日蘭辭典+

33 resultaten voor ‘hoog’
日蘭辭典 (trefwoord)
amari餘り
(余り) vz. & bw. (1) [より以上] meer dan; over; boven. (2) [過度に] te; al te; tezeer; erg; over. (3) [差程] zeer; bijzonder; zoozeer......, dat; zoo......dat. ¶ 餘り……ない niet erg; niet zeer; niet bijzonder; zelden. ¶ 餘り高くて手が屆かぬ zoo hoog, dat men er niet bij kan. ¶ そりゃあんまりだ dat is een beetje te erg.
yangotonakiやんどとなき
bn. verheven; aanzienlijk; hoog in rang; nobel; adellijk; Noot: Kennelijke vergissing in origineel. Bedoeld zal zijn: やんごとなき
tattoi貴い
(尊い) bn. (1) [尊敬すべき] eerbiedwaardig; achtenswaardig. (2) [高貴の] aanzienlijk; hoog; nobel; adellijk. (3) [貴重の] waardevol; kostbaar.
kōtō高等

zn. hooge klasse v.; eerste klasse v. ¶ 高等の hoog; van den eersten rang. ¶ 高等教育 hooger onderwijs.

kōsho高所

zn. hoog punt o.; hoogte v.

kōshō高尚

zn. hooge opvatting v.; zielenadel m. ¶ 高尚な nobel; verheven.

kōsō高燥

bn. hoog en droog.

kotobuki

(寿) zn. (1) [祝] gelukwensch m.; felicitatie v. (2) [長命] hooge leeftijd m.; lang leven o. ¶ 壽ぐ gelukwenschen; feliciteeren.

kou乞ふ、請ふ

(乞う、請う) t.w. vragen; verzoeken; bidden. ¶ を請ふ gast uitnoodigen. ¶ を請ふ ontslag vragen wegens hoogen leeftijd. ¶ 施を乞ふ bedelen. ¶ 人に物を乞ふ van iemand iets vragen. ¶ 助命を乞ふ om genade vragen. ¶ 貴答を乞ふ verzoeke beleefd om antwoord.

kōzan高山

zn. hooge berg m.

kunetsu苦熱

zn. hevige hitte v.; hooge koorts (高熱) v.

kunmei君命
-kuraiくらゐ

bw. (1) [約] ongeveer; omstreeks. (2) [同じ位] zooveel als; zoozeer als. ¶ 位の高い人 iemand van hoogen rang. ¶ 十哩位 ongeveer tien mijl. ¶ どの位かゝつたか hoeveel heeft het zoowat gekost? ¶ 私位馬鹿な者はない niemand is grooter ongeluksvogel dan ik. ¶ それ位の事 zoo'n kleinigheid.

kyōboku喬木

zn. boom m.; hooge boom m.

yōro要路

zn. (1) [通路] hoofdweg m. (2) [重位] hooge positie v. (3) [當局] bevoegde autoriteiten v.mv.

yohodo餘程

(余程) bw. in hooge mate; zeer; aanzienlijk. ¶ 餘程の veel. ¶ 餘程の間 geruimen tijd.

uwachōshi上調子

zn. (1) [音] hooge noot v. (2) [輕薄] luchthartigheid v.; lichtzinnigheid v.; dartelheid v.; onbezonnenheid v.

