日蘭辭典+

59 resultaten voor ‘dood’
日蘭辭典 (trefwoord)
shi
zn. dood m.; overlijden o. ¶ に就く den dood ingaan. ¶ を決する besluiten om te sterven.
nani
vnw. wat; eenig; tw. wat! hoe! ¶ を隠さう ronduit gezegd. ¶ を言っても wat men ook mag zeggen. ¶ はさて措き in de eerste plaats. ¶ が要るか wat wou je?; wat moet je? ¶ にせよ hoe het ook zij. ¶ なに、あの人が死んだって wat!; is hij dood?
gyaku
bn. (1) [反對] tegengesteld; omgekeerd. (2) [叛逆] oproerig. ¶ 逆壓 tegen-druk. ¶ 逆潮 tegenstroom. ¶ 逆動する achteruitgaan. ¶ 逆緣 ongeluk; noodlot; omgekeerde volgorde van overlijden; dood van de kinderenvoor de ouders. ¶ 逆風 tegenwind. ¶ 逆擊 tegenaanval. ¶ 逆比 omgekeerdereden. ¶ 逆比例の omgekeerd evenredig. ¶ 逆意 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆上 stijgen van bloed naar de hersenen; duizeligheid (眩暈). ¶ 逆上する gek worden. ¶ 逆戾りする teruggaan. ¶ 逆に in tegengestelde richting; den anderen kant uit; verkeerd. ¶ 逆流 tegenstroom. ¶ 逆算する terugrekenen. 逆説 paradox. ¶ 逆心 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆臣 verrader. ¶ 逆進 achterwaartsche beweging; achteruitgaan. ¶ 逆襲 tegenaanval. ¶ 逆提供 contra-offerte. ¶ 逆轉 omzetting. ¶ 逆轉する terugdraaien; omzetten. ¶ 逆徒 verrader. ¶ 逆睹 voorspelling. ¶ 逆運 tegenspoed; tegenslag; ongeluk. ¶ 逆運動 teruggang; acherwaartsche beweging. ¶ 逆産 omgekeerde geboorte; geboorte met de voeten vooruit.
shinu死ぬ
i.w. sterven; doodgaan; overlijden. ¶ 死んで居る dood; levenloos. ¶ 死ぬ tot den dood. ¶ 死ぬ覺悟で ten koste van zijn leven. ¶ 死んでも zelfs al moest het leven kosten. ¶ 死んだ風をする zich dood houden. ¶ 死んだ者諦める de hoop opgeven, dat iemand nog in leven is. ¶ 燒け死ぬ levend verbranden. ¶ 凍え死ぬ doodvriezen. ¶ 怪我で死ぬ aan zijn wonden sterven. ¶ 死んだ overleden; wijlen; -zaliger. ¶ 死ぬかと思ふ het gevoel hebben, dat zijn laatste uur geslagen is; denken, dat men gaat sterven.
bn. wijler; zaliger. ¶ 亡父 wijlen mijn vader; mijn vader zaliger.
yukidaore行倒
(行き倒れ) zn. dood aan den kant van den weg. ¶ 行き倒れになる erbij neervallen; onderweg blijven liggen.
shishō死傷
zn. dooden en gewonden. ¶ 死傷數 het aantal dooden en gewonden. ¶ 死傷者 dooden en gewonden. ¶ 死傷表 lijst van dooden en gewonden.
chōseiboshi朝生暮死
heden rood morgen dood; vluchtigheid van het menselijk leven.
mattōsuru全うする
t.w. vervullen; voleindigen; voltooien; ten einde brengen. ¶ 使命を全うする roeping vervullen. ¶ 天命を全うする van ouderdom sterven. ¶ を全うする aan den dood ontkomen; er levend afkomen.
kūbun空文
zōi贈位

(贈位) zn. verleening van hoofdadel na den dood.

zetsumei絶命

zn. dood m. ¶ 絶命する sterven; overlijden; den laatsten adem uitblazen.

zeppitsu絶筆
zanshi慚死

zn. dood van schaamte. ¶ 慚死する van schaamte sterven.

yūshi遊資
yūkin遊金
yōsetsu天折

zn. vroege dood m. ¶ 天折する jong sterven.

yomigaeru甦る

i.w. uit den dood herrijzen; herleven.

yoei餘榮

(余栄) zn. eerbewijzen na den dood.

yattsukeruやつつける
yakeshini燒死

(焼死) zn. vuurdood m.; dood door verbranding. ¶ 燒死する in de vlammen omkomen; levend verbranden.

