日蘭辭典+

44 resultaten voor ‘behoorlijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
atarimae當前
(當たり前・當り前) bn. (1) [當然の] redelijk; billijk; passend; behoorlijk. (2) [勿論の] vanzelf sprekend. (3) [通常の] gewoon; gebruikelijk; normaal. ¶ 當前の natuurlijk; noodzakelijk.
tadashii正しい
bn. (1) [正當な] rechtvaardig; billijk. (2) [正直な] eerlijk. (3) [眞實な] waar. (4) [適當] juist. ¶ 正しい eerlijk man. ¶ 正しき語法 juist gebruik van woorden. ¶ 正しい方法 de goede manier; de ware weg. ¶ 血統の正しい van zuiver bloed.
yoroshiku宜しく

bw. behoorlijk. ¶ 宜しくと申す de groeten doen; complimenten doen. ¶ どうぞ宜しく doe mijn groeten.

SUPPLEMENT (trefwoord)
yoroshikuよろしく、宜しく
bw. (1) goed; behoorlijk; geschikt; passend (2) [groeten overbrengen] ¶ ご家族によろしくお伝え下さいGokazoku ni yoroshiku otsutae kudasai. Doe alsjeblieft de groeten aan je gezin [familie]. ¶ お父さんによろしく。Otōsan ni yoroshiku. Doe de groeten aan je Pa. (3) [introducties, zorgen voor] ¶ こんにちは。は田中一郎です。よろしくお願いします。♂ Konnichi wa. Boku wa Tanaka Ichirō desu. Yoroshiku onegaishimasu. Hallo! Ik ben Ichiro Tanaka. Leuk jullie te ontmoeten (lett. [behandel] mij behoorlijk). ¶ 息子をよろしくお願いします。 Musuko wo yoroshiku onegaishimasu. Zorg alstublieft goed voor mijn zoon.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <behoorlijk>
ぐっと gutto (1) met een uiterste krachtsinspanning; uit alle macht; met inzet van alle krachten; met een flinke haal; (2) in één slok; in één teug; (3) nog een graadje -er; aanzienlijk; aanmerkelijk; behoorlijk
ちょっとした chottoshita (1) onbenullig; onbelangrijk; onbeduidend; onbetekenend; te verwaarlozen; licht; gering; klein; (2) behoorlijk; niet onaardig; verdienstelijk; flink; aanzienlijk; respectabel; best een goed ~
めっきり mekkiri opvallend; behoorlijk; opmerkelijk; beduidend; aanzienlijk; (heel) erg ~
ろくな rokuna (1) [~…ない] voldoende; genoeg; degelijk; deugdelijk; keurig; behoorlijk; fatsoenlijk; noemenswaardig; meldenswaard; (2) [~…ない] goed; juist
ろくに rokuni fatsoenlijk; behoorlijk; correct; gevoeglijk
一人前の ichininmaeno (1) voor één persoon; (2) volwassen; ten volle ontwikkeld; zelfstandig; onafhankelijk; fatsoenlijk; behoorlijk; respectabel; bevoegd; professioneel; gevestigd; volwaardig
一寸;鳥渡 chotto (1) (een) beetje; wat; een tikkeltje; ietsje(s); een tikje; iets; een weinig; ietwat; lichtjes; lichtelijk; enigszins; even; eventjes; (een) ogenblikje; (een) momentje; (2) nogal; best (wel); vrij; tamelijk; behoorlijk; (3) (niet enz.) zomaar; (niet enz.) meteen [i.c.m. negatie]; (4) hé; hei; hallo (daar); excuseer; hoor eens; [i.h.b.] kom eens
一端 ippashi (1) [~の] redelijk; vrij goed; behoorlijk; kundig; capabel; bekwaam; vaardig; competent; volleerd; (2) zoals de meesten; zoals de doorsnee mensen
一角 hitokado (1) een zaak; een domein; (2) [~の] uitzonderlijk; buitengewoon; bijzonder; uitstekend; (3) [~の] behoorlijk; aanzienlijk; degelijk; fatsoenlijk; adequaat; echt; (4) betamelijk; behoorlijk; nogal; flink
中々 nakanaka (1) nogal; best wel; eerder; knap; vrij; (2) [i.c.m. een negatie] niet zomaar; niet zo makkelijk; niet direct; (3) redelijk; behoorlijk; aanzienlijk; aardig; flink; -er dan verwacht; (4) bravo!; hulde! [bijvalsbetuiging;vaak geuit door toeschouwers van kyōgen-drama]