untei雲梯

zn. hooge ladder v.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hoog>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ハイ hai (1) het high-zijn; roes; euforie; (2) hoogste; grootste versnelling; (3) Hi; High; Hy; (4) high; (5) hé; hé daar; (6) [bij voerlieden] haar [= links]; (7) hoog-; [fig.] hooggeplaatst; vooraanstaand
上級 joukyuu (1) [onderw.] hogere jaren; leerjaren; klassen; gevorderde jaren; hoger niveau; [i.h.b.] bovenbouw; [i.h.b.] abituriëntenniveau; [onderw.;Belg.N.] hogere graad; [onderw.;Belg.N.;i.h.b.] derde graad; (2) hoog; hooggeplaatst; hogere [rechtbank;instantie enz.]; … voor gevorderden
堆く uzutakaku hoog; op elkaar gehoopt; gestapeld; aan hopen; stapels
大層;大相;大造 taisou (1) enorm; geweldig; ontzaglijk; immens; machtig; gigantisch; formidabel; ontzettend; indrukwekkend; grandioos; groots; (2) voortreffelijk; voornaam; hoog; indrukwekkend; (3) overdreven; overtrokken; opgeklopt; sterk; kras; ongelooflijk; geëxalteerd; (4) heel; (heel) erg; zeer; buitengewoon; enorm; geweldig; ontzettend; vreselijk; buitengemeen; uitermate; uiterst; hoogst; ongemeen; zo; hooglijk; verschrikkelijk; ontzaglijk; buitenmate; bovenmate; [inform.] hartstikke
尊い;貴い toutoi (1) edel; verheven; hoog; nobel; edelmoedig; edelaardig; doorluchtig; adellijk; (2) heilig; gewijd; (3) kostbaar; waardevol; dierbaar; onschatbaar
suu hoog; hooggeëerd; eerbiedigen
嵯峨 saga (1) Saga-weefsel; (2) Saga; (3) hoog; steil
干満 kanman eb en vloed; hoog- en laagwater; het opkomen en het vallen van het getijde
kai (1) verdieping; etage; [Belg.N.;niet alg.] verdiep; -hoog; [i.h.b.] woonlaag; [i.h.b.] woonniveau; (2) [maatwoord voor verdiepingen]
高い takai (1) hoog; [背が〜] groot; lang; rijzig; scheutig; (2) hoog; schel; schril; schetterig; snerpend; hard; luid; doordringend; (3) alom bekend; welbekend; (4) hooggeplaatst; aanzienlijk; voornaam; (5) verheven; hooggestemd; nobel; edel; hoogstaand; (6) hooghartig; laatdunkend; superieur; trots; [fig.] opgeblazen; uit de hoogte; (7) hoog in prijs; duur; prijzig; kostbaar; duurkoop; aan de prijs; hoog genoteerd; expensief; [gew.] kostelijk; [Barg.] jouker; [Barg.] branderig
高等 koutou (1) hoge klasse; eerste klasse; (2) hoog; hoger; geavanceerd; gesofisticeerd; gesofistikeerd
高貴な koukina (1) edel; hoogverheven; verheven; hoog; adellijk; hoogaanzienlijk; edelaardig; nobel; doorluchtig; van adel; (2) waardevol; van waarde; kostbaar
高貴の koukino edel; hoogverheven; verheven; hoog; adellijk; edelaardig; nobel; doorluchtig
kou (1) hoog; hoog- [kō 高 moet in het Nederlands in sommige gevallen vertaald worden door een combinatie van een adjectief "hoog" of "hoge" met een erop volgend substantief. Bv. kōka 高価 "hoge prijs";kōrei 高齢 "hoge leeftijd";kōkyū 高級 "hoge rang;hoge klasse." In andere gevallen moet kō 高 vertaald worden als "hoog-," zijnde het eerste deel van een samenstelling. Bv. kōatsu 高圧 "hoogspanning".]; (2) uw; uwedele zijn; uwedele haar [Binnen deze betekenis heeft het prefix kō 高 bijna de semantische waarde van een zeer eerbiedig bezittelijk voornaamwoord (keigo 敬語;honorifieke taal). Bv. kōhyō 高評 "uw kritiek."]; (3) de laatste drie jaar van de middelbare school; hogere middelbare school [Dit suffix is een afkorting van kōtōgakkō 高等学校. Bv. danshikō 男子高 "hogere middelbare school voor jongens."]
taka (1) hoogte; omvang; grootte; aantal; hoeveelheid; (2) bedrag; som; (3) stijging; waardevermeerdering; (4) mate; niveau; (5) [Jap.gesch.] productieniveau; productiepeil; (6) afloop; einde; (7) hoog-
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.35 sec. jiten.nl: 18 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'hoog'). 
2005-2026