日蘭辭典+

67 resultaten voor ‘totaal’
日蘭辭典 (trefwoord)
sōtai總體

(総体) zn. geheel o.; massa v.; het geheele lichaam o. ¶ 總體の geheel; totaal. ¶ 總體に over het geheel; in ’t algemeen; alles bijeengerekend; alles samengenomen. ¶ 總體に出來がよかった over het geheel genomen is het wel geslaagd. ¶ 總體で in ’t geheel; totaal.

araizarai洗浚
(洗い浚い) bw. geheel; totaal.
aridaka有高
(有り高) zn. totaal o.; som v.; bedrag o.
zenbu全部
zn. geheel o.; alle deelen o.mv.; bw. geheel; totaal; volledig. ¶ 全部で totaal; alles tezamen; in het geheel. ¶ 全部揃って compleet. ¶ 全部に亙って geheel en al. ¶ 全部の volledig; al; geheel; compleet.
zetsumu絶無

zn. totaal niets o.; onmogelijkheid v. ¶ 絶無なり het is volstrekt uitgesloten.

zenzen全然

bw. geheel; totaal; volkomen; volledig; volstrekt; ten eenen male.

zenshō全燒

(全焼) zn. totale verwoesting door brand. ¶ 全燒する totaal verbranden; geheel afbranden.

zenson全損
zentai全體

(全体) zn. (1) [全部] geheel o.; al o.; totaal o. bw. (2) [元來] van nature; uit den aard der zaak; uiteraard. (3) [概して] over het algemeen; in algemeenen zin. ¶ 全體の volledig; totaal; al; geheel. ¶ 歐洲全體に in geheel Europa; overal in Europa. ¶ これで全體です dat is alles. ¶ 全體何が欲しいのだらう wat wil hij toch? ¶ 全體誰の許を受けてそんなことをした wie heeft je in godsnaam vergunning gegeven zoo iets te doen?

zenpai全敗

zn. verpletterende nederlaag v. ¶ 全敗する totaal verslagen zijn.

zengaku全額

zn. totaal o.; totaal bedrag o.

zenbu全部

zn. geheel o.; alle deelen o.mv.; bw. geheel; totaal; volledig. ¶ 全部で totaal; alles tezamen; in het geheel. ¶ 全部揃つて compleet. ¶ 全部に亙つて geheel en al. ¶ 全部の volledig; al; geheel; compleet.

zen

zn. geheel o.; totaal o.; bn. geheel; totaal; compleet. ¶ 全會員 alle leden. ¶ 全三尺 ten volle drie voet. ¶ 全財產 alle bezittingen. ¶ 全帝國 het geheele rijk.

uyūnikisuru烏有に歸する

(烏有に帰する) i.w. tot asch vergaan; totaal verbranden.

wa

zn. (1) [平和] vrede v. (2) [合計] totaal o. (3) [親和] verzoening v. (4) [日本] Japan o. bn. (5) [日本の] Japansch. ¶ 和を結ぶ vrede sluiten. ¶ 和を求める (合計を) de som vinden; bij elkaar optellen.

uttekawaru打つて變る

(打つて変る) i.w. geheel veranderen; totaal veranderen. ¶ 打つて變つて integendeel.

tsūsan通算

zn. totaal o.; som v.; optelling v. ¶ 通算する bij elkaar optellen; totaliseeren; bij elkaar rekenen.

tsūkei通計

zn. totaal o.; totaal bedrag o.; geheele som v.