余程 yohodo behoorlijk; heel wat; zeer; erg; nogal; best wel; danig; vrij; voor een groot deel; ver; aanzienlijk; aanmerkelijk; flink; veel; [Belg.N.;niet alg.] een pak
先ず先ず mazumazu behoorlijk; redelijk; tamelijk; verdienstelijk; nogal
可成の kanarino behoorlijk; redelijk; tamelijk; vrij wat; een stuk; aanzienlijk; aanmerkelijk; beduidend; considerabel; flink; comfortabel; fiks; fors; gevoelig; respectabel; niet gering; geruim; niet onaardig; aardig; niet onverdienstelijk
可成;可也 kanari nogal; tamelijk; aanzienlijk; redelijk; aardig ~; vrij ~; behoorlijk ~; geducht
大人しくする otonashikusuru (1) zich goed; behoorlijk; correct; netjes gedragen; z'n fatsoen houden; bewaren; (2) braaf zijn
大分 daibun veel; een hoop; nogal wat; heel wat; flink wat; aardig wat; niet weinig; tal van; ettelijke; een heleboel; behoorlijk; aanzienlijk; aanmerkelijk; beduidend; ruimschoots; substantieel
大分 daibu veel; een hoop; nogal wat; heel wat; flink wat; aardig wat; niet weinig; tal van; ettelijke; een heleboel; behoorlijk; aanzienlijk; aanmerkelijk; beduidend; ruimschoots; substantieel
好い加減に īkagenni (1) gematigd; matig; met mate; met matigheid; (2) juist; gepast; passend; adequaat; behoorlijk; voegzaam; (3) op goed geluk (af); lukraak; er maar op los; in het wilde weg; op de tast; op de gok; op de pof; zomaar wat; willekeurig; ongegrond; ongefundeerd; zonder grond; zonder (enige) basis; (4) niet erg overtuigend; halfslachtig; lauw; niet erg enthousiast; met de Franse slag; halfhartig; vrijblijvend; een slag om de arm houdend; onzorgvuldig; zozo; maar net aan
尋常 jinjō (1) gewoon; alledaags; normaal; gebruikelijk; doorsnee; banaal; (2) [~な顔立ち] aantrekkelijk; knap; (3) sportief; elegant; fair; (4) keurig; fatsoenlijk; net; respectabel; (5) behoorlijk; degelijk; (6) [Jap.gesch.] lagere school; basisschool; basisonderwijs
当たり前の atarimaeno (1) passend; juist; gepast; fair; billijk; behoorlijk; [~罰] verdiend; (2) gegrond; terecht; gerechtvaardigd; verantwoord; logisch; redelijk; rechtmatig; vanzelfsprekend; (3) normaal; natuurlijk; gewoon; gebruikelijk
応分 ōbun (1) [~の] passend; geschikt; aangewezen; gepast; billijk; schappelijk; (2) [~の] behapbaar; haalbaar; (3) [~の] behoorlijk; fatsoenlijk; redelijk; [Belg.N.] treffelijk
正に;当に;応に;方に;将に masani (1) precies; juist; exact; net; (2) zeker; waarachtig; heus; echt; waarlijk; inderdaad; voorzeker; voorwaar; regelrecht; (3) net nu; op de kop af; thans; op het punt [staan te]; op de rand [staan van]; (4) in goede orde; naar behoren; behoorlijk
殊勝 shushō (1) bewonderenswaard; bewonderenswaardig; lofwaardig; lovenswaardig; loffelijk; prijzenswaardig; aanbevelenswaardig; verdienstelijk; (2) ernstig; behoorlijk; geloofwaardig; aannemelijk; (3) voortreffelijk; uitstekend; (4) subliem; verrukkelijk; ravissant
満足 manzoku (1) tevredenheid; genoegen; voldoening; satisfactie; bevredigdheid; genoegzaamheid; genoeglijkheid; vergenoegdheid; voldaanheid; (2) genoegdoening; bevrediging; vervulling; vergenoeging; (3) voldoening schenkend; bevredigend; tevredenstellend; voldoende; genoegzaam; genoeg; toereikend; sufficiënt; adequaat; fatsoenlijk; behoorlijk; (4) compleet; intact; perfect; volschapen
