日蘭辭典+

27 resultaten voor ‘zoon’
日蘭辭典 (trefwoord)
musuko息子
zn. zoon m.; jongen m.
zn. tempeltje o,; (坊ちゃん) jongetje o.; ventje o. ¶ うちの坊 mijn zoontje.
shisoku子息
zn. zoon m.
chōnan長男
zn. oudste zoon.
nan
zn. zoon m. ¶ 長男 oudste zoon. ¶ 七あり zeven zoons en een dochter hebben.
dan

zn. (1) [男子] man m. (2) [息子] zoon m. (3) [爵] baron m.

yoshi

zn. (1) [理由] reden v. (2) [事情] omstandigheden v.mv. ¶ ……¶ の由 wij vernemen, dat. ¶ 由ある van belang; gewichtig. ¶ 御子息御出生の由日出度奉存候 naar aanleiding van de geboorte van uw zoon bied ik mijn gelukwenschen aan.

yōshi養子

zn. pleegkind o.; geadopteerd kind o.; aangenomen zoon (dochter v.) m. ¶ 養子に行く geadopteerd worden. ¶ 養子にする adopteeren; aannemen als kind. ¶ 養子緣組 adoptie.

umu生む

t.w. (1) [子を] baren. (2) [生產] voortbrengen; produceeren. (3) [卵を] leggen. ¶ 魚卵を生む kuit schieten. ¶ 男子を產む bevallen van een zoon; jongen ter wereld brengen. ¶ 利子を產む rente geven; interest opbrengen. ¶ 生みの母 eigen moeder; echte moeder.

tsutae

(伝) zn. overlevering v.; traditie v.; legende v. ¶ 傳へる (傳授) mededeelen; laten weten; overleveren (傳移); overbrengen (傳達); doorzenden (傳送). ¶ 父より子に傳へる van vader op zoon overleveren. ¶ 私より宜しくとお傳へ下さい doe hem mijn hartelijke groeten. ¶ 財產を傳へる fortuin nalaten.

SUPPLEMENT (trefwoord)
yoroshikuよろしく、宜しく
bw. (1) goed; behoorlijk; geschikt; passend (2) [groeten overbrengen] ¶ ご家族によろしくお伝え下さいGokazoku ni yoroshiku otsutae kudasai. Doe alsjeblieft de groeten aan je gezin [familie]. ¶ お父さんによろしく。Otōsan ni yoroshiku. Doe de groeten aan je Pa. (3) [introducties, zorgen voor] ¶ こんにちは。は田中一郎です。よろしくお願いします。♂ Konnichi wa. Boku wa Tanaka Ichirō desu. Yoroshiku onegaishimasu. Hallo! Ik ben Ichiro Tanaka. Leuk jullie te ontmoeten (lett. [behandel] mij behoorlijk). ¶ 息子をよろしくお願いします。 Musuko wo yoroshiku onegaishimasu. Zorg alstublieft goed voor mijn zoon.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zoon>
サン san (1) San; Bosjesmannen; (2) The Sun; (3) zon; (4) sint; (5) zoon
ジュニア junia (1) jongere; (2) jongerejaars; jongerejaarsstudent; (3) algemene opleiding; (4) zoon; opvolger; (5) junior; jr.
ゾーン zōn (1) zone; (2) Zorn
一子 isshi (1) kind; zoon; dochter; (2) enig kind; enige zoon; enige dochter; (3) [go] schijf
二世 nisei (1) [m.b.t. naamgenoten] de tweede; secundus; jonge; junior; jr.; Ⅱ; (2) opvolger; [i.h.b.] zoon; (3) nisei; Japanner van de tweede generatie in den vreemde
segare (1) zoon; jongen; (2) mijn zoon
shutsu (1) aanwezigheid; (2) vertrek; verlating; (3) afstammeling; [fig.] zoon; (4) ontsnapping; (5) [bijb.] Exodus; [Hebr.] Sjemot; [afk.] Exod.; [afk.] Ex.; (6) opdringerig; bemoeiziek; vrijpostig; brutaal; (a) uitgaan; eruit gaan; (b) gaan naar; (c) verschijnen; (d) uitblinken; uitmunten; (e) zich voordoen; gebeuren; (f) uitbrengen; naar buiten brengen; (g) betalen; (h) doen verschijnen; laten zien; (i) voortbrengen; (j) oorsprong; herkomst
子供 kodomo (1) kind; jongen; meisje; [meton.] jonge harten; (2) baby; zuigeling; (3) nakomeling; zoon; dochter; kroost; afstammeling
子息 shisoku zoon
shi (1) kind; [i.h.b.] jongen; (2) deugdzame man; meester; [i.h.b.] Confucius; (3) zǐ [± traktaat;één van de vier categorieën boeken in het Klassiek Chinees]; (4) burggraaf; (5) rente; interest; (6) [go-spel] schijf waarmee men go speelt; (7) jij; je; (8) -er; -or; -aar; -eur [maakt van een zelfst. naamw. een nomen agentis]; (9) [Nara;Heian-gesch.] [achtervoegsel bij namen van edelvrouwen]; (10) [honoratief achtervoegsel bij persoonsnamen]; (11) [achtervoegsel na de eigen naam ten teken van bescheidenheid]; (a) kind; zoon; dochter; telg; (b) ei; vrucht; (c) deeltje; (d) heer; leraar; meester; (e) man; mens; (f) vrouwe …; (g) ding; zaak; iets; (h) burggraaf; (i) [astrol.] rat
息子;息 musuko zoon; jongen
息子さん musukosan (1) jouw zoon; je zoon; uw zoon; (2) zoon
soku (a) adem; ademen; (b) leven; (c) rusten; op adem komen; (d) bedaren; tot rust brengen; (e) kind; zoon; (f) rente
父子 fushi vader en kind; zoon; dochter
san (1) het baren; het bevallen; bevalling; baring; partus; verlossing; geboorte; [fig.] kraambed; (2) bakermat; geboorteplaats; origine; afkomst; afstamming; [fig.] wieg; (3) product; [m.b.t. personen] een geboren …; [fig.;m.b.t. personen] zoon; dochter van …; ingeborene van …; (4) fortuin; vermogen; rijkdom; bezit; middelen; (5) made in …; vervaardigd in …; afkomstig uit …; uit …; van … afkomst; van …; … van geboorte; geboortig van; uit; … van origine; van … bodem; (a) baren; een kind ter wereld brengen; (b) voortbrengen; product; (c) vermogen; bezit
nan (a) man; (b) zoon
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.57 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'zoon'). 
2005-2026