tsugō都合

(都合) zn. (1) [便宜] gemak o.; voordeel o. (2) [事情] omstandigheden v.mv.; situatie v. (3) [場合] gelegenheid v. (4) [機會] geschikte gelegenheid v. bw. (5) [合計] totaal. ¶ 雙方に都合が好い voordeelig voor beide partijen. ¶ 都合により wegens omstandigheden. ¶ 其の時の都合で al naar het dan uitkomt. ¶ 都合次第に zoodra het schikt. ¶ 都合を待つ goede gelegenheid afwachten. ¶ 都合惡しき ongelegen; ongunstig. ¶ 都合よき gelegen; geschikt; gunstig. ¶ 都合よく gelukkig; het trof goed, dat..... ¶ 都合する schikken; regelen; regeling treffen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
ate ni naranai当てにならない
(frase) niet kunnen vertrouwen [rekenen, hopen] op. ¶ 天気予報はまったく当てにならない。 Tenki yohō wa mattaku ate ni naranai. Je kunt totaal niet vertrouwen op het weerbericht. ¶ 人の噂って当てにならないからな。 Hito no uwasa tte ate ni naranai kara da. Omdat je niet kunt vertrouwen op van horen zeggen. ¶ あんな悲観的な経済学者たちの言うことなんか、全然当てにならないよ。 Anna hikanteki na keizaigakushatachi no iu koto nan ka, zenzen ate ni naranai yo. Je kunt totaal niet vertrouwen op wat die pessimistische economen zoal zeggen. (TTC) ¶ Wikipedia は当てにならない Wikipedia wa ate ni naranai Je kunt niet vertrouwen op Wikipedia; Wikipedia is onbetrouwbaar (tweet) ¶ ツイッタラーのいうことは当てにならない Tsuittarā no iu koto wa ate ni naranai Je kunt niet vertrouwen op wat twitteraars zeggen (tweet) ¶ この国では電車の時刻表は当てにならない。電車は時間通りには来ない。 Kono kuni de wa densha no jikokuhyōwa ate ni naranai. Densha wa kikandōri ni wa konai. De dienstregeling in dit land is onbetrouwbaar. De trein rijden niet op tijd. (yasamv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <totaal>
ころっ koro (1) [~と転がる] [= aanduiding van een rolbeweging van een klein;licht voorwerp]; (2) [~と変わる] plots; ineens; pardoes; [~と忘れる] rats; compleet; totaal; glad; (3) [~と参る] sportief; zonder vezet; vlot; (4) [~と寝てしまう] als een blok
さっぱり sappari (1) verschrikkelijk; echt erg; (2) keurig; net; netjes; [gew.] deftig; (3) verfrist; opgefrist; opgeknapt; opgekikkerd; [i.h.b.] opgelucht [i.c.m. shita した]; (4) openhartig; vrijmoedig; oprecht; frank; rechtuit; rondborstig [i.c.m. shita した]; (5) [m.b.t. culinaria] eenvoudig; licht gekruid [i.c.m. shita した]; (6) compleet; totaal; helemaal; in het geheel; volkomen; volledig; gans [i.c.m. to と]
すっかり sukkari volledig; helemaal; (in zijn) geheel; [form.] gans; integraal; compleet; in zijn totaliteit; volkomen; onverdeeld; ten volle; volmaakt [tevreden;gelukkig enz.]; totaal; grondig; volop
そっくり sokkuri (1) geheel; al; volledig; helemaal; totaal; compleet; in zijn geheel; totaliteit; met ~ en al; intact; integraal; zoals het is; (2) precies lijken op; als twee druppels water lijken op; sprekend lijken op; iem. gelijken op een prik; in alles lijken op; het evenbeeld zijn van; precies; exact; net; op-en-top
グロス gurosu (1) bruto; totaal; (2) [golf] brutoscore ; (3) glans; (4) Gross; Gloth; (5) gros [= twaalf dozijn]
トータル tōtaru (1) totaal; geheel; volledige hoeveelheid; (2) Total
丸々;〇〇 marumaru (1) lege plek; blanco gedeelte; opengelaten plaats; leeg gelaten passage; (2) ene; een zeker(e); niet nader genoemd(e); (3) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (4) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal
丸々と marumaruto (1) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (2) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal
全く mattaku (1) geheel; geheel en al; heel; volledig; helemaal; straal; absoluut; volstrekt; rechtaf; volkomen; puur; totaal; volslagen; door en door ~; [attr.] ~ in het kwadraat; hartstikke; op-en-top; compleet; ten enenmale; ganselijk; gladweg; vlak; [volkst.] helendal; (2) werkelijk; inderdaad; waarlijk; echt; zonder meer; regelrecht; hoe ~!
