日蘭辭典+

57 resultaten voor ‘na’
日蘭辭典 (titelwoord)
-na
bw. niet. ¶ そんなこと言ふな zeg zoo iets niet. ¶ 忘れるな vergeet het niet.
na
part. zie je; weet je; vind je niet?; tw. .
日蘭辭典 (trefwoord)
zokushutsu suru續出する

(続出する) i.w. na elkaar verschijnen; op elkaar volgen.

zokuhatsu續發

(続発) zn. opeenvolging v. ¶ 續發する op elkaar volgen; na elkaar gebeuren. ¶ 續發性の secundair.

zōi贈位

(贈位) zn. verleening van hoofdadel na den dood.

zengo前後

zn. (1) [順序] volgorde v.; rangschikking v.; bw. voor en achter; voor en na. (2) [殆ど] om en bij; ongeveer; meer of minder; zoo wat. ¶ 前後不覺にて bewustzijn verliezen. ¶ 前後撞著する met zichzelf in tegenspraak komen; inkonsekwent zijn. ¶ 前後を忘れて怒る buiten zichzelf zijn van woede. ¶ 前後の關係(¶ 文の) zinsverband. ¶ 十時前後 om een uur of tien; omstreeks tien uur.

zanyo殘餘

(残余) zn. rest v.; overschot o. ¶ 殘餘の resteerend; overschietend. ¶ 殘餘額 saldo. ¶ 殘餘受遺者 universeel erfgenaam na aftrek der legaten.

yosan餘滓

(余滓) zn. overblijfsel o.; residu o. ¶ 餘滓の遺贈 universeele erflating na aftrek van legaten.

yoei餘榮

(余栄) zn. eerbewijzen na den dood.

yo

(余) zn. rest v.; overige o.; vz. (以上) boven; over; meer dan; na (後). ¶ 十十里餘 meer dan tien mijl. ¶ 雨餘の好晴 zonneschijn na regen. ¶ 餘は拜顏の節萬々可申述候 het overige zal ik u later persoonlijk vertellen.

yakebutori燒太り
yakenokoru燒殘る

(焼残る) i.w. (1) [殘留] overblijven na den brand. (2) [免れる] gespaard blijven door het vuur.

uketsuke受附

zn. informatiebureau; bureau van den portier. ¶ 受附掛 portier; concierge. ¶ 受附ける in ontvangst nemen. ¶ 願書は三日以後は受附けず verzoeken na den derden ontvangen worden zonder meer ter zijde gelegd; verzoeken uiterlijk in te dienen den derden van deze maand.

ugo雨後

bw. na den regen. ¶ 雨後の筍の如く出る in grooten getale voor den dag komen.

uchi

(内) zn. (1) [内部] binnenste o.; binnenkant o. (2) [家宅] huis o.; woning v. (3) [家族] familie v.; gezin o. (4) [夫] mijn man m. ¶ 内で thuis; binnenshuis; binnen. ¶ の中で onder; tusschen; in; te midden van. ¶ 内の者 mijn familie; mijn vrouw. ¶ 内に (在宅) thuis; in huis. ¶ の内に binnen. ¶ 今週の中に binnen deze week; van de week. ¶ 夜の中に gedurende de nacht. ¶ 時のたつ中に na verloop van tijd. ¶ 彈雨の中に onder een kogelregen. ¶ 近い中に eerstdaags; binnen kort. ¶ 若い中に in de jeugd; op jeugdigen leeftijd. ¶ 内ほどよい所はない oost west thuis best. ¶ 御主人はおうちですか is mijnheer thuis? ¶ 日の出ない中に vóór zonsopgang.

tsuishō追賞

zn. eerbewijs na den dood.

tsuigō追號

(追号) zn. titel, verleend na den dood.

tsuijo suru追敍する

(追叙する) i.w. eeretitel verleenen na den dood.

