RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <regel>
コンベンション konbenshon (1) conventie; gewoonte; gebruik; regel; (2) conventie; bijeenkomst; congres; conferentie
ノルム norumu norm; regel; richtsnoer
ライン rain (1) lijn; streep; (2) regel; (3) richtlijn; norm; (4) reeks; systeem; (5) [geneal.] lijn; linie; reeks; (6) grenslijn; scheidingslijn; scheidslijn; demarcatielijn; deellijn; omtreklijn; contour; (7) peil; niveau; (8) hiërarchische (bedrijfs)organisatie; lijn [van bureau -> afdeling -> sectie -> cel]; (9) productielijn; fabricagelijn; (10) [m.b.t. (internationaal) verkeer] lijn; verbinding; route; (11) (elektrisch) snoer; (12) hengel; [Belg.N.;niet alg.] lijn; (13) [veroud.;lengtemaat] lijn [= 1;12 duim;ca. 2,12 mm]; (14) Rijn; (15) Rhine; Joseph Banks [Amerikaans parapsycholoog;1895-1980]; (16) Lyne; Adrian [Brits regisseur;geb. 1941]
ルビー rubī (1) robijn; (2) [drukk.] robijn; 5,5-puntsletter; regel; letter ter grootte van 5,5 punten
ルール rūru (1) regel; voorschrift; regulering; reglement; (2) Ruhr; (3) Ruhrgebied
一行 ichigyō regel
主義 shugi principe; beginsel; stelregel; regel; isme; …-politiek
令 rei (1) bevel; order; (2) regel; wet; (3) [Meiji-periode] gouverneur; prefect (1871-1886); (4) [Kamakura-periode] subhoofd van het Mandokoro 政所; (5) [ritsuryō] kwartiermeester; wijkmeester; buurtmeester; (6) [Chin.gesch.] gouverneur; prefect; (a) opdragen; bevelen; order; (b) regel; wet; (c) hoofd; chef; (d) goed; gelukkig; (e) [uit respect voor andermans familie]
例 rei (1) gewoonte; gebruik; praktijk; (2) usance; usantie; het obligaat-zijn; (3) waarvan; van wie gesproken wordt; iets bekends [onder gespreksgenoten]; (4) precedent; traditie; (5) voorbeeld; illustratie; geval; specimen; staaltje; proeve; exemplum; [afk.] vb.; (6) [maatwoord voor voorbeelden;illustraties]; (a) gewoonte; gebruik; vaste gebeurtenis; (b) regel; voorschrift; (c) algemeen principe; (d) voorbeeld; model
典 ten (1) ceremonie; rite; viering; (2) principe; regel; (3) [ritsuryō] derde vicegouverneur; (a) belangrijk geschrift; (b) regel; wet; (c) autoriteit; model; (d) ceremonie; (e) beheren; (f) verpanding
則 soku (1) regel; voorschrift; (2) [maatwoord voor wetten;voorschriften;regels]; (a) wet; voorschrift; regel; (b) gehoorzamen
原則 gensoku (1) beginsel; grondbeginsel; grondregel; principe; [Belg.N.;niet alg.] princiep; uitgangsstelling; grondstelling; stelregel; hoofdregel; regel; (2) [maatwoord voor beginsels;principes;regels]
句 ku (1) frase; uitdrukking; (2) passage; zinssnede; lijn; regel; couplet; stanza; vers; (3) haiku; (4) [maatwoord voor een versregel van vijf óf zeven lettergrepen]; (5) [maatwoord voor haiku's en kettinggedichten (renga 連歌)]; (a) term; frase; woordgroep; (b) versregel; regel; (c) frase als eenheid binnen een haiku of kettingvers
定め sadame (1) regel; bepaling; wet; voorschrift; verordening; verordinering; ordonnantie; ordinantie; regeling; beschikking; (2) vaste regel; gebruik; (3) lotsbeschikking; lot; voorbeschikking; (4) beslissing; oordeel; (5) deliberatie; beraadslaging
定規;定木 jōgi (1) liniaal; tekenliniaal; meetlat; richtlat; (2) standaard; norm; maatstaf; richtsnoer; regel; richtlijn
定 jō (1) regel; gewoonte; (2) zekerheid; waarheid; (3) zoals …; als …; (4) [boeddh.] samādhi [= concentratie]; (5) rustpunt waarop de pijlschacht rust; (6) hoewel; ofschoon; (a) vastleggen; vaststaan; bepaald zijn; (b) [boeddh.] samādhi
律 richi (1) [muz.] ritme; (2) [Jap.muz.] richi-toonladder; (3) [Jap.muz.] diatonische toonladder gebruikt bij gagaku; (a) regel; wet
律 ritsu (1) [jur.] regel; wet; principe; [Jap.gesch.] strafwet; strafrecht; (2) [Chin.lett.] lǜshī [= Chinese versvorm]; (3) [boeddh.] vinaya [= geheel van monastieke regels]; (4) [boeddh.] Risshū-boeddhisme; (5) [muz.] absolute toonhoogte; (6) [Chin.;Jap.muz.] halve toon; kleine secunde; seconde; (7) [Chin.;Jap.muz.] ritsu-toon [= 6e toon van de yō 陽-toonladder]; (8) [Jap.muz.] ritsu-toonladder; (9) [Jap.muz.] diatonische toonladder gebruikt bij gagaku; (10) [Jap.muz.] stempijp; stemfluitje; (a) regel; voorschrift; (b) wet; standaard; (c) [boeddh.] monastieke regel; (d) naleving; conformiteit; (e) [muz.] toonladder; tooninterval; (f) [muz.] ritme; [lett.] metrum; (g) [Chin.lett.] lǜshī
