RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <persoon>
人物 jinbutsu (1) figuur; persoon; individu; personage; sujet; (2) persoonlijkheid; personaliteit; karakter; (3) sterke persoonlijkheid; man van karakter; grote geest; figuur; bekwaam iemand; natuurtalent
人称 ninshō [taalk.] persoon
人身 jinshin (1) menselijk lichaam; (2) persoon
人間 ningen (1) mens; persoon; menselijk wezen; sterveling; de mensen; volk; het mensdom; de mensheid; het mensengeslacht; het menselijk geslacht; [gez.] aarden vat; [min.] stuk vlees; (2) persoonlijkheid; aard; karakter; kaliber; natuur
人 nin (1) mens; persoon; ziel; sterveling; (2) [maatwoord voor personen]; (3) -er; -aar; -e; -man; -ant
人;ヒト hito (1) mens; Homo sapiens; (2) persoon; mens; ziel; sterveling; [oorspr.bijb.] mensenkind; [oneig.] man; [oneig.] vrouw; figuur; individu; type; iemand; (3) karakter; inborst; aard; persoonlijkheid; [i.h.b.] talent; (4) de mensen; hij of zij; iemand anders; de andere; men; je
仁 jin (1) welwillendheid; liefdadigheid; menslievendheid; naastenliefde; (2) persoon; mens; (3) pit; kern; steen
士 shi (1) [Jap.gesch.] samoerai; Japanse ridder; (2) persoon; man; heer; (3) [bijb.] Rechters; Richteren; [in de Vulgaat] Iudices; [afk.] Re.; [afk.] Richt.; [afk.] Iud.
大鳥;鵬 ōtori (1) grote vogel; reuzenvogel; (2) [Chin.myth.] péng [denkbeeldige vogel van enorme afmetingen]; (3) buitengewoon figuur; persoon; (4) arendsveren; adelaarsveren [van een pijl]
存在 sonzai (1) bestaan; aanwezigheid; wezen; existentie; leven; [fil.] het zijn; wezenlijkheid; [form.] aanzijn; (2) entiteit; bestaand; wezenlijk iets; wezen; [i.h.b.] persoon; [i.h.b.] figuur; [vaak pej.] être
徒 to (1) persoon; individu; (2) bende; kliek; (a) te voet gaan; (b) bezitloosheid; (c) lediggang; nietsdoen; nutteloosheid; (d) gezelschap; kliek; (e) leerling; discipel; (f) gevangenisstraf
御子 oko (1) [hon.] (uw) kind; (2) meisje (van plezier); (3) mens; persoon
者 mono persoon; figuur; personage; iemand; ene; degene; sommigen
身柄 migara (1) persoon; (2) positie; stand; status; (3) standing; aanzien
軸 jiku (1) as; spil; draaipen; (2) rol; hangrol; (3) houder; (4) [plantk.] stengel; steel; schacht; (5) [wisk.] as; (6) [fig.] centrale figuur; centraal issue; persoon; punt waar alles om draait
隼 hayabusa (1) [dierk.] slechtvalk; passagiersvalk; passagier; pelgrim; Falco peregrinus; (2) [dierk.] valkachtigen; Falconidae; (3) [fig.] gewiekst wezen; persoon; (4) [Jap.Barg.] rus; verkleffer [= rechercheur]; (5) Hayabusa [= naam van een Japanse ruimtesonde]; (6) [mil.] Hayabusa [= naam van een Japans eenpersoonsgevechtsvliegtuig;1938-1945]