvoegen; optellen; bijeentellen
Tijd: 1.45 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'optellen').
2005-2026
