日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘uitdrukking’
日蘭辭典 (trefwoord)
tochi土地
zn. land o.; grond m.; terrein o.; gebied o. ¶ 土地landhonger. ¶ 肥えた土地 vruchtbare grond. ¶ 土地を開拓する terrein ontginnen. ¶ 土地plaatselijk. ¶ 土地の新聞 locale pers; plaatselijke bladen. ¶ 土地の人 landvolk. ¶ 土地臺帳 kadaster. ¶ 土地plaatselijk gebruik. ¶ 土地訛 dialect; plaatselijke uitdrukking. ¶ 土地所有 grondeigendom. ¶ 土地収用 onteigening van grond. ¶ 土地測量 kadastrale opmeting.
kimari極まり
zn. (1) [決定] regeling v.; bepaling v. (2) [秩序] regelmaat v.; orde v. (3) [規則] regel m. (4) [習慣] gewoonte v.; gebruik o. (5) [面目] verlegenheid v.; schaamtegevoel o. ¶ 極まりのない ongeregeld; onregelmatig. ¶ 極まり文句 staande uitdrukking; afgezaagde wijze van zeggen. ¶ 極まりが悪い beschaamd zijn; zich schamen.
monku文句
zn. (1) [] zin v.; uitdrukking v. (2) [不平] klacht v. ¶ 定り文句 vaste uitdrukking; conventioneele phrase. ¶ 文句なしに zonder mopperen. ¶ 文句あるなら言って見ろ als het je niet bevalt, dan heb je het maar te zeggen.
hyōshi表示
zn. blijk o.; indicatie v.; aanwijzing v.; uitdrukking v. ¶ 表示する toonen; blijk geven; aanwijzing geven; indiceeren; uitdrukking geven; verklaren. ¶ 表示機 indicateur.
kotoba言葉

zn. (1) [言語] taal v.; woorden o.mv. (2) [語] woord o.; term v. (3) [地方語] dialect v. (4) [話] spraak v.; uitlating v.; opmerking v. (5) [言方] spreekwijze v.; uitdrukking v. ¶ 言葉通り woordelijk; letterlijk. ¶ 無益の言葉を費す woorden verspillen. ¶ 言葉を違へる zijn woord breken. ¶ 言葉を換へて云へば met andere woorden; m.a.w. ¶ 言葉を掛ける het woord richten; zich wenden. ¶ 言葉爭ひ woordenwisseling; redetwist. ¶ 言葉返し vinnig antwoord. ¶ 言葉書 uiteenzetting; epistel. ¶ 言葉敵 iemand om teegen te praten; aanspraak. ¶ 言質 eerewoord. ¶ 言質を與へる zijn woord verpanden. ¶ 言葉尻 verspreking. ¶ 言葉尻を取る iemand betrappen doordat hij zich verspreekt; iemand in zijn eigen woorden vangen. ¶ 言葉違へ inconsequentie; woordbreuk. ¶ 言葉違へをする zichzelf tegenspreken; inconsequent zijn; zich niet houden aan zijn woord; zijn woord breken. ¶ 言葉咎 critiek. ¶ 言葉添へをする een goed woordje doen. ¶ 言葉遣ひ uitdrukking; spreekwijze. ¶ 言葉多きは問少し holle vaten klinken het hardst; veel geschreeuw, weinig wol.

kuchiguse口癖

zn. manier van spreken; geliefkoosde uitdrukking v.; steeds herhaalde bewering v.

zoku

zn. (1) [區俗] gewoonte v.; gebruik o.; zede v. (2) [僧侶に對し] leekenwereld v. (3) [野卑] vulgariteit v. ¶ 俗生活 wereldschen leven. ¶ 俗な wereldsch; gewoon; vulgair; laag bij den grond; niet verheven. ¶ 俗に gewoonlijk; gewoon; vulgair. ¶ 俗になつた afgezaagd; gewoon. ¶ 俗に言へば om een gewone uitdrukking te gebruiken; zooals men gewoonlijk zegt.

zokku俗句

zn. gewone uitdrukking v.; afgezaagde phrase v.; alledaagsche zin m.

zokugen俗言

zn. gebruikelijke gezegde v.; gewone uitdrukking v.; wat algemeen gezegd wordt.

uchikeshi打消し

zn. ontkenning v.; loochening v. ¶ 打消しの言葉 ontkenning; ontkennende uitdrukking. ¶ 打消す ontkennen; loochenen; tegenspreken; “dementi” geven.

tsūzoku通俗

zn. populariteit v.; geschiktheid voor het gewone publiek. ¶ 通俗の populair. ¶ 通俗語 spreektaal; uitdrukking van de dagelijksche omgangstaal. ¶ 通俗化 popularisatie. ¶ 通俗化する populariseeren; bevattelijk maken voor het gewone publiek. ¶ 通俗體 populaire stijl; eenvoudige stijl.

tsūyō通用

zn. algemeen gebruik o.; gangbaarheid v. ¶ 通用金 munt in omloop; gangbaar geld. ¶ 切符通用期限 duur der geldigheid van een kaartje. ¶ 通用する bruikbaar zijn; in omloop zijn; gangbaar zijn. ¶ 通用貨幣 gangbare munt; wettig betaalmiddel. ¶ 通用語 gebruikelijke uitdrukking. ¶ 通用門 achterdeur; zijdeur.

