
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanwezigheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お出まし odemashi (1) uitstap; (2) aanwezigheid; bezoek
入り iri (1) binnenkomst; intrede; entree; betreding; intocht; inkomst; [Belg.N.] inkom; (2) inhoud; het aanwezig zijn van; aanwezigheid; opkomst; (3) [日;月の] ondergang; (4) begin; aanvang; start; eerste dag; (5) inkomen; inkomsten; oogst; opbrengst; winst; recette; (6) kost; kosten; onkosten; lasten; uitgaven; (7) "aan"-stand; aan; ingeschakeld; (8) met … erin
出席 shusseki aanwezigheid; presentie; tegenwoordigheid; verschijning; bijwoning; opkomst; [w.g.] aanzijn
出頭 shuttou verschijning; opkomst; aanwezigheid; acte de présence; het komen opdagen; het zich komen aanmelden; het zich melden; het zich presenteren; presentie
出 shutsu (1) aanwezigheid; (2) vertrek; verlating; (3) afstammeling; [fig.] zoon; (4) ontsnapping; (5) [bijb.] Exodus; [Hebr.] Sjemot; [afk.] Exod.; [afk.] Ex.; (6) opdringerig; bemoeiziek; vrijpostig; brutaal; (a) uitgaan; eruit gaan; (b) gaan naar; (c) verschijnen; (d) uitblinken; uitmunten; (e) zich voordoen; gebeuren; (f) uitbrengen; naar buiten brengen; (g) betalen; (h) doen verschijnen; laten zien; (i) voortbrengen; (j) oorsprong; herkomst
出 de (1) het naar buiten komen; het verschijnen; tevoorschijnkoming; [veroud.] uitkomst; (2) uitloop; opkomst; (3) aanwezigheid; [i.h.b.] het verschijnen op het werk; presentie; (4) [ton.] opkomst; verschijning ten tonele; entree; (5) [geisha-jargon] opwachting bij een klant; bezoek; (6) begin; aanvang; aanzet; aanhef; (7) oorsprong; afkomst; roots; extractie; [onderw.] alma mater; (8) uitsteeksel; [bouwk.] vlucht; (9) [scheepv.] top van de achtersteven; (10) [pregnant] inhoud; waarde
列席 resseki aanwezigheid; presentie; tegenwoordigheid; verschijning; bijwoning; opkomst; [w.g.] aanzijn
参列 sanretsu aanwezigheid; opkomst
在 zai (1) platteland; land; country; boerenland; mediene; [Belg.N.;spreekt.] buiten; [Belg.N.] boerenbuiten; (2) buitenwijken; randwijken; buitengebied; randgebied; randgemeenten; rand; buitenkant; periferie; voorsteden; (3) aanwezigheid; het er-zijn; het zich-bevinden; (4) gelegen in; gesitueerd in; zich bevindend in; verblijvend in; wonend in; residerend in; aanwezig in
存在 sonzai (1) bestaan; aanwezigheid; wezen; existentie; leven; [fil.] het zijn; wezenlijkheid; [form.] aanzijn; (2) entiteit; bestaand; wezenlijk iets; wezen; [i.h.b.] persoon; [i.h.b.] figuur; [vaak pej.] être
居 i (1) verblijf; aanwezigheid; (2) het (gaan) zitten
御出で oide (1) vertrek; (2) komst; bezoek; (3) aanwezigheid; verblijf; (4) [shintoïsme] overbrenging van het draagschrijn naar een tijdelijke bestemming; ± translatie; (5) ga; (6) kom; (7) blijf; (8) […ておいで] [drukt een honoratief bevel uit]
有り ari (1) bestaan; aanwezigheid; wezen; existentie; [form.] aanzijn; (2) bestaand; wezenlijk iets; wezen; entiteit; realiteit; werkelijkheid; (3) bestaan; zijn; (4) leven; ongedeerd zijn; (5) een leven leiden; (6) verstrijken; passeren; (7) zich bevinden; aanwezig zijn; bijwonen; (8) [世に~] het goed doen; succes hebben; welvaren; voorspoedig zijn; (9) opmerkelijk zijn; uitblinken; (10) […~] [drukt een duurzame toestand of durativiteit uit]; (11) […~] [koppelwerkwoordelijke functie]; (12) [お…~;ご…~] [drukt een honoratieve constructie uit]
有無 umu (1) het bestaan; existentie; het zijn of niet-zijn; aanwezigheid; (2) goedkeuring of afkeuring; aanneming of verwerping; ja of neen
来場 raijou aanwezigheid; bezoek; deelname; deelneming
現存;見存 genson bestaan; aanwezigheid
立会 tachiai (1) aanwezigheid; tegenwoordigheid; presentie; (2) waarneming; observatie; (3) [m.b.t. beurs] sessie
臨場 rinjou aanwezigheid; bijwoning
臨席 rinseki aanwezigheid; tegenwoordigheid; presentie; bijwoning
Tijd: 1.41 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'aanwezigheid').
2005-2026