wakajini若死

zn. vroege dood m. ¶ 若死する jong sterven.

uchitomeru打留める
uchitoru打取る

t.w. (1) [捕へる] pakken; arresteeren. (2) [殺す] dooden.

uchikorosu打殺す

(打殺す) t.w. doodslaan; dooden; doodschieten (銃殺).

uchimorasu討洩らす

t.w. laten ontsnappen; i.w. niet erin slagen om te dooden.

uchihatasu打果す
uchijini討死

zn. dood op het slagveld; sneuvelen o. ¶ 討死する sneuvelen; in den strijd gedood worden. ¶ 美事に討死する vallen op het veld van eer.

tsurezure徒然

zn. verveling v.; gevoel van verlatenheid. ¶ 徒然を慰す verveling dooden; troosten in de eenzaamheid.

tsuishō追賞

zn. eerbewijs na den dood.

tsuizen追善

zn. gebed voor een doode; zielenmis v. ¶ 追善供養 lijkdienst; gedachtenisdienst.

tsuigō追號

(追号) zn. titel, verleend na den dood.

tsuijo suru追敍する

(追叙する) i.w. eeretitel verleenen na den dood.

SUPPLEMENT (trefwoord)
chūdoku中毒
(1) vergiftiging. ¶ 中毒する vergiftigd zijn; vergiftigd raken; vergiftigingsverschijnselen hebben. ¶ 中毒Chūdokushi Dood door vergiftiging. 中毒Chūdokusei toxiciteit; giftigheid. ¶ 中毒症状 Chūdoku shōjō Vergiftigingsverschijnselen. ¶ 〜中毒~chūdoku ~vergiftiging. 食中毒に罹ったことはありますか。 Shokuchūdoku ni kakatta koto wa arimasu ka. Heeft u ooit voedselvergiftiging gehad? (TTC) (2) verslaving. ¶ 中毒Chūdokusha. Een (de) verslaafde(n); junkie(s). ¶ 麻薬中毒は現代社会の癌だ。 Mayaku chūdoku wa genzei shakai no gan da. Drugsverslaving is een (de) kanker van de moderne samenleving. (TTC) ¶ その報告書から10代の多く子供アルコール中毒にかかっていることが分かった。 Sono hōkokusho kara jūdai no ooku no kodomo ga arukōru chūdoku ni kakatte iru koto ga wakatta. Uit het rapport bleek dat veel tieners verslaafd zijn aan alcohol. (TTC) ¶ はテレビ中毒です。 Watashi wa terebi chūdoku desu. Ik ben verslaafd aan TV; ik ben een TV junkie. (TTC) ¶ 仕事中毒者は休日を時間無駄とみなす。 Shigoto chūdokusha wa kyūjitsu wo jikan no muda to minasu. Workaholics beschouwen vakantie als tijdverspilling. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dood>
とっても tottemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; enorm; verschrikkelijk; afschuwelijk; ijzig; bar; stom-; criant; gruwelijk; bitter; crimineel; gruwzaam; fantastisch; geweldig; ontiegelijk; gemeen; drommels; verdomd; machtig; duivels; verbazend; ijselijk; verduiveld; mirakels; allemachtig; formidabel; ellendig; moorddadig; reusachtig; reuze-; ontzaglijk; vervaarlijk; kolossaal; onwijs; schreeuwend; stinkend; danig; volslagen; faliekant; [inform.;veroud.] verhipt; (2) [~ない] geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet
一死 isshi (1) dood; opoffering van z'n leven; (2) [honkb.] één uit; one out; één speler uitgetikt
上がり agari (1) stijging; verhoging; klim; (2) afwerking; uitvoering; voltooiing; [sportt.] finish; (3) inkomen; opbrengst; winst; rendement; resultaat; (4) [cul.] groene thee; (5) [魚の] dood; (6) [蚕の] het spinnen; (7) onderbreking; stop; (8) het ophouden van …; toestand na afloop van …; (9) ex-; voormalig …; gewezen …; (10) het gerecht is klaar!
他界 takai (1) hiernamaals; leven na de dood; (2) dodenrijk; (3) dood; overlijden
天上 tenjō (1) hemel; (2) hemelrijk; (3) hemelvaart; [i.h.b.] dood; (4) summum; het ultieme; (5) eerste verdieping; bovenverdieping
寂滅 jakumetsu (1) [boeddh.] nirwana; nirvāṇa; (2) overlijden; dood
崩御 hōgyo [天皇;皇后;皇太后;太皇太后;上皇;法皇;帝王の] overlijden; dood; verscheiden
往生 ōjō (1) [boeddh.] wedergeboorte in de hemel; het paradijs; upapatti; (2) overlijden; dood; (3) zwichting; gewonnengeving; toegeving; opgave; (4) vertwijfeling; radeloosheid; aporie; perplexiteit; onthutsing; (5) dwang; intimidatie