戒 kai [rel.] gebod; voorschrift; regel
掟 okite (1) regel; voorschrift; wet; gebod; bepaling; verordening; statuut; (2) maatregel; beschikking; instructie; (3) regeling; behandeling; omgang; procedure; regelgeving; reglement; code; (4) overeenkomst; afspraak; (5) verwachting; plan; voornemen; (6) houding; stemming; instelling; gemoedsgesteldheid; (7) lot; bestemming
教鞭 kyōben [onderw.] roede; roe; [gew.] regel; [i.h.b.] aanwijsstok
条例;条令 jōrei (1) regel; voorschrift; bepaling; reglement; regeling; (2) verordening; ordinantie; ordonnantie; decreet; besluit
格 kaku (1) status; rang; positie; (2) regel; (3) [taalk.] naamval; casus
格式 kakushiki (1) maatschappelijke stand; rang; status; standing; [高い~] prestige; waardigheid; (2) sociale voorschriften; regels; code; conventies; etiquette; protocol; formaliteiten; vormelijkheden; (3) [和歌の] conventie; regel; (4) [ritsuryō] amendementen en uitvoeringsbepalingen
格 kaku (1) rang; klasse; stand; (2) regel; norm; voorschrift; (3) [taalk.] naamval; casus; (4) [log.] figuur; (a) essentie; wezen; (b) klasse; stijl; (c) stramien; norm; kader; standaard; regel; (d) doorgronden; (e) stoppen; fixeren; (f) aanpakken; slaan; (g) [spraakk.] naamval; casus
桁 keta (1) balk; bint; spant; gebint; draagbalk; dwarsbalk; [橋の] geheel van dwarsbalken; stel dwarsbalken; [船の] ra; loodrecht op de mast staand rondhout; (2) [そろばんの] riggel; regel; (3) eenheid; plaats (van een cijfer binnen een getal); positie; aantal cijfers (in een getal); kolom; (4) schaal; verhoudingsmaatstaf; (5) [maatwoord voor cijfers]
決まり kimari (1) regeling; besluit; overeenkomst; (2) regel; reglementering; bepaling; reglement; (3) gewoonte; gebruik
法令 hōrei (1) regel; wet; voorschrift; bepaling; verordening; (2) huisregel; huiswet van een adellijk of vorstelijk huis; (3) wetten en bevelen
法典 hōten (1) regel; voorschrift; (2) wetboek; wettenverzameling; codex; code; (3) [boeddh.] canon
法則 hōsoku (1) wet; wetmatigheid; regel; (2) [maatwoord voor wetten]
法 hō (1) wet; regel; (2) manier; methode; (3) etiquette; vormen; (4) het is niet gerechtvaardigd (dat ~); het is onbillijk (dat ~); het is onredelijk (dat ~); het is niet eerlijk (dat ~); men heeft niet het recht ~ [steeds in de constructie hō wa nai 法はない]; (5) dharma; [i.h.b.] leer van Boeddha; boeddhisme; (6) [wisk.] modulus; [i.h.b.] deler; (7) [taalk.] wijs; [Lat.] modus
立て tate (1) beginsel; leidraad; bedoeling; (2) regel; bepaling; (3) banket; party; (4) traktatie; (5) hoofd-; voornaamste …; (6) pas ge-…; vers ge-…; (7) [maatwoord voor een reeks opeenvolgende nederlagen]
節度 setsudo (1) gematigdheid; matiging; matigheid; moderatie; mate; (2) regel; voorschrift; richtlijn; maatstaf; standaard
紀 ki (1) Ki; (a) regel; bepaling; (b) registreren; (c) jaar; tijdperk; (d) kroniek; (e) [geol.] periode; geologisch tijdperk; (f) Nihonshoki; (g) provincie Kii
約束 yakusoku (1) belofte; toezegging; z'n gegeven woord; afspraak; overeenkomst; verbintenis; engagement; akkoord; deal; pact; schikking; contract; convenant; [jur.] convenu; koop; [Lat.] pactum; (2) afspraak; afspraakje; rendez-vous; ontmoeting; date; (3) regel; conventie; gewoonte; gebruik; bepaling; voorschrift; (4) lot; noodlot; fatum; bestemming; beschikking; Gods voorzienigheid; Gods wegen; (5) bundeling; opbinding; (6) reservering van een geisha
行 gyō (1) lijn; rij; zin; regel; (2) religieuze strengheid; soberheid; zelfdiscipline; ascetisme; (3) [boeddh.] saṃskāra; (4) [boeddh.] saṃskṛta; (5) [boeddh.] carita; caryā; (6) [boeddh.] gamana; (7) [fil.] praktijk; (8) [wisk.] rij; (9) [comp.] tupel; (10) halfcursiefschrift; (11) [ritsuryō] het teken 行; geplaatst tussen rang- en ambtsnaam; (12) [maatwoord voor tussenruimtes;regels]
規定 kitei bepaling; regel; regeling; reglement; voorschrift; stipulatie; beding; verordening; regelgeving; reglementering
軌 ki (1) wagenspoor; rijspoor; voor; (a) wagenspoor; (b) lijn; regel; norm
面目 menmoku (1) gezicht; gelaatstrekken; voorkomen; uiterlijk; (2) basisprincipes; geboden; regel; voorschrift; (3) reputatie; eer; prestige; aanzien; krediet; goede naam