
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kōron・口論
yowai・弱い
bn. zwak; slap; teer; flauw. ¶ 弱い身體 zwak gestel. ¶ 船に弱い spoedig zeekziek zijn. ¶ 酒に弱い slecht tegen drank kunnen. ¶ 弱い議論 zwak argument. ¶ 冬の午後の弱い日光 het flauwe licht van de winternamiddag. ¶ 弱者 zwakkeling. ¶ 弱者いぢめ verdrukking der zwakken; negeraar (人); iemand, die misbruk maakt van zijn kracht om zwakkeren onrecht te doen.
tatakai・戰
(戦い、闘い、鬪ひ) zn. strijd m.; (合戰) gevecht o.; slag m.; (戰役) oorlog m.; krijg m.; (競爭) wedkamp m.; wedstrijd m. ¶ 戰を始める strijd beginnen; vijandelijkheden openen. ¶ 戰を宣する oorlog verklaren. ¶ 戰をする oorlog voeren. ¶ 戰好きの oorlogzuchtig; strijdlustig. ¶ 戰利あり overwinning behalen. ¶ 戰ふ vechten; strijden; kampen. ¶ 自由の爲に戰ふ strijden voor de vrijheid. ¶ 誘惑と戰ふ strijden tegen de verleiding. ¶ 困難と戰ふ moeilijkheden bestrijden. ¶ 鬪はす laten vechten. ¶ 論を鬪はす argumenteeren; argumenten aanvoeren.
kuron・空論
zn. futiele redeneering v.; argument zonder werkelijken grond; kletspraat v.
zokuron・俗論
zn. vulgaire opinie v.; argumenten van de onontwikkelde menigte.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <argument>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アーギュメント aagyumento (1) argument; bewijs; bewijsgrond; (2) bewijsvoering; redenering; betoog; (3) discussie; debat; dispuut; gedachtewisseling; redetwist; (4) ruzie; onenigheid; woordenwisseling; twist
引き数 hikisuu [comp.] argument; parameter
理屈 rikutsu (1) theorie; logica; (2) rede; (3) argument; voorwendsel; excuus
言い分 iibun (1) zegje; wat iem. te zeggen heeft; (2) bezwaar; klacht; (3) verontschuldiging; voorwendsel; argument; excuus
論拠 ronkyo grond; basis; grondslag van een redenering; uitgangspunt; argument
論点 ronten geschilpunt; twistpunt; vraagpunt; punt; argument; strijdvraag; kwestie
Tijd: 1.56 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'argument').
2005-2026
