日蘭辭典+

33 resultaten voor ‘beweging’
日蘭辭典 (trefwoord)
atojisari後退り
zn. achterwaartsche beweging v. ¶ 後退りする teruggaan; achteruitgaan. (驚いて) terugdeinzen; terugschrikken.
shinkō進行
zn. voortgang m.; vordering v.; vooruitgang m. ¶ 進行する vooruitgaan; vorderen; voortgaan; opschieten. ¶ 進行中 op weg; onder weg; in beweging.
gyaku
bn. (1) [反對] tegengesteld; omgekeerd. (2) [叛逆] oproerig. ¶ 逆壓 tegen-druk. ¶ 逆潮 tegenstroom. ¶ 逆動する achteruitgaan. ¶ 逆緣 ongeluk; noodlot; omgekeerde volgorde van overlijden; dood van de kinderenvoor de ouders. ¶ 逆風 tegenwind. ¶ 逆擊 tegenaanval. ¶ 逆比 omgekeerdereden. ¶ 逆比例の omgekeerd evenredig. ¶ 逆意 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆上 stijgen van bloed naar de hersenen; duizeligheid (眩暈). ¶ 逆上する gek worden. ¶ 逆戾りする teruggaan. ¶ 逆に in tegengestelde richting; den anderen kant uit; verkeerd. ¶ 逆流 tegenstroom. ¶ 逆算する terugrekenen. 逆説 paradox. ¶ 逆心 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆臣 verrader. ¶ 逆進 achterwaartsche beweging; achteruitgaan. ¶ 逆襲 tegenaanval. ¶ 逆提供 contra-offerte. ¶ 逆轉 omzetting. ¶ 逆轉する terugdraaien; omzetten. ¶ 逆徒 verrader. ¶ 逆睹 voorspelling. ¶ 逆運 tegenspoed; tegenslag; ongeluk. ¶ 逆運動 teruggang; acherwaartsche beweging. ¶ 逆産 omgekeerde geboorte; geboorte met de voeten vooruit.
kidō機動
zn. mechanische beweging v. ¶ 機動演習 militaire manoeuvres.
hataraki

(働き) zn. (1) [勞働] arbeid m.; werk o.; verrichting v. (2) [才能] bekwaamheid v.; geschiktheid v.; talent o. (3) [功績] verdienste v. (4) [骨折] inspanning v. (5) [動作] actie v. (6) [運轉] beweging v. ¶ 働者 bekwaam man; energiek persoon.

unten運轉

(運転) zn. werking v.; beweging v.; loopen o.; circulatie v.; gang m. ¶ 運轉資本 kapitaal in circulatie; vlottend kapitaal. ¶ 運轉して居る aan den gang zijn; in beweging zijn; loopen. ¶ 運轉を止める stopzetten; stoppen. ¶ 運轉する drijven; laten loopen; behandelen; loopen; in beweging zijn. ¶ 資本を運轉する kapitaal gebruiken. ¶ 運轉臺 voordalcon van de tram. ¶ 電車運轉系統 tramdienst; loop der trams. ¶ 運轉力 beweegkracht. ¶ 運轉士 stuurman. ¶ 一等運轉士 eerste officier. ¶ 運轉手 chauffeur; motordrijver; bestuurder van de tram; motorist.

undō運動

zn. (1) [運轉] beweging v. (2) [身體の] lichaamsoefening v.; sport v. (3) [散步] wandeling v. ¶ 運動に出掛ける een beetje beweging gaan nemen; een eindje omstappen. ¶ 運動する in beweging zijn; beweging nemen; zich bewegen; bewegen; (奔走) zich moeite geven voor. ¶ 投票を得る爲區內を運動する een district bewerken om stemmen te krijgen. ¶ 運動服 sportcostuum; trui. ¶ 運動場 sportterrein. ¶ 運動家 athleet. ¶ 運動會 sportvereeniging (協會); gymnastiek-uitvoering (學校等の). ¶ 運動量 vaart; snelheid; beweegkracht. ¶ 運動性 bewegelijkheid. ¶ 運動者 agitator; verkiezingsagent (選擧の); propagandist. ¶ 運動神經 bewegingszenuw.

unko運行

zn. beweging v.; omdraaiing v.; omwenteling v.

ukai迂囘

(迂回) zn. omweg m. ¶ 迂囘手段 indirecte methode. ¶ 迂囘運動 omtrekkende beweging. ¶ 迂囘する omweg maken. ¶ 迂囘して langs een omweg; indirect. ¶ 迂囘線 locaalspoorweg.

ugokasu動かす

t.w. (1) [動かす] bewegen; in beweging brengen. (2) [移す] verplaatsen. (3) [搖り動かす] schommelen; schudden. (4) [運轉] aan den gang brengen. (5) [變更] veranderen; wijzigen. (6) [感動] roeren; treffen. ¶ 兵を動かす troepen mobiliseeren. ¶ 天下を動かす de wereld in beroering brengen. ¶ 決心を動かす besluit aan het wankelen brengen. ¶ 心の底まで動かす tot in het diepst van de ziel roeren.

