
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
tatakai・戰
(戦い、闘い、鬪ひ) zn. strijd m.; (合戰) gevecht o.; slag m.; (戰役) oorlog m.; krijg m.; (競爭) wedkamp m.; wedstrijd m. ¶ 戰を始める strijd beginnen; vijandelijkheden openen. ¶ 戰を宣する oorlog verklaren. ¶ 戰をする oorlog voeren. ¶ 戰好きの oorlogzuchtig; strijdlustig. ¶ 戰利あり overwinning behalen. ¶ 戰ふ vechten; strijden; kampen. ¶ 自由の爲に戰ふ strijden voor de vrijheid. ¶ 誘惑と戰ふ strijden tegen de verleiding. ¶ 困難と戰ふ moeilijkheden bestrijden. ¶ 鬪はす laten vechten. ¶ 論を鬪はす argumenteeren; argumenten aanvoeren.
kokuhaku・告白
zn. bekentenis v. ¶ 告白する bekentenis afleggen; verklaren; opbiechten.
hyōshi・表示
zn. blijk o.; indicatie v.; aanwijzing v.; uitdrukking v. ¶ 表示する toonen; blijk geven; aanwijzing geven; indiceeren; uitdrukking geven; verklaren. ¶ 表示機 indicateur.
mushikaku・無資格
zn. disqualificatie v.; onbevoegdheid v.; incompetentie v. ¶ 無資格の onbevoegd; niet competent. ¶ 無資格にする disqualificeeren; onbevoegd verklaren.
yōgen・揚言
zn. verklaring v. ¶ 揚言する verklaren; zich beroemen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
teishō・提唱
(zn., suru-ww) (1) Het bepleiten [voorstellen; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren] van een zaak; voorstel; verdediging; presentatie. ¶ 提唱する teishōsuru [een zaak; iets] bepleiten; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren. ¶ 提唱者 teishōsha voorsteller; pleiter; verdediger; presentator. ¶ 彼の学説が初めて提唱された時は、誰もそれを信じなかった。 Kare no gakusetsu ga hajimete teishōsareta toki wa, dare mo sore wo shinjinakatta. Toen zijn theorie voor het eerst werd gepresenteerd vond die geen enkele steun. ¶ 電力不足対策のスーパークールビズとして、ポロシャツやアロハシャツの着用が提唱された。Denryokubusoku taisaku no sūpākūrubizu to shite, poroshatsu ya arohashatsu no chakuyō ga teishōsarete. In het kader van de Super Cool Biz maatregel voor het bestrijden van energietekorten werd het dragen van poloshirts en alohashirts [hawaïshirts] bepleit. [NB Cool Biz en later Super Cool Biz waren initiatieven van de Japanse overheid om bedrijven te stimuleren het mogelijk te maken om de airco op een lagere temperatuur zetten door werknemers zich luchtiger te laten kleden] (2) (a) Het uitleggen [verklaren; uiteenzetten; behandelen] van iets; uitleg; verklaring; uiteenzetting; lezing. (b) specifiek het uitleggen van de doctrines in Zenboeddhisme. ¶ 提唱する teishōsuru uitleggen; verklaren; behandelen; uiteenzetten. ¶ 禅家の提唱 Zenke no teishō Catechetische vraag voor meditatie in Zen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verklaren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
伸 shin (a) groeien; strekken; (b) meedelen; verklaren
喝破する kappasuru (1) terechtwijzen; rechtzetten; corrigeren; [fig.] iem. een bril opzetten; iem. op zijn plaats zetten; (2) verklaren; ontvouwen; verkondigen; bekendmaken; uit de doeken doen
声明する seimeisuru verklaren; bekendmaken; aankondigen; mededelen; afkondigen
宣する sensuru verklaren; proclameren; afkondigen; verkondigen; uitroepen
宣告する senkokusuru (1) verklaren; mededelen; (2) [jur.] uitspreken; vonnissen; oordelen
宣言する sengensuru verklaren; afkondigen; bekendmaken; proclameren; aankondigen; mededelen
布告する fukokusuru (1) verklaren; afkondigen; proclameren; officieel bekendmaken; aankondigen; (2) verordenen; decreteren; verordonneren; besluiten
提唱する teishousuru (1) verklaren; uiteenzetten; uitleggen; toelichten; college; onderricht; een uiteenzetting geven over; een verhaal houden over; (2) bepleiten; verdedigen; voorstaan; pleiten voor; pleitbezorger zijn voor
明らかにする akirakanisuru (1) duidelijk maken; verhelderen; duidelijk doen uitkomen; aanschouwelijk maken; releveren; expliciteren; licht werpen op; klaarheid brengen in; (2) aan het licht brengen; naar buiten brengen; uitbrengen; voor de dag komen met; openbaren; onthullen; blootleggen; bekendmaken; openbaar maken; aankondigen; (3) verklaren; uitleggen; uiteenzetten; toelichten; ophelderen; expliceren
