日蘭辭典+

35 resultaten voor ‘persoon’
日蘭辭典 (trefwoord)
hito
zn. (1) [人類] menschdom o. (2) [個] een man m.; persoon m. & v. (3) [世人] volk o. (4) [成] volwassene m. & v. (5) [他人] een ander m.; anderen m.mv. ¶ 伊藤と言ふ een zekere Ito. ¶ de ouden. ¶ 好き好き ieder zijn smaak. ¶ 惡い iemand met onaangenaam karakter. ¶ なる een man worden; volwassen zijn. ¶ と言ふだろう wat zal men er van zeggen? wat zullen de menschen er van zeggen? ¶ 中で in het publiek. ¶ がなくて困って居る wij hebben gebrek aan volk.
dōnin同人
zn. (1) [同じ] dezelfde m. & v.; de persoon in kwestie; de betrokken persoon. m. (2) [仲間] makker.
shi
zn. (1) [] de heer m.; mijnheer m. (2) [] mevrouw v.; mejuffrouw v.; vnw. hij (); zij (). ¶ 某氏 zeker iemand; een persoon.
hazukashigari恥かしがり
(恥ずかしがり) zn. bedeesd persoon (人) m. & v.; verlegenheid v.; beschroomdheid v.
tōjisha當事者

(当事者) zn. betrokken persoon v.; partij, die het aangaat.

yōjin用心

zn. bedachtzaamheid v.; zorgzaamheid v.; behoedzaamheid v.; voorzichtigheid v. ¶ 用心深い behoedzaam; bedachtzaam; voorzichtig; zorgzaam; ¶ 用心する behoedzaam zijn; waken tegen; zorgen; op zijn hoede zijn. ¶ 用心knuppel als voorzorg; persoon in reserve. ¶ 用心reserve fonds; fonds voor onvoorziene uitgaven.

hataraki

(働き) zn. (1) [勞働] arbeid m.; werk o.; verrichting v. (2) [才能] bekwaamheid v.; geschiktheid v.; talent o. (3) [功績] verdienste v. (4) [骨折] inspanning v. (5) [動作] actie v. (6) [運轉] beweging v. ¶ 働者 bekwaam man; energiek persoon.

kudan no件の

bn. bovengenoemd; bovenvermeld; bedoeld. ¶ 件の人物 de persoon in kwestie.

zokubutsu俗物
yūkei有形

zn. stoffelijkheid v.; materialiteit v. ¶ 有形の stoffelijk; lichamelijk; materieel; concreet. ¶ 有形物 concreet voorwerp; stoffelijk ding. ¶ 有形人 concreet persoon. ¶ 有形にする belichamen; materialiseeren.

yatsu

zn. persoon m.; vent m.; kerel m.; meid (女) v.; ding (物) o. ¶ 奴等 kerels; die lui; zij.

ushirokage後影

zn. gezicht op den achterkant; gezicht op een persoon, die weggaat.

urakata裏方

zn. echtgenoote van hooggeplaatst persoon.

uetsugata上つ方

zn. persoon van aanzien; de adel m.

uchite打手

zn. de persoon die slaat of schiet; schutter m.

tsutomenin勤人

(勤人) zn. gesalarieerd persoon m.; iemand met vast salaris; ambtenaar m.; beambte m.

tsuki

zn. toenadering v.; tegemoetkoming v. ¶ つきの惡い人 iemand, moeilijk in den omgang; ongenaakbaar persoon. ¶ つきの惡い炭 moeilijk ontvlambare kool. ¶ 附けなく斷る botweg weigeren.