ugoki動き

zn. (1) [動くこと] beweging v. (2) [移動] verandering v.; verplaatsing v. ¶ 動きが取れぬ hopeloos vastzitten.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <beweging>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ジェスチャー jixesuchaa gebaar; beweging; gesticulatie; geste
ジェスチュア jixesuchua gebaar; beweging; gesticulatie; geste
ゼスチュア zesuchua gebaar; beweging; gesticulatie; geste
ムーブメント muubumento (1) beweging; organisatie; stroming; partij; (2) [muz.] deel (van een muziekstuk); (3) mouvement; raderwerk; mechanisme; gangwerk in een uurwerk
モーション mooshon (1) beweging; gebaar; geste; move; wenk; gesticulatie; (2) [honkb.] wind-up; (3) avance
一挙 ikkyo (1) beweging; verroering; (2) tenuitvoerlegging; demarche; stap; (3) [鶴;鸛の] vlucht; (4) vaart; schwung
動き ugoki (1) beweging; verroering; roersel; (2) trend; tendens; ontwikkeling; verandering; (3) teken; indicatie; (4) iems. gangen; iems. doen en laten; iems. handel en wandel; activiteit; manoeuvre
動作 dousa (1) beweging; gebaar; geste; gesticulatie; (2) houding; postuur; gedrag; manier van doen; optreden; manieren; (3) [m.b.t. machine] werking
動揺 douyou (1) schok; stoot; stoting; hort; hobbeling; [m.b.t. schip] wiegeling; rolling; deining; slingering; oscillatie; daver; beving; schudding; huivering; (2) schommeling; fluctuatie; slingerbeweging; (3) weifeling; wankeling; aarzeling; [fig.] waling; (4) woeling; onrust; opschudding; agitatie; gisting; [fig.] fermentatie; opgewondenheid; opwinding; woeligheid; turbulentie; tumult; beroering; roerigheid; roering; commotie; beweging; verwarring; perturbatie; consternatie; [veroud.] alteratie
dou (1) beweging; (a) bewegen; (b) in beweging brengen; (c) zich gedragen; (d) in beroering raken
楽章 gakushou [muz.] beweging; deel
横這い yokobai (1) zijdelingse gang; beweging; het zijwaarts kruipen; [かにの] krabbengang; (2) stagnatie; stabilisering; (3) [dierk.] dwergcicade; bladspringer; Cicadellidae
機動 kidou [mil.] beweging; verplaatsing
ha (1) groep; kamp; groepering; club; (2) partij; fractie; (3) school; volgelingen; stroming; beweging; (4) gezindte; denominatie; (5) factie; coterie; [pej.] kliek; [pej.] clique
立ち居 tachii (1) het opstaan en gaan zitten; beweging; (2) handelingen; handel en wandel; gedragingen
行動 koudou (1) handeling; daad; (2) actie; beweging; het handelen; (3) gedrag; handelwijze; houding; manieren; manier van doen; wandel; handel en wandel; (4) militaire operaties; krijgsverrichtingen
身動き miugoki beweging; verroering
身振り miburi gebaar; beweging; gesticulatie
運動 undou (1) [natuurk.] beweging; voortbeweging; (2) lichaamsbeweging; sport; oefening; training; (3) (sociale) beweging; campagne; (publieke) actie; agitatie; [fig.] kruistocht
運行 unkou (1) [惑星;衛星;彗星の] loop; beweging; omloop; (2) [電車;ばすの] dienst; verkeer; (3) voortgang; vordering
運転 unten (1) [自動車の] het besturen; besturing; het autorijden; het rijden; (2) [機械の] het bedienen; bediening; het doen draaien; het draaiende houden; het laten werken; werking; bedrijf; beweging; gang
騒ぎ sawagi (1) lawaai; leven; rumoer; kabaal; tumult; gedruis; geraas; misbaar; geroezemoes; [fig.] pandemonium; (2) drukte; gewoel; beweging; [fig.] gewriemel; vertier; omhaal; omslag; [uitdr.;gew.] een hele begankenis; [gew.] beslag; bedoening; bereddering; soesa; [fig.] poespas; spats; [volkst.] gedoe; [fig.] kermis; [fig.] circus; gejaagdheid; jachtigheid; gejakker; gejacht; opwinding; excitatie; agitatie; (3) heisa; herrie; toestand; commotie; rel; onrust; opschudding; alteratie; consternatie; beroering; roering; roerigheid; [oneig.] oproer; [arch. of gew.] laweit; [fig.] fermentatie; deining; alarm; ophef; sensatie; stampij; heibel; gemaal; poeha; stennis; keet; tamtam; [fig.] fanfare; [inform.] bombarie; spektakel; [inform.] beestenboel; gekrakeel; [i.h.b.] ruzie; [i.h.b.] twist; [i.h.b.] gekijf; [i.h.b.] onenigheid; (4) woeling; rustverstoring; ordeverstoring; rel; perturbatie; onrust; opstootje; onlusten; beroering; troebelen; [fig.] gisting; [hist.] beroerten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.48 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'beweging'). 
2005-2026