
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
shori・處理
zaisan・財產
(財産) zn. bezit o.; bezittingen v.mv.; vermogen o.; eigendommen o.mv.; middelen o.mv. ¶ 無財產者 onbemiddelde. ¶ 財產を有する bemiddeld zijn. ¶ 財產を作る fortuin maken. ¶ 財產分離 scheiding van goederen. ¶ 財產を淸算する boedel afwikkelen. ¶ 財產刑 geldstraf; boete. ¶ 財產權 eigendomsrecht. ¶ 財產目錄 boedelbeschrijving; inventaris van eigendommen. ¶ 財產主 eigenaar. ¶ 財產を相續する eigendommen erven. ¶ 財產稅 vermogensbelasting.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <afwikkelen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
処分する shobunsuru (1) wegdoen; van de hand doen; afhandelen; beschikken; afdoen; maatregelen treffen; nemen; opruimen; afwikkelen; liquideren; (2) afrekenen met; onder handen nemen; straffen; een appeltje schillen met; (3) ruimen; afmaken; uit zijn lijden helpen; een spuitje geven
処理する shorisuru (1) afhandelen; afdoen; afwikkelen; uitmaken; regelen; opknappen; (2) wegdoen; zich ontdoen van; verwerken; wegwerken; (3) behandelen
後始末をする atoshimatsuwosuru […の~] afhandelen; afwikkelen; afdoen; afwerken; in orde brengen; maken; regelen; opruimen
済ませる sumaseru (1) afmaken; afwerken; afdoen; afronden; ten einde brengen; beëindigen; een einde maken aan; korte metten maken met; (2) betalen; voldoen; vereffenen; delgen; aflossen; afbetalen; restitueren; amortiseren; aanzuiveren; (3) zich behelpen; het moeten doen; het kunnen stellen; toekunnen; het kunnen rooien; zich redden; rondkomen met; (4) afhandelen; afwikkelen; afdoen; regelen; in orde brengen; maken; voor elkaar brengen; oplossen; zijn beslag geven; [安く~] er goedkoop afkomen
詰める tsumeru (1) [op zijn post] blijven; zich paraat houden; op wacht staan; posten; (2) vullen (met); [koffers enz.] pakken; opvullen (met); stoppen; volstoppen; dichtstoppen; proppen; toeproppen; stouwen; [tandh.] plomberen; (3) (nauwer) doen aansluiten; dicht(er) opeen doen staan; zitten; dichter bij elkaar plaatsen; doen aanschikken; doen opeenpakken; aanhalen; (4) inkorten; verkorten; korter maken; bekorten; korten (met); afkorten; [m.b.t. kledingstuk] inleggen; [m.b.t. voorsprong;afstand] verkleinen; verminderen; [op de uitgaven enz.] besnoeien; bezuinigen; [de uitgaven enz.] beperken; inperken; [m.b.t. adem] inhouden; [m.b.t. vinger] knotten; (5) een eind maken aan [een discussie enz.]; beëindigen; afwikkelen; afronden; z'n beslag geven; ten einde brengen; de laatste hand leggen aan; (6) (onverdroten; onafgebroken; ononderbroken; continu; doorlopend; non-stop; de hele tijd; aanhoudend; constant) blijven ~; (geconcentreerd; ingespannen; intensief; intens) bezig zijn met ~; (7) schaak geven; schaak zetten; (schaak)mat zetten; (schaak)mat geven
預かる azukaru (1) bewaren; houden; in bewaring nemen; in deposito nemen; in depot nemen; zorgen voor; zorg dragen voor; verzorgen; onder z'n hoede nemen; passen op; oppassen; letten; verantwoordelijk zijn voor; opvangen; [子供を] in de kost nemen; (2) beheren; het beheer voeren over; leiden; voeren; toezicht hebben op; (3) [けんかを] bemiddelen; intermediëren; settelen; afwikkelen; (4) inhouden; voor zich houden; nog niet bekendmaken; achterwege laten; [こめんとを] zich onthouden van; nalaten; wachten met; opschorten; ervan afzien; (5) [sumō-jargon] [勝負を] onbeslist laten; (6) niet terugtrakteren; (7) renteloos lenen; (8) huren; pachten; in pacht nemen
Tijd: 1.65 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'afwikkelen').
2005-2026
