日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘vorderen’
日蘭辭典 (trefwoord)
shinkō進行
zn. voortgang m.; vordering v.; vooruitgang m. ¶ 進行する vooruitgaan; vorderen; voortgaan; opschieten. ¶ 進行中 op weg; onder weg; in beweging.
keredomoけれども
(kedo, けど) vw. bw. echter; desniettemin; desniettegenstaande; nochtans; bw. evenwel; vw. toch; doch; maar; hoewel; ofschoon; vz. ondanks. ¶ 彼は勉強するけれども進歩しない hij werkt hard en gaat toch niet vooruit; hoewel hij hard werkt maakt hij geen vorderingen; ondanks ijverige studie schiet hij niet op; hij studeert hard, desniettemin komt hij nietverder.
shinshutsu進出
zenshin前進

zn. opmarsch m.; vordering v.; vooruitgang m. ¶ 前進門 voorpost. ¶ 前進する vooruitkomen; voorwaarts gaan; vorderen; opmarcheeren.

zenshin漸進

zn. geleidelijke voortgang m. ¶ 漸進する geleidelijk vorderen; langzamerhand vooruitkomen.

yōkyū要求

zn. eisch m.; vordering v.; verlangen o.; verzoek o. ¶ 要求拂 betaalbaar op zicht. ¶ 要求に應じる aan een eisch voldoen; aan de behoefte beantwoorden. ¶ 要求を斥ける eisch afwijzen. ¶ 要求する verzoeken; vragen; eischen; vorderen. ¶ 要求者 eischer.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vorderen>
上達する jōtatsusuru (1) vooruitgang boeken; maken (met); vooruitgaan; vorderen; vorderingen maken; beter worden; verbeteren; vaardig; kundig; behendig; bedreven worden; (2) tot een hogere instantie doordringen; bij iems. meerdere bekend worden
前進する zenshinsuru vooruitgaan; voortgaan; voortschrijden; vooruitkomen; vorderen; avanceren; vooruitgang boeken; vorderingen maken; voorwaarts gaan; naar voren komen; verder gaan
向上する kōjōsuru vooruitgaan; beter worden; verbeteren; vorderen; stijgen; vooruitgang boeken; vorderingen maken
引き取る hikitoru (1) terugnemen; (terug) overnemen; (2) vorderen; opvorderen; terugvorderen; terugeisen; reclameren; aanspraak maken op; claimen; opvragen; (3) zich belasten met; verantwoordelijkheid opnemen voor; onder z'n hoede nemen; zorgen voor; instaan voor; [話を] beantwoorden; antwoorden op; (4) [息を] sterven; z'n laatste adem(tocht) uitblazen; de laatste snik geven; de geest geven; (5) weggaan; zich terugtrekken; zich verwijderen; heengaan; verlaten; vertrekken; (6) [mil.] zich terugtrekken; aftrekken; de aftocht blazen; afrukken
強要する kyōyōsuru insisteren op; aandringen op; vorderen; afdwingen; dwingen te; nopen te; tot; noodzaken te; tot; onder druk zetten te
徴用する chōyōsuru vorderen; opeisen; opvorderen; rekwireren; [veroud.] pressen
chō (1) ontbieding; (2) voorteken; voorbode; aankondiging; (3) vordering; opeising; (a) ontbieden; vorderen; (b) voorteken; signaal; (c) toelichten
徵発する chōhatsusuru (1) vorderen; opvorderen; opeisen; in beslag nemen; rekwireren; (2) [mil.] tot militaire dienst dwingen; lichten; rekruteren; oproepen; aanwerven
接収する sesshūsuru confisqueren; in beslag nemen; beslag leggen op; aanslaan; verbeurdverklaren; opvorderen; vorderen; [mil.] rekwireren
更ける;深ける;老ける fukeru laat worden; ver voortschrijden; (tot ver in de tijd) vorderen; verstrijken
求刑する kyūkeisuru [jur.] eisen; vorderen
発達する hattatsusuru groeien; zich ontwikkelen; [i.h.b.] vooruitgaan; [i.h.b.] vorderen
