日蘭辭典+

12 resultaten voor ‘eigenaar’
日蘭辭典 (trefwoord)
hatanushi畑主

zn. eigenaar van het land; planter m.

kōshu校主

zn. eigenaar eener school.

zashu座主

zn. tafelpresident m.; leider der bijeenkomst; eigenaar van het theater (劇場の).

zaisan財產

(財産) zn. bezit o.; bezittingen v.mv.; vermogen o.; eigendommen o.mv.; middelen o.mv. ¶ 無財產者 onbemiddelde. ¶ 財產を有する bemiddeld zijn. ¶ 財產を作る fortuin maken. ¶ 財產分離 scheiding van goederen. ¶ 財產を淸算する boedel afwikkelen. ¶ 財產刑 geldstraf; boete. ¶ 財產權 eigendomsrecht. ¶ 財產目錄 boedelbeschrijving; inventaris van eigendommen. ¶ 財產主 eigenaar. ¶ 財產を相續する eigendommen erven. ¶ 財產稅 vermogensbelasting.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <eigenaar>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
オーナー oonaa (1) eigenaar; bezitter; (2) [scheepv.] scheepseigenaar
オーナー・ドライバー oonaadoraibaa eigenaar-bestuurder
マスター masutaa (1) baas; patron; chef; eigenaar; [i.h.b.] waard; herbergier; kastelein; (2) master; [oneig.] meester [academische graad]
nushi (1) heer; meester; (2) eigenaar; [手紙の] schrijver; auteur; (3) oergeest; geest die er reeds bij het begin was; genius
亭主 teishu (1) eigenaar; waard; (2) man; echtgenoot; (3) gastheer
御主人;ご主人 goshujin (1) echtgenoot; man; huwelijkspartner; (2) gezinshoofd; het hoofd van een huishouden; huisvader; pater familias ; (3) gastheer; gastvrouw; heer des huizes; vrouw des huizes; (4) werkgever; persoon die werkkrachten in dienst heeft; baas; chef; meerdere; (5) uitbater; eigenaar; winkelier; winkelhouder; hotelhouder; waard; kastelein
所有者 shoyuusha eigenaar; bezitter; houder
飼い主 kainushi eigenaar; baas; bazin; baasje; vrouwtje
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.4 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'eigenaar'). 
2005-2026