然るべき shikarubeki (1) geëigend; aangewezen; passend; gepast; toepasselijk; juist; geschikt; bekwaam; behoorlijk; (2) […て~] voordehandliggend; terecht; logisch; billijk; vanzelfsprekend; [Belg.N.] evident; (3) voorbestemd; gedoodverfd; te verwachten; (4) mogelijk; aannemelijk; plausibel; (5) voortreffelijk; uitstekend; prima; degelijk
然る可く shikarubeku naar behoren; fatsoenlijk; behoorlijk; goed; op de juiste manier; zoals het moet
相当 sōtō (1) passend; geschikt; gepast; evenredig; voegzaam; geëigend; toepasselijk; in aanmerking komend; doelmatig; berekend op; (2) behoorlijk; flink; heel; redelijk; aardig; aanmerkelijk; merkelijk; aanzienlijk; beduidend; considerabel; (3) behoorlijk; flink; heel; redelijk; aardig; tamelijk; aanmerkelijk; merkelijk; aanzienlijk; considerabel; nogal wat; best wel; vrij
相当な sōtōna (1) passend; geschikt; gepast; evenredig; voegzaam; geëigend; toepasselijk; in aanmerking komend; doelmatig; berekend op; (2) behoorlijk; flink; heel; redelijk; aardig; aanmerkelijk; merkelijk; aanzienlijk; considerabel
相当に sōtōni behoorlijk; flink; heel; redelijk; aardig; tamelijk; aanmerkelijk; merkelijk; aanzienlijk; beduidend; considerabel; nogal wat; best wel; vrij
相応 sōō geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk
相応しい fusawashii geschikt; gepast; passend; behoorlijk; voegzaam; betamelijk
相応した sōōshita geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk; [〃値段] ordentelijk; schappelijk
相応な sōōna geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk; [〃値段] ordentelijk; schappelijk
相応に sōōni geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk
真面 matomo (1) [~に] pal van voren; vlak in het gezicht; en face; recht; lijnrecht; precies tegenover; (2) keurig; correct; eerlijk; rechtgeaard; ernstig; zichzelf respecterend; normaal; (3) degelijk; fatsoenlijk; passend; netjes; behoorlijk; gepast
程々に hodohodoni matig; met mate; passend; behoorlijk
結構 kekkō (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal); (4) goed; fijn; mooi; (5) prachtig; magnifiek; schitterend; (6) lekker; heerlijk; (7) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (8) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best
適切 tekisetsu (1) gepastheid; geschiktheid; juistheid; adequatie; aangewezenheid; toepasselijkheid; raakheid; relevantie; pertinentie; (2) gepast; passend; juist; geschikt; behoorlijk; geëigend; adequaat; aangewezen; voegzaam; toepasselijk; treffend; raak; relevant; afdoend; pertinent; naar behoren; naar den eis
適切に tekisetsuni passend; gepast; behoorlijk; naar behoren; voegzaam
随分 zuibun (1) kras; sterk; wat (een ~); [iron.] fraai; (2) zeer; erg; heel; uiterst; uitermate; buitengewoon; hoogst; verschrikkelijk; vreselijk; (3) behoorlijk; aanzienlijk; aanmerkelijk; beduidend; fors; flink; knap; merkelijk; een stuk; heel; nogal; aardig wat; considerabel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.29 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 40 treffers (zoekopdracht: 'behoorlijk'). 
2005-2026