行く;往く;逝く yuku (1) gaan; zich bewegen naar; zich begeven; stevenen; koersen; koers zetten; aangaan op; tijgen; varen; treden; trekken; [m.b.t. wegen] leiden; voeren; (2) komen; aankomen; arriveren; bereiken; bezoeken; aandoen; langskomen; (3) langsgaan; passeren; voorbijgaan; vlieden; vervlieden; verstrijken; verlopen; langskomen; langstrekken; voorbijlopen; wegstromen; vlieten; overwaaien; verdwijnen; (4) heengaan; sterven; verscheiden; verlaten; vertrekken; weggaan; afreizen; afvaren; (5) [als bruid;schoonzoon;adoptiekind enz.] toetreden tot haar; zijn nieuwe familie; (6) genoegen vinden; tevreden zijn; vergenoegd zijn; (7) vooruitgaan; vorderen; voortgaan; opschieten; gedaan worden; uitgevoerd worden; toegepast worden; vallen; uitvallen; uitpakken; aflopen; (8) ontstaan; opleveren; resulteren in; brengen; (9) komen; klaarkomen; [volkst.] aan zijn gerief komen; een orgasme krijgen; afgaan; [volkst.;m.b.t. mannen] schieten; (10) blijven ~ [drukt voortduring;voortgang van een handeling of toestand uit]
要求する yōkyūsuru (1) vorderen; eisen; claimen; bedingen; aanspraak maken op; pretenderen; opeisen; vindiceren; verzoeken; aanspreken om; (2) vereisen; verlangen; gebieden; kosten; vergen; vragen; nodig hebben
(1) hoofdzaak; essentie; kern; kernpunt; hoofdpunt; spil (waar alles om draait); hoofddoel; hoofdbedoeling; (2) nood; noodzaak; vereiste; must; (3) noodzakelijk; vereist; nodig; (a) eisen; vorderen; vergen; (b) onontbeerlijk; nodig; noodzakelijk zijn; (c) besluiten; samenvatten; (d) kern; hoofdzaak; spil; (e) wachten; opwachten
請求する seikyūsuru eisen; claimen; vorderen; vereisen; invorderen; manen; aanvragen; vragen; verzoeken; aanzoeken
躍進する yakushinsuru (1) vooruitstormen; afstormen; bestormen; zich storten; (2) snelle; aanzienlijke; grote vooruitgang boeken; snelle ontwikkeling doormaken; flink; met sprongen vooruitgaan; met rasse schreden ; vorderen
shin (a) vorderen; naar voren komen; (b) promoveren; (c) verbeteren; vooruitgaan; (d) schenken; aanbieden
進む susumu (1) vooruitgaan; vooruitkomen; vorderen; zich voortbewegen; voortgaan; doorgaan; doorlopen; koers zetten (naar); stevenen (naar); aantrekken (op); zich begeven naar; voortschrijden; voorwaarts gaan; oprukken; [mil.] avanceren; (2) vooruitgang boeken; tonen; vorderingen maken; opschieten; vlotten; (goede) voortgang hebben; zich voortzetten; [vlot;goed enz.] verlopen; een [vlot;goed;stroef enz.] verloop hebben; (3) [ている] gevorderd zijn; [ている] geavanceerd zijn; [ている] zijn tijd vooruit zijn; (4) in een hogere klas komen; naar een hogere klas gaan,; overgaan; promoveren (naar); overstappen; promotie maken; bevorderd worden; (in rang) opklimmen; vooruitkomen; (5) zich ontwikkelen; zich doorzetten; erop vooruitgaan; verder gaan; op een hoger plan komen; (6) [m.b.t. klok] voorlopen; voorgaan; te snel lopen
進展する shintensuru zich ontwikkelen; zich ontvouwen; vorderen; vooruitgaan; vooruitgang maken; voortgaan; evolueren; voortschrijden
進捗する shinchokusuru vooruitgaan; opschieten; vorderen; vooruitkomen; voortschrijden; avanceren; vooruitgang boeken
進歩する shinposuru vooruitgaan; voortschrijden; vorderen; voortgaan; vooruitkomen; opschieten; vooruitgang boeken; vorderingen maken; avanceren; verbeteren
進行する shinkōsuru (1) vooruitgaan; voortgaan; voortgang hebben; voortschrijden; vorderen; verlopen; (2) vooruitgang boeken; vorderingen maken; opschieten; (3) [病気が] slechter; erger worden; verergeren; verslechteren
運ぶ hakobu (1) vorderen; vooruitgaan; opschieten; (vlot) verlopen; vooruitkomen; (goed) gaan; (2) vervoeren; transporteren; overbrengen; aanvoeren; aanbrengen; brengen; voeren; (3) [zijn schreden enz.] wenden naar; [koers enz.] richten naar; [geen stap;voet enz.] verzetten; (4) voortgaan met; voortzetten; vervolgen; [de pen enz.] voeren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'vorderen'). 
2005-2026