SUPPLEMENT (trefwoord)
ryakusu略す
t.w. afkorten. ¶ 最近、「地産地消」という言葉をよく耳にします。「地産地消」と は、「地元生産地元消費」を略した言葉で、「地元で生産されたも のを地元で消費する」という意味ですSaikin, ‘chisan chishō’ to yū kotoba wo yoku mimi ni shimasu. ‘chisan chishō’ to wa, ‘jimoto seisan jimoto shōhi’ wo ryakushita kotoba de, ‘jimoto de seisansareta mono wo jimoto de shōhisuru’ to yū imi desu. Recentelijk horen we vaak de uitdrukking ‘chisan chishō’. Dat is een afkorting van ‘jimoto seisan jimoto shōhi’ en heeft de betekenisplaatselijk geproduceerde producten plaatselijk consumeren’. (youtube)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <uitdrukking>
フレーズ furēzu (1) frase; bewoordingen; spreekwijze; spreekwijs; uitdrukking; gezegde; (2) [muz.] frase
ku (1) frase; uitdrukking; (2) passage; zinssnede; lijn; regel; couplet; stanza; vers; (3) haiku; (4) [maatwoord voor een versregel van vijf óf zeven lettergrepen]; (5) [maatwoord voor haiku's en kettinggedichten (renga 連歌)]; (a) term; frase; woordgroep; (b) versregel; regel; (c) frase als eenheid binnen een haiku of kettingvers
shiki (1) stijl; wijze; manier; vorm; trant; systeem; methode; (2) ceremonie; plechtigheid; (3) [wisk.;chem.] formule; [wisk.] uitdrukking; [wisk.;chem.] vergelijking
数式 sūshiki [wisk.] uitdrukking; expressie
気色 kishoku (1) gezichtsuitdrukking; gezicht; gelaatsuitdrukking; gelaat; gelaatstrekken; trekken; uitdrukking; expressie; blik; uiterlijk; mimiek; (2) gevoel; gemoedstoestand; geestestoestand; stemming; mood; bui; humeur; luim; (3) conditie; staat van gezondheid; gezondheidstoestand; (4) intentie; voornemen; (5) omstandigheden; situatie; (6) vormelijkheid
気色 keshiki (1) uitdrukking; humeur; (2) teken; indicatie; aanwijzing; (3) toestand; aanblik; uitzicht; (4) allusie; zinspeling; suggestie; voorafschaduwing; (5) zweem; vage aankondiging; (6) gunst; begunstiging; gratie
発話 hatsuwa (1) uiting; uitdrukking; uitlating; uitspraak; (2) [taalk.] taaluiting
表情 hyōjō (1) expressie; uitdrukking; gelaatsuitdrukking; blik; mimiek; gezicht; (2) gevoelsuitdrukking; gevoelsuiting; expressie
表明 hyōmei uitdrukking; uiting; betuiging; manifestatie; aankondiging; bekendmaking; openbaarmaking; verkondiging; verklaring; uitspraak; bewering
表現 hyōgen uitdrukking; uiting; gezegde; expressie; voorstelling; aanduiding; representatie; presentatie
言回し īmawashi uitdrukking; zegswijze; dictie; bewoording; manier van spreken; spreekwijze; verwoording; formulering; frase; gezegde
言葉遣い;言葉づかい kotobazukai de manier van uitdrukken; uitdrukking; fraseologie; zinsbouw en woordgebruik van een spreker of schrijver; de specifieke manier van spreken van een persoon; spreekwijze; woordkeuze
言葉 kotoba (1) taal; spraak; (2) woord; term; uitdrukking met een specifieke betekenis; (3) zinsnede; deel van een volzin; (4) uitdrukking; (5) spreekwijze; manier van uitdrukken; uitdrukking; fraseologie; zinsbouw en woordgebruik van een spreker of schrijver; (6) dialect; streektaal; gewesttaal; patois; (7) uiteenzetting; verklaring; beschrijving; exposé; (8) uitspraak; uiting; uitlating; opmerking; (9) spreekwoord; proverbium; adagium; spreuk; kernspreuk
語法 gohō (1) taalregel; taalvoorschrift; (2) taaleigen; taalgebruik; idioom; uitdrukking; formulering
辞令 jirei (1) formulering; uitdrukkingswijze; [i.h.b.] cliché; gemeenplaats; (2) stijlfiguur; uitdrukking; (3) benoemingsbrief of ontslagbrief; kennisgeving van benoeming; ontslag
面付き tsuratsuki (1) wang; koon; [Belg.N.] kaak; (2) blik; gelaatsuitdrukking; gezichtsuitdrukking; uitdrukking; gezicht; expressie; gelaat; trekken; gelaatstrekken
面持ち omomochi blik; gezicht; gelaatsuitdrukking; gezichtsuitdrukking; uitdrukking; gelaatsexpressie; expressie
面相 mensō (1) gelaatsuitdrukking; gezichtsuitdrukking; uitdrukking; gelaatsexpressie; expressie; gelaatstrekken; trekken; (2) schilderspenseel voor het uitwerken van gezichtsdetails
顔付き kaotsuki (1) gelaatstrekken; gelaat; gezicht; gezichtje; trekken; [veroud.;form.] aanschijn; (2) blik; gelaatsuitdrukking; gezichtsuitdrukking; uitdrukking; expressie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.18 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'uitdrukking'). 
2005-2026