明確化する meikakukasuru duidelijk maken; bepalen; verduidelijken; verklaren; ophelderen; verhelderen; specificeren; [w.g.] specifiëren
標榜する hyoubousuru (1) huldigen; toegedaan zijn; aanhangen; voorstaan; voorstander zijn van; bepleiten; pleiten voor; opkomen voor; verdedigen; zich inzetten voor; belijden; (2) verklaren; zich … noemen; zich laten voorstaan op; zich beroemen op; prat gaan op; [geneesk.] […と] gespecialiseerd zijn in; (3) huldigen; eer bewijzen; hulde brengen; reclame maken voor
物語る monogataru (1) vertellen; verhalen; berichten; debiteren; (2) tonen; getuigen van; [heel wat] zeggen over; verklaren; wijzen op; blijk geven van; bevestigen; staven; een teken zijn van; een bewijs zijn van; getuigenis afleggen van; verraden
申し上げる moushiageru (1) zeggen; verklaren; meedelen; betuigen; betonen; (2) doen; verrichten; [uitleg] geven; [een dienst] bewijzen
究明する kyuumeisuru ophelderen; verklaren; onderzoeken; tot op de bodem uitzoeken; aan het licht brengen; doorgronden; navorsen; uitvorsen; bestuderen
自供する jikyousuru bekennen; erkennen; toegeven; getuigen; getuigenis afleggen; verklaren
表明する hyoumeisuru uitdrukken; uiten; betuigen; manifesteren; laten blijken; zien; openbaren; blijk geven; tonen; duidelijk maken; kenbaar maken; te kennen geven; uitspreken; verklaren; aankondigen; bekendmaken; verkondigen; getuigen van; getuigenis afleggen van
解す kaisu (1) begrijpen; verstaan; bevatten; snappen; vatten; hoogte krijgen van; doorgronden; doorzien; (2) opvatten; interpreteren; uitleggen; verklaren; duiden
解明する kaimeisuru verklaren; ophelderen; verhelderen; toelichten; uitleggen; verduidelijken; duidelijk maken; verdietsen; tot klaarheid brengen; expliceren; adstrueren
解釈する kaishakusuru interpreteren; duiden; uitleggen; verklaren; opvatten
言明する genmeisuru (1) verklaren; (2) beweren; verzekeren; bevestigen
証明する;證明する shoumeisuru (1) bewijzen; aantonen; tonen; demonstreren; adstrueren; getuigen (van); blijk geven (van); een bewijs zijn van; het bewijs leveren (dat); getuigenis afleggen (van); tot getuigenis strekken (van); hard maken; staven; substantiëren; corroboreren; verifiëren; waarmaken; bewaarheiden; van gronden voorzien; [i.h.b.] prouveren (voor); (2) attesteren; (officieel) verklaren; certificeren; certifiëren; bevestigen
説く toku (1) verklaren; uitleggen; uiteenzetten; toelichten; ophelderen; expliceren; uit de doeken doen; (2) preken; prediken; verkondigen; verdedigen; bepleiten; (3) bepraten; overreden; overhalen; overtuigen
説明する setsumeisuru uitleggen; verklaren; ophelderen; expliceren; expliqueren; (uit)duiden; verduidelijken; vertolken; toelichten; illustreren; uiteenzetten; verhelderen; exposé geven; exponeren; elucideren; adstrueren
講釈する koushakusuru (1) verklaren; uitleggen; expliceren; expliqueren; (2) hoogdravend uiteenzetten; van naaldje tot draadje uit de doeken doen; (3) [Edo-periode] vertellen; voordragen; verhalen; lezing houden
述べる;宣べる;陳べる noberu verklaren; vermelden; noemen; zeggen; uiten; geven; uiteenzetten; stellen; [z'n gedachten enz.] uitdrukken; [z'n medeleven enz.] betuigen; onder woorden brengen; aangeven; verslag uitbrengen; melden; uitspreken; [de waarheid enz.] spreken; vertellen; [omstandig;in het kort enz.] verhalen; gewagen
開陳する kaichinsuru uiten; uitspreken; uitdrukken; verklaren; mededelen; zeggen
陳述する chinjutsusuru verklaren; getuigen; een verklaring; getuigenis afleggen
Tijd: 1.62 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 27 treffers (zoekopdracht: 'verklaren').
2005-2026
