
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
asobu・遊ぶ
i.w. (1) [遊ぶ] spelen; zich vermaken met. (2) [遊山] wandelen; een uitstapje maken; een wandeling doen. (3) [訪問] op bezoek gaan. (4) [遊惰] luieren. (5) [遊蕩] doordraaien; aan den zwabber zijn; zwabberen. (6) [失業] geen werk hebben; buiten betrekking zijn; leegloopen. ¶ 外國に遊ぶ een reisje maken naar het buitenland. ¶ お隣で遊んで來た ik heb hier naast een praatje gemaakt. ¶ 遊んで居る金はない ik heb geen geld vrij; ik heb geen geld beschikbaar.
kankō・觀光
SUPPLEMENT (trefwoord)
kyū・急
(na-adj) (1) plotseling; plots; opeens; onverwacht. ¶ 急に彼がブレーキをかけたので、フロントガラスに頭をぶつけた。 Kyū ni kare ga burēki wo kaketa no de, furontogurasu ni atama wo butsuketa. Omdat hij plotseling op de rem trapte stootte ik mijn hoofd tegen het voorraam. ¶ 急な客が来たので、そのテレビ番組が見れなかった。 Kyū na kyaku ga kita no de, sono terebi bangumi ga mirenakatta. Omdat ik onverwacht bezoek had kon ik dat programma niet kijken. (2) urgent; dringend. ¶ 急な用事〔急用〕が出来て、パーティに行けなくなった。ごめんなさい。 Kyū na yōji [kyūyō] ga dekite, pāti ni ikenaku natta. Omdat zich een urgente zaak voordeed kon ik niet naar het feestje gaan. ¶ この事態は急を要する Kono jitai wa kyū wo yōsuru De situatie is urgent. ¶ これは急を要する事態だ。 Kore wa kyū wo yōsuru jitai da. Dit is een urgente situatie. (3) snel; woest (water). ¶ 急な川で泳ぐのは大変危険だ。 Kyū na kawa de oyogu no wa taihen kiken da. Het is enorm gevaarlijk om in een snelstromende rivier te zwemmen. ¶ 彼女は急に老け込んできた。 Kanojo wa kyū ni fukekonde kita. Ze werd snel oud. (4) steil (helling); scherp (bocht). ¶ 急な坂 Kyū na saka. Een steile helling; Een plotse daling. ¶ 道路はそこで急な右カーブになっている。 Dōro wa soko de kyū na migi kābu ni natte iru. De weg maakt daar een scherpe bocht naar rechts. (TTC) (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bezoek>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お出まし odemashi (1) uitstap; (2) aanwezigheid; bezoek
伺い ukagai (1) [hum.] bezoek; visite; (2) [hum.] vraag; (3) raadpleging (van een orakel); (4) navraag; informering
出席者 shussekisha aanwezige; deelnemer; bezoeker; [verzameln.] aanwezigen; deelnemers; bezoekers; opkomst; bezoek; publiek
出 de (1) het naar buiten komen; het verschijnen; tevoorschijnkoming; [veroud.] uitkomst; (2) uitloop; opkomst; (3) aanwezigheid; [i.h.b.] het verschijnen op het werk; presentie; (4) [ton.] opkomst; verschijning ten tonele; entree; (5) [geisha-jargon] opwachting bij een klant; bezoek; (6) begin; aanvang; aanzet; aanhef; (7) oorsprong; afkomst; roots; extractie; [onderw.] alma mater; (8) uitsteeksel; [bouwk.] vlucht; (9) [scheepv.] top van de achtersteven; (10) [pregnant] inhoud; waarde
参上 sanjou bezoek; visite
尋ね tazune (1) zoektocht; onderzoek; (2) vraag; (3) bezoek; (4) verhoor; ondervraging; (5) opsporing
御出で oide (1) vertrek; (2) komst; bezoek; (3) aanwezigheid; verblijf; (4) [shintoïsme] overbrenging van het draagschrijn naar een tijdelijke bestemming; ± translatie; (5) ga; (6) kom; (7) blijf; (8) […ておいで] [drukt een honoratief bevel uit]
御見舞;お見舞 omimai (1) inspectie; keuring; controle; inspectieronde; ronde; rondgang; (2) bezoek; visite; (3) vriendelijke vraag; vriendelijke informatie naar de toestand van een persoon die ziek is of van een persoon die een verlies of een tegenslag geleden heeft; (4) ziekenbezoek; sympathiebetuiging; opbeurend bezoek; bezoek; visite aan een persoon die ziek is of aan een persoon die een verlies of een tegenslag geleden heeft; (5) sympathiebetuigende brief; sympathiebetuigende wenskaart; sympathieke; opbeurende brief of wenskaart aan een persoon die ziek is of aan een persoon die een verlies of een tegenslag geleden heeft
御越し okoshi (1) [hon.] komst; bezoek; (2) [hon.] vertrek
来場 raijou aanwezigheid; bezoek; deelname; deelneming
来訪 raihou bezoek; visite
見物 kenbutsu bezichtiging; bezoek; toeristisch bezoek; rondreis; vakantiereis; tour; toeristische uitstap
見納め miosame laatste blik; afscheidsblik; laatste ontmoeting; bezoek
訪い toburai (1) bezoek; visite; (2) geschenk tijdens een bezoek; (3) goede zorgen; bijstand; hulp
訪れ otozure (1) bezoek; visite; (2) komst; aankomst; intrede; (3) nieuws; tijding; bericht; (4) omstandigheden; zaken
訪問 houmon bezoek; visite; [form.] opwachting; [journ.] interview
面会 menkai (1) ontmoeting; bezoek; (2) onderhoud; (3) interview
面会人 menkainin bezoeker; bezoek
Tijd: 1.41 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'bezoek').
2005-2026
