RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <behandelen>
あしらう ashirau (1) behandelen; ontvangen; onthalen; omgaan met; omspringen met; (2) nonchalant; slordig; zozo behandelen; lichtzinnig omgaan met; onzorgvuldig omspringen met; (3) van iets passends voorzien; schikken; plaatsen; [肉に野菜を] garneren met; versieren met; opmaken met; dresseren; aankleden; afwerken; (4) [nō-term] muzikaal begeleiden
ケアする keasuru zorgen; zorg dragen voor; verzorgen; onderhouden; behandelen; verplegen
仕向ける shimukeru (1) aansporen; aanmoedigen; aandringen; aanzetten; ertoe bewegen; brengen; leiden; nopen; dwingen; (2) sturen; zenden; verzenden; versturen; (3) behandelen; bejegenen
使い方 tsukaikata gebruik; gebruikswijze; behandelingswijze; manier van gebruiken; omspringen; behandelen
処理する shorisuru (1) afhandelen; afdoen; afwikkelen; uitmaken; regelen; opknappen; (2) wegdoen; zich ontdoen van; verwerken; wegwerken; (3) behandelen
処置する shochisuru wegwerken; verwerken; afhandelen; afdoen; behandelen; in behandeling nemen; aanpakken; iets doen aan
処遇する shogūsuru behandelen; bejegenen
取り扱う toriatsukau (1) behandelen; aanpakken; doen in; verwerken; in behandeling nemen; afhandelen; regelen; uitvoeren; (2) bejegenen; behandelen; tegemoet treden; omgaan met; omspringen met; [w.g.] rondspringen met; (3) bedienen; hanteren
受け止める uketomeru (1) [ボールを] vangen; opvangen; onderscheppen; (2) [攻撃を] stuiten; tegenhouden; stoppen; afwenden; afweren; afslaan; weren; pareren; (3) [問題を] aanpakken; tegemoet treden; behandelen; reageren op; (4) [批判を] opnemen; opvatten; oppikken; beschouwen
始末する shimatsusuru (1) beheren; behandelen; afhandelen; in behandeling nemen; in orde brengen; verwerken; afdoen; regelen; voor z'n rekening nemen; behartigen; (2) zich ontdoen van; wegdoen; uit de weg ruimen; wegwerken; weggooien; (3) zuinig zijn met; sparen op; zuinig omgaan met; zuinig zijn met
審理する shinrisuru behandelen; in behandeling nemen; onderzoeken; oordelen
対応する taiōsuru (1) overeenkomen; overeenstemmen; beantwoorden aan; corresponderen; samengaan; [fig.] dekken; [comp.] compatibel; compatible zijn; afgestemd zijn; stroken; (2) equivalent zijn; gelijkwaardig zijn; gelijkstaan; (3) behandelen; bejegenen; aanpakken; tegemoet treden; omgaan met; hanteren; beantwoorden; reageren op; [m.b.t. de tijden] meegaan met
応対する ōtaisuru onthalen; ontvangen; behandelen; bejegenen; bedienen
恵む megumu (1) een gunst verlenen aan; aardig; goed zijn voor; genadig zijn; behandelen; begenadigen; zegenen; begunstigen; favoriseren; een plezier doen; goeddoen; weldoen; goede daden doen; (2) genade; barmhartigheid tonen voor; zich erbarmen; zich ontfermen; (3) een aalmoes geven
手当てする teatesuru (1) onderhouden; verzorgen; in het onderhoud voorzien; (2) [geneesk.] behandelen
手掛ける tegakeru (1) aanpakken; de hand slaan aan; ondernemen; zich toeleggen op; behandelen; zich bezighouden met; ervaring hebben met; (2) grootbrengen; opvoeden; opbrengen; zorgen voor; zorg dragen voor
扱いやすい atsukaiyasui handelbaar; gemakkelijk te hanteren; behandelen; gemakkelijk hanteerbaar; bestuurbaar; beheersbaar; behapbaar; handzaam; hapklaar; gebruikersvriendelijk; gebruiksvriendelijk
扱う atsukau behandelen; omgaan met; aanpakken; bejegenen
接する sessuru (1) grenzen (aan); aanliggen (tegen); palen (aan); liggen (aan); reiken tot aan; komen tegen; belendend; contigu; naburig zijn; (2) zich bezighouden met; behandelen; omgaan met; omspringen met; [m.b.t. clientèle] bedienen; dienen; zorgen voor; (3) in aanraking; contact komen met; te maken krijgen met; ontmoeten; ervaren; tegen het lijf lopen; stoten op; stuiten op; vinden; aantreffen; tegenkomen; betrokken raken bij; [een ongeval enz.] krijgen; [m.b.t. nieuws] vernemen; (4) [ook m.b.t. wisk.] raken (aan); aanraken; (5) in aanraking; contact brengen met; aanbrengen; zetten; plaatsen tegen
操作する sōsasuru (1) bedienen; hanteren; behandelen; besturen; (2) manipuleren
歯牙に懸ける shiganikakeru aandacht schenken; besteden aan; ter sprake brengen; in het midden brengen; in overweging nemen; behandelen; ingaan op
歯牙の間に置く shiganokannioku aandacht schenken; besteden aan; ter sprake brengen; in het midden brengen; in overweging nemen; behandelen; ingaan op
治める osameru (1) regeren; heersen over; een land besturen; de scepter zwaaien; de scepter voeren; (2) tot rust brengen; tot vrede brengen; pacificeren; (3) regelen; in orde brengen; in orde maken; organiseren; behandelen; afhandelen; afdoen; voor elkaar krijgen; (4) beheersen; bedwingen; beteugelen; onderdrukken; betomen; intomen
治療する chiryōsuru (medisch; geneeskundig) behandelen; een behandeling geven; dokteren (over)
熟す konasu (1) aan; in; tot gruis slaan; in stukken breken; uit elkaar doen vallen; stukbreken; brekend stukmaken; vergruizen; vergruizelen; verpulveren; verkruimelen; fijnmaken; (2) verteren; verwerken; digereren; (3) afhandelen; behandelen; [仕事を] klaren; opknappen; doen; afdoen; volbrengen; afmaken; afwerken; klaarspelen; fiksen; (4) verkopen; van de hand doen; zetten; (5) [役を] spelen; brengen; zijn rol volhouden; in zijn rol blijven
裁判する saibansuru oordelen; beoordelen; berechten; behandelen
診療する shinryōsuru [geneesk.] geneeskundig onderzoeken; behandelen; medisch verzorgen
論じる ronjiru (1) uiteenzetten; discussiëren over; bediscussiëren; discuteren; debatteren (over); betogen; argumenteren; redekavelen; redeneren; redetwisten; disputeren; commentariëren; becommentariëren; (2) handelen over; behandelen; bespreken; gaan over; het hebben over; spreken over; praten over; bepraten; verhandelen; (3) overwegen; acht geven; vermelden
論ずる ronzuru (1) uiteenzetten; discussiëren over; bediscussiëren; discuteren; debatteren (over); betogen; argumenteren; redekavelen; redeneren; redetwisten; disputeren; commentariëren; becommentariëren; (2) handelen over; behandelen; bespreken; gaan over; het hebben over; spreken over; praten over; bepraten; verhandelen; (3) overwegen; acht geven; vermelden
論議する rongisuru bediscussiëren; discussiëren over; debatteren over; redetwisten over; bespreken; behandelen
遇する gūsuru (1) behandelen; omgaan met; bejegenen; tegemoet treden; (2) ontvangen; onthalen