
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kimari・極まり
hazukashigari・恥かしがり
uchiki・內氣
(内気) zn. verlegenheid v.; teruggetrokken aard m. ¶ 内氣な verlegen; schuw; bloode.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verlegenheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
内気 uchiki (1) verlegenheid; bedeesdheid; schuwheid; schroom; timiditeit; schuchterheid; (2) verlegen; bedeesd; schuw; beschroomd; timide; schuchter; gereserveerd; terughoudend; gesloten; bleu; blo
含羞 ganshuu bedeesdheid; verlegenheid; timiditeit; schroom
困惑 konwaku verwarring; verwardheid; ontsteltenis; onthutsing; consternatie; perplexiteit; perplexheid; verlegenheid; gêne; confusie
困難 konnan (1) moeilijkheid; hindernis; obstakel; (2) nood; ontbering; beproeving; (3) beproeving; moeite; ongeluk; bezoeking; (4) verwarring; verlegenheid; het niet goed weten wat men moet doen; (5) moeilijk; niet gemakkelijk; problematisch; (6) vervelend; lastig; hinderlijk; onaangenaam; naar; (7) gênant; lastig; verlegen makend; ongemakkelijk; ongelukkig; pijnlijk; [Belg.N.;spreekt.] ambetant; (8) hard; bitter; doornig; vol doornen en distels; moeilijk; verdrietelijk
小心 shoushin (1) bedeesdheid; benepenheid; timiditeit; beschroomdheid; schuchterheid; verlegenheid; lafheid; lafhartigheid; schijterigheid; (2) nauwkeurigheid; nauwgezetheid; zorgvuldigheid; angstvalligheid; precisiteit; scrupulositeit; omzichtigheid; behoedzaamheid; voorzichtigheid; (3) bedeesd; benepen; timide; beschroomd; schuchter; verlegen; laf; blo; lafhartig; blohartig; schijterig; (4) nauwkeurig; nauwgezet; zorgvuldig; secuur; angstvallig; precies; scrupuleus; meticuleus; omzichtig; behoedzaam; voorzichtig
引け hike (1) sluiting; beëindiging; einde van de werktijd; het verlaten (van school; bedrijf); terugkeer naar huis; [i.h.b.] het te bed gaan; (2) achterstand; verlies; nederlaag; mislukking; (3) [beurst.] beurssluiting; slotkoers; slotnotering; (4) gêne; bedeesdheid; schroom; verlegenheid; minderwaardigheidsgevoel; (5) weeffout; (6) reductie; korting; rabat
当惑 touwaku verwarring; onthutsing; verbijstering; ontsteltenis; verwardheid; bedremmeldheid; verlegenheid; gêne; perplexheid; perplexiteit
戸惑い tomadoi bedremmeldheid; perplexiteit; verlegenheid; verbijstering; ontstelling; verwarring; verbluffing
気兼ね kigane verlegenheid; geremdheid; schroom; gêne; [Belg.N.] ongemak
気後れ kiokure verlegenheid; gêne; bedeesdheid; beschroomdheid; schuchterheid; schroom; [form.] bloheid; benepenheid; timiditeit; onzekerheid; hazenbloed; gebrek aan zelfvertrouwen
羽目;破目 hame (1) paneel; plaat; beschot; betimmering; beschieting; beschotwerk; wandpaneel; wandplaat; wandbeschot; lambrisering; lambriseringsbeschot; (2) (破目)ongemak; klem; knoei; knel; nood; penarie; verlegenheid; moeilijkheden; narigheid; onaangename; netelige; penibele situatie; lastig; moeilijk parket; benarde positie; mooie boel; puree; [gew.] ambras; embarras
Tijd: 1.57 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'verlegenheid').
2005-2026