tsugitsugi ni次々に

bw. achtereenvolgens; een voor een; de een na den ander; beurtelings.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <na>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
からして karashite (1) […~] sedert; sinds; na; (2) […~] in de eerste plaats; vooreerst; in 't bijzonder; nota bene; uitgerekend; neem nu; alleen al; (3) […~みると] [partikel dat de grond tot een oordeel aangeeft] op grond van; (4) […~] [redengevend partikel] omdat; wegens; daar; vermits
なっ na (1) inderdaad; echt; (2) o; ik begrijp het
na [sandhivariant van wa は na n ん]
na (1) hé; zeg [interjectie ter aanduiding dat men iemands aandacht vraagt;of dat men iemand uitnodigt of aanspreekt]; (2) hè; toch?; (vind je) niet?; zeg nou zelf [interjectie ter aanduiding dat men een bevestiging verwacht]
na (1) […~] [attributief partikel]; (2) […~] [drukt tijd;plaats uit]
na (1) […~] [verbodspartikel]; (2) […~] [bevelspartikel]; (3) […~] [drukt een milde assertie uit]; (4) […なさい;ください;ちょうだい~] [drukt een mild bevel uit]; (5) […~] [vraagt instemming of formuleert nadruk]; (6) […~] [uitroeppartikel] hoe …!; wat een …!; (7) […~] [drukt een voornemen of wens uit]; (8) […~] [drukt een uitnodiging of verzoek uit]
na [nadrukpartikel in het midden of op het einde van een zin]
の後に noatoni achter; na
アフター afutaa achter-; na-
アーフタ aafuta na-; achter-
ナトリウム natoriumu [chem.] natrium; Na
七;7 nana zeven
ue (1) bovenste gedeelte; bovenkant; bovendeel; (2) gebied boven iets; (3) top van een berg; bovenverdieping van een huis; (4) superioriteit; summum; het beter zijn in iets; het meer getalenteerd zijn in iets; het meer begaafd zijn in iets; het kundiger zijn in iets; autoriteit; (5) superieure positie; hoge(re) rang; betere stand; betere maatschappelijke positie; (6) keizer; vorst; soeverein; (7) hoger; (8) in leeftijd ouder; (9) superieur; hoger in rang; hoger qua maatschappelijke positie; (10) goed; beter; kundig(er); begaafd(er); (meer) getalenteerd; bekwaam; bedreven; capabel; (11) bovenop; als klap op de vuurpijl; op de koop toe; behalve; (12) na; achter; als resultaat van; ten gevolge van; als uitkomst van; (13) wat betreft; (14) nu dat; nadat; (15) aangezien
交互に kougoni (1) bij beurten; afwisselend; alternerend; na; achter elkaar; om en om; om de beurt; bij toerbeurt; beurtelings; [gew.] overhand; (2) onderling; wederzijds; wederkerig; mutueel
以来 irai (1) voortaan; in het vervolg; van nu af; van nu af aan; (2) [na woorden die verwijzen naar gebeurtenissen in het verleden of naar een punt in het verleden] sinds; sedert; na; vanaf
写す utsusu (1) afschrijven; een afschrift maken van; kopiëren; overschrijven; (2) imiteren; nabootsen; nadoen; overnemen; na-apen; namaken; reproduceren; (3) een beschrijving geven van; beschrijven; describeren; afschilderen; (4) fotograferen; een foto maken van; een kiekje maken van; filmen
南阿 nana (1) Zuid-Afrika; (2) Republiek Zuid-Afrika
na (1) naam; benaming; [m.b.t. boeken] titel; [i.h.b.] voornaam; persoonsnaam; (2) (goede) naam; reputatie; faam; roem; roep; bekendheid; vermaardheid; beroemdheid; (3) mom; voorwendsel; dekmantel; pretext
奈々 nana Nana
妬む netamu benijden; jaloers zijn op; afgunstig zijn op; na-ijverig zijn op
嫉妬する shittosuru jaloers zijn op; afgunstig zijn op; benijden; na-ijverig zijn op
ato na
kou (1) achterkant; achterste gedeelte; (2) na; later; achteraf; (3) achterblijven
go (1) vervolgens; daarna; (2) sindsdien; sedertdien; sinds die tijd; (3) na ~; achter ~; (4) in minder tijd dan ~; binnen ~; (5) sinds ~; sedert ~
後;后 nochi (1) na; erna; later; nadien; achterna; naderhand; achteraf; dan; (2) hierna; [form.] nadezen; hierop; [i.h.b.] na dit leven
擦る nazoru (1) overtrekken; overtekenen; calqueren; (2) [fig.] napraten; na-apen; papegaaien
模倣する mohousuru imiteren; nabootsen; navolgen; namaken; kopiëren; na-apen; nadoen; een voorbeeld nemen aan
saru (1) [dierk.] aap; (2) nabootser; na-aper; imitator; (3) sluwerd; geslepen persoon; gewiekst iemand; leep mens; listigaard; [w.g.] listeling; (4) [inform.] lompe aap; [fig.] aapmens; lomperd; lomperik; lompaard; vlegel; vlerk; pummel; botterik; [i.h.b.] provinciaal; [i.h.b.] boertje van buten; [i.h.b.] (hei)kneuter; [i.h.b.] (boeren)kinkel; (5) grendel; schuif; [i.h.b.] deurgrendel; (6) [m.b.t. ketelhaak;heugel en rondsel e.d.] hoogteregelaar
真似 mane (1) imitatie; nabootsing; na-aperij; na-aping; namaking; simulatie; navolging; mimesis; [kunst] mimicry; (2) gedrag; gedraging; optreden; handeling; houding; manieren; (3) simulatie; voorwending; veinzerij
真似る maneru imiteren; nabootsen; nadoen; na-apen; namaken; nabauwen; simuleren; [een voorbeeld e.d.] navolgen; volgen
羨ましそう urayamashisou jaloers; afgunstig; na-ijverig
羨む urayamu jaloers zijn; afgunstig zijn; afgunst voelen; benijden; na-ijverig zijn; na-ijver voelen
羨望 senbou afgunst; nijd; jaloezie; na-ijver; kift; kif; kinnesinne; [w.g.] wangunst
na bijgerecht; bijspijs
na (1) bladgroente; moesgroente; groente; vegetabiliën; (2) koolzaadbloem
近い chikai (1) nabij; dicht(bij); na; vlak (bij); in de buurt van; [目が] bijziend; (2) intiem; nauw; naverwant; [m.b.t. vriendschap] dik; (3) om en (na)bij; nagenoeg; zo goed als; haast; vrijwel; bijna; op het punt; grenzend aan
追随者 tsuizuisha volgeling; navolger; aanhanger; [verzameln.] aanhang; epigoon; imitator; na-aper; nabootser; copycat
na (a) wat; welk; (b) [fonet.] fonetisch teken met uitspraak "na"
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.39 sec. jiten.nl: 19 treffers, warandict: 38 treffers (zoekopdracht: 'na'). 
2005-2026