全くの mattakuno volkomen; volmaakt; volslagen; compleet; totaal; algeheel; onverbeterlijk; onvervalst; absoluut; je reinste; pur sang; van het zuiverste water
全体 zentai (1) geheel; totaliteit; totaal; [attr.] heel; [attr.] al(le); (2) in de eerste plaats; om te beginnen; eerst en vooral; (3) wat ~ toch; wat ~ in 's hemelsnaam; wat ~ in vredesnaam; wat ~ in godsnaam; (4) in het geheel; alles samen; alles bij elkaar (genomen); in totaal; in toto [gevolgd door de で]; (5) in het algemeen; over het geheel; generaliter; globaal genomen [gevolgd door ni に]
全然 zenzen (1) helemaal niet; in het geheel niet; niet in het minst; geringste; absoluut niet; volstrekt niet; hoegenaamd niet; in genen dele [i.c.m. negatie]; (2) heel; erg; zeer; verschrikkelijk [in informeel taalgebruik]; (3) compleet; volstrekt; totaal; geheel; helemaal; geheel en al; volkomen; volslagen; volledig; op-en-top; in alle opzichten; door en door [affirmatief en nadrukkelijk]
全般の zenpanno geheel; heel; totaal; universeel; algemeen; algeheel; globaal
全部 zenbu (1) geheel; al; algeheel; alle; alles; totaal; [inform.] het hele zootje; de hele mikmak; de hele bende; [attr.] compleet; (2) volledig; allemaal; algeheel; heel; totaal; volkomen; in alle opzichten; onverdeeld; [arch.] gans
全面的 zenmenteki grootscheeps; totaal; compleet; alomvattend; alles omvattend; alles insluitend; extensief
全面的に zenmentekini grootscheeps; totaal; compleet; alomvattend; extensief; voluit; over de hele linie
全額 zengaku hoofdsom; som; eindbedrag; totaalbedrag; totaal; somma
凡そ oyoso (1) samenvatting; kort overzicht; resumé; de voornaamste punten; (2) over het algemeen; in principe; (3) geheel; volkomen; compleet; totaal
去る saru (1) verlaten; weggaan (bij; van); vertrekken (bij; van; uit); ervandoor gaan; [gew.] aangaan; ertussenuit knijpen; opstappen; heengaan (van); heenlopen; [i.h.b.] sterven; scheiden (van; uit); [m.b.t. echtgenoot;echtgenote] zich laten scheiden van; zich verwijderen van; aflopen van; weglopen van; verdwijnen; wegkomen; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [inform.] opdonderen; [inform.] ophoepelen; [inform.] opflikkeren; [inform.] oprukken; [w.g.] opdoeken; [studentent.] opzooien; [uitdr.] zich uit de voeten maken; (2) achter zich laten; op [x uur afstand enz.] liggen; afliggen van; verwijderd liggen van; (3) wijken; afnemen; wegtrekken; verdwijnen; overgaan; eindigen; ophouden te bestaan; aflopen; ten einde lopen; voorbijgaan; vergaan; (4) [m.b.t. seizoen;tijdruimte] verstrijken; voorbijgaan; vergaan; [i.h.b.] voorbijvliegen; verlopen; passeren; [fig.] omgaan; [fig.] omlopen; [fig.] omkomen; (5) verwijderen; afhalen; weghalen; wegwerken; uithalen; wegnemen; afdoen; afnemen; verbannen; zich af maken van; (6) zich ontdoen van; bannen; uitbannen; afzetten (van); laten varen; (7) [m.b.t. baan] opgeven; stoppen met; [m.b.t. ambt] neerleggen; verlaten; opzeggen; afstand doen van; bedanken voor; vaarwelzeggen; [m.b.t. toneel] afgaan (van); (8) totaal ~; volledig ~; compleet ~; geheel en al ~; volkomen ~ [voorafgegaan door een ren'yōkei]; (9) jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; ~ dezer; vorige ~; verleden ~; gepasseerde ~
合計 gōkei som; totaal
和;倭 wa (1) vrede; harmonie; goede verhouding; eendracht; eensgezindheid; (2) som; totaal; (3) Japan; Nippon
圧倒的 attōteki overweldigend; verpletterend; overstelpend; overdonderend; allesoverheersend; lawineus; totaal
圧倒的な attōtekina overweldigend; verpletterend; overstelpend; overdonderend; allesoverheersend; lawineus; totaal
圧倒的に attōtekini overweldigend; verpletterend; overstelpend; overdonderend; allesoverheersend; lawineus; totaal
如何にも ikanimo (1) in elk opzicht; enorm; extreem; uiterst; verschrikkelijk; zeer; erg; hoogst; absoluut; totaal; (2) werkelijk; waarlijk; voorwaar; voorzeker; echt; helemaal; door en door; precies; inderdaad; exact; zegt u dat wel; zoals u zegt; dat ben ik helemaal met u eens; volkomen gelijk; nou en of; reken maar; klopt; heel juist; (3) hoe dan ook; op welke wijze ook; hoe het ook zij; vast en zeker; welzeker; ongetwijfeld; beslist; stellig; (4) net alsof; als het ware; onmiskenbaar; duidelijk; niet mis te verstaan; (5) liefst; bij voorkeur
完全な kanzenna perfect; compleet; volledig; integraal; volkomen; volslagen; volstrekt; totaal; gaaf; ongeschonden; volmaakt; afgerond; intact
完全に kanzenni perfect; compleet; volledig; geheel; van a tot z; integraal; volkomen; volmaakt; volslagen; volstrekt; absoluut; totaal; afgerond; intact; ongeschonden; [w.g.] restloos
尽く;悉く kotogotoku integraal; volledig; helemaal; allemaal; geheel; algeheel; heel; totaal; volkomen; [arch.] gans
延べ nobe (1) transactie; handelsovereenkomst met uitstel van betaling; (2) totaal; globaal
洗い浚い araizarai geheel en al; totaal; volledig; alles zonder uitzondering; zonder enig voorbehoud; van a tot z; van het begin tot het einde; [Belg.N.] van naaldje tot draadje
mina (1) al; alle; allen; alles; ieder; iedereen; elkeen; alleman; (2) algeheel; geheel; gans; heel; helemaal; compleet; totaal
minna (1) al; alle; allen; alles; ieder; iedereen; elkeen; alleman; (2) algeheel; geheel; gans; heel; helemaal; compleet; totaal
絶対 zettai (1) iets absoluuts; absoluutheid; [attr.] absoluut; [attr.] volstrekt; [attr.] totaal; [attr.;fig.] soeverein; [attr.;fil.] categorisch; [attr.;m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk; (2) absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist
絶対に zettaini absoluut; helemaal; totaal; volkomen; volstrekt; strikt; ten enenmale; totaliter
絶対の zettaino absoluut; totaal
絶対的 zettaiteki absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist; [fig.] soeverein; [fil.] categorisch; [m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk
絶対的に zettaitekini absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist; [fig.] soeverein; [fil.] categorisch; [m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk
総体 sōtai (1) geheel; totaal; (2) in; over 't algemeen; globaal genomen; alles bij elkaar (genomen); over het geheel genomen; in summa; generaliter; grosso modo
総合的 sōgōteki allesomvattend; integraal; geïntegreerd; totaal; globaal
総括的 sōkatsuteki alles inbegrepen; allesomvattend; alomvattend; collectief; totaal; globaal; op iedereen; alles van toepassing; kapstok-; verzamel-; omnibus-
総括的に sōkatsutekini alles inbegrepen; in zijn geheel; allesomvattend; alomvattend; collectief; totaal; globaal; in grote trekken; over het algemeen; in totaal; in; als massa; en masse; en bloc
総数 sōsū totaal aantal; totaal
総額 sōgaku totale som; bedrag; eindbedrag; totaalbedrag; totaal beloop; totaal; eindtotaal; hoofdsom; somma; aggregaat
algemeen; algemene ~; totaal; totale ~; volledig(e) ~; generaal; generale ~; gezamenlijk(e) ~; collectief; collectieve ~; bruto ~; opper-; hoofd-
kei (1) plan; planning; programma; schema; (2) list; krijgslist; truc; handigheid; strategie; intrige; samenzwering; (3) som; totaal; som van alle afzonderlijke bedragen; (4) meter; meettoestel; meetinstrument
通算 tsūsan (1) totaalberekening; (2) totaal; totaalbedrag; totaalcijfer
集計 shūkei (1) totalisatie; het totaliseren; bijeenvoegen; optelling; (2) [rekenk.] aggregaat; totaal
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.99 sec. jiten.nl: 20 treffers, warandict: 47 treffers (zoekopdracht: 'totaal'). 
2005-2026