敗死 haishi nederlaag en dood; dood; gesneuveld in de nederlaag
昇天 shōten (1) het ten hemel stijgen; rijzen; hemelvaart; opstijging ten hemel; (2) dood; [lit.t.] opvaart
最期 saigo (1) laatste ogenblikken; laatste momenten; (2) einde; dood
shi (1) dood; (2) [honkb.] uitspel; uitgetikte speler
死亡 shibō dood; overlijden; [arch.] verscheiden; [euf.] heengaan; [attr.] thanato-
死去 shikyo dood; overlijden
永眠 eimin eeuwige slaap; doodsslaap; eeuwige rust; dood
淀み;澱み yodomi (1) dood; stilstaand water; (2) sediment; bezinksel; afzetting; grondsop; droesem; (3) stagnatie; stremming; stilstand; aarzeling; stameling; hapering
無常 mujō (1) veranderlijkheid; onbetrouwbaarheid; wisselvalligheid; ongewisse; onbestendigheid; ongestadigheid; (2) vergankelijkheid; vluchtigheid; kortstondigheid; tijdelijkheid; voorbijgaande aard; leegheid; vruchteloosheid; (3) dood
生死 shōji (1) [boeddh.] samsara; saṃsāra [= dood en wedergeboorte]; (2) leven en sterven; verwekken en doden; (3) levensduur; leven; (4) sterven; dood
臨終 rinjū eind; einde; levenseinde; uiteinde; laatste ogenblik; uur; sterfbed; doodbed; doodsbed; stervensuur; dood
薨去 kōkyo dood; overlijden (van een prins van den bloede of dignitaris van derde hofrang of hoger)
行き止まり線 ikidomarisen [spoorw.] dood; dood­lo­pend spoor; spoor dat niet op een an­der aan­sluit; [slang] dooie
迚も totemo (1) heel; erg; zeer; zwaar; sterk [overdreven enz.]; uiterst; aller-; dood-; oer-; bloed-; in-; hartstikke; vreselijk; uitermate; ontzettend; verschrikkelijk [slecht enz.]; afschuwelijk [vervelend enz.]; ijzig [kalm enz.]; bar [vervelend enz.]; stom [vervelend enz.]; criant [vervelend enz.]; gruwelijk [vervelend enz.]; bitter [arm enz.]; crimineel [koud enz.]; gruwzaam [kil enz.]; fantastisch [goedkoop enz.]; geweldig [goed enz.]; ontiegelijk [rijk enz.]; gemeen [koud enz.]; drommels [goed enz.]; verdomd [handig enz.]; machtig [mooi enz.]; duivels [ingewikkeld enz.]; verbazend [veel enz.]; ijselijk [lelijk enz.]; verduiveld [aardig enz.]; mirakels [gelukkig enz.]; allemachtig [interessant enz.]; formidabel [goed enz.]; ellendig [heet enz.]; moorddadig [goed enz.]; reusachtig [aardig enz.]; reuze [veel enz.]; ontzaglijk [veel enz.]; vervaarlijk [groot enz.]; kolossaal [groot enz.]; onwijs [hard enz.]; enorm; schreeuwend [duur enz.]; stinkend [jaloers enz.]; danig; volslagen; faliekant; [inform.;veroud.] verhipt [warm enz.]; [~少ない] bedroevend; (2) geenszins; volstrekt niet; hoegenaamd niet; bepaald niet; helemaal niet; lang niet; absoluut niet; ten enenmale niet; om de drommel niet; in het geheel niet; niet in het minst; in geen geval; in geen enkel opzicht; in genen dele; op geen stukken na; bijlange (na) niet [i.c.m. negatie]
逝去 seikyo dood; overlijden; verscheiden
零落 reiraku (1) verval; verpaupering; achteruitgang; teruggang; versukkeling; verkwijning; verelendung; (2) [花;葉の] het afvallen; (3) dood; overlijden
非生産的 hiseisanteki onproductief; improductief; niet; weinig vruchtbaar; zonder (veel) succes; effect; resultaat; niets; weinig opleverend; [fig.] onvruchtbaar; vruchteloos; geen vrucht dragend; [m.b.t. kapitaal] dood
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.98 sec. jiten.nl: 34 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'dood'). 
2005-2026