SUPPLEMENT (trefwoord)
hoshū補習
(zn; -suru ww.) Het geven van onderwijs buiten de reguliere schooltijden voor het bijbrengen van extra kennis; aanvullend onderwijs; aanvullende les; bijles. ¶ 補習する hoshūsuru bijles geven; aanvullend onderwijs geven. ¶ 補習教育 hoshū kyōiku aanvullend onderwijs; voortgezet onderwijs. ¶ 先生も連休をエンジョイしたかったが、どっかの6人組の補習やら準備やらで連休無かったぞ! Sensei mo renkyū wo enjoi shitakatta ga, dokka no roku-ningumi no hoshū yara junbi yara de renkyū nakatta zo! Ik had ook van de vakantieperiode willen genieten, maar door aanvullende lessen, voorbereidingen en wat al niet voor een zekere ploeg van zes personen had ik helemaal geen vakantie! (TTC)
date-otoko伊達男
(zn.) (1) trendy [smaakvolle, chique] manspersoon. (2) dandy; modegek; ijdeltuit. (3) riddelijke man (maar mogelijk oplichter). ¶ 伊達男は素足に革靴できめる! Date-otoko wa su-ashi ni kawagutsu de kimeru! Een modegek draagt leren schoenen zonder sokken! (twitter)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <persoon>
人物 jinbutsu (1) figuur; persoon; individu; personage; sujet; (2) persoonlijkheid; personaliteit; karakter; (3) sterke persoonlijkheid; man van karakter; grote geest; figuur; bekwaam iemand; natuurtalent
人称 ninshō [taalk.] persoon
人身 jinshin (1) menselijk lichaam; (2) persoon
人間 ningen (1) mens; persoon; menselijk wezen; sterveling; de mensen; volk; het mensdom; de mensheid; het mensengeslacht; het menselijk geslacht; [gez.] aarden vat; [min.] stuk vlees; (2) persoonlijkheid; aard; karakter; kaliber; natuur
nin (1) mens; persoon; ziel; sterveling; (2) [maatwoord voor personen]; (3) -er; -aar; -e; -man; -ant
人;ヒト hito (1) mens; Homo sapiens; (2) persoon; mens; ziel; sterveling; [oorspr.bijb.] mensenkind; [oneig.] man; [oneig.] vrouw; figuur; individu; type; iemand; (3) karakter; inborst; aard; persoonlijkheid; [i.h.b.] talent; (4) de mensen; hij of zij; iemand anders; de andere; men; je
jin (1) welwillendheid; liefdadigheid; menslievendheid; naastenliefde; (2) persoon; mens; (3) pit; kern; steen
shi (1) [Jap.gesch.] samoerai; Japanse ridder; (2) persoon; man; heer; (3) [bijb.] Rechters; Richteren; [in de Vulgaat] Iudices; [afk.] Re.; [afk.] Richt.; [afk.] Iud.
大鳥;鵬 ōtori (1) grote vogel; reuzenvogel; (2) [Chin.myth.] péng [denkbeeldige vogel van enorme afmetingen]; (3) buitengewoon figuur; persoon; (4) arendsveren; adelaarsveren [van een pijl]
存在 sonzai (1) bestaan; aanwezigheid; wezen; existentie; leven; [fil.] het zijn; wezenlijkheid; [form.] aanzijn; (2) entiteit; bestaand; wezenlijk iets; wezen; [i.h.b.] persoon; [i.h.b.] figuur; [vaak pej.] être
to (1) persoon; individu; (2) bende; kliek; (a) te voet gaan; (b) bezitloosheid; (c) lediggang; nietsdoen; nutteloosheid; (d) gezelschap; kliek; (e) leerling; discipel; (f) gevangenisstraf
御子 oko (1) [hon.] (uw) kind; (2) meisje (van plezier); (3) mens; persoon
mono persoon; figuur; personage; iemand; ene; degene; sommigen
身柄 migara (1) persoon; (2) positie; stand; status; (3) standing; aanzien
jiku (1) as; spil; draaipen; (2) rol; hangrol; (3) houder; (4) [plantk.] stengel; steel; schacht; (5) [wisk.] as; (6) [fig.] centrale figuur; centraal issue; persoon; punt waar alles om draait
hayabusa (1) [dierk.] slechtvalk; passagiersvalk; passagier; pelgrim; Falco peregrinus; (2) [dierk.] valkachtigen; Falconidae; (3) [fig.] gewiekst wezen; persoon; (4) [Jap.Barg.] rus; verkleffer [= rechercheur]; (5) Hayabusa [= naam van een Japanse ruimtesonde]; (6) [mil.] Hayabusa [= naam van een Japans eenpersoonsgevechtsvliegtuig;1938-1945]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.91 sec. jiten.nl: 19 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'persoon'